Volg ons op: , LinkedIn of

Kijk snel bij: Abonnementen Vacatures BB Magazine

Burger en bestuurder naderen elkaar

0 reacties
Groeit de kloof tussen burger en bestuurder? Welnee, betoogt Rob van Doorn. ‘Het tegendeel is waar.’ Meer interactie leidt tot een ‘bloeiende afrekencultuur’.

In de vakliteratuur wordt er al jaren over geschreven: de groeiende kloof tussen burger en bestuur. Het bestuur doet maar en de burger ervaart dat beslissen over hem, zonder hem, als bestuurlijke arrogantie. De feiten wijzen echter uit dat deze veronderstellingen vaak niet kloppen en dat de daaruit voortvloeiende gevoelens niet vertaald mogen worden in de stelling dat de kloof tussen burger en bestuur groter wordt. Het tegendeel is waar.

 

Wie kent nog het woord ‘notabele’? Jongeren hebben er niets mee, en ouderen hebben het weleens van hun vader en moeder gehoord. De notaris, de dokter, de pastoor of dominee, de ‘bovenmeester’, en natuurlijk de burgemeester. Zij behoorden tot de upper class in het dorp of de gemeenschap. Je nam je hoed af of maakte een minzaam buiginkje als je ze op straat tegenkwam.

 

Dat is nu anders. Sinds notarissen voor de rechter staan omdat ze meewerken aan illegale vastgoedtransacties, dokters verdachte borstvergrotingen uitvoeren, de kerken leeglopen en de term ‘bovenmeester’ alleen nog maar voorkomt in het sekscircuit, zijn de maatschappelijke verhoudingen genivelleerd.

 

Hetzelfde geldt voor bestuurders van openbare instellingen als gemeenten. Wethouders, burgemeesters en gemeenteraadsleden zijn niet meer de ambtsdragers waar je tegenop kijkt. De Utrechtse burgemeester Wolfsen roept naïef en tevergeefs op tot bescheidenheid van de kant van de pers bij het de maat nemen van bestuurders. Het hek is van de dam. Als bestuurder zit je in een glazen huis en dat zul je weten ook.

 

De diepgaande, openbare controle op openbaar bestuurders is geen incident, maar past binnen de veranderende maatschappelijke verhoudingen. Los van het feit dat er in Nederland een scheve moraal is ontstaan tussen openbaar bestuurders, die gecontroleerd worden op tientjes-bonnetjes, en bestuurders van grote ondernemingen, die met miljoenen afkoop naar huis gaan, is het een gegeven dat regels er zijn om nageleefd te worden, zowel naar de letter als naar de geest.

 

Een ding is zeker: als je kiest voor het openbaar bestuur, dan kies je voor een relatief bescheiden salaris, een investering in uren die zijn gelijke in het bedrijfsleven vaak niet kent en een permanent kritische omgeving die vaak kort van memorie is. En dan de wijze waarop binnen het bestuur wordt aangekeken tegen de burger. Er zijn nog verloren gebieden waar bestuurders met enig dedain van oordeel zijn dat het mandaat van vier jaar gelijk staat aan het ontwijken van de burger in die periode. Zij verwarren het woord ‘gekozene’ met ‘uitverkorene’.

 

Zij voorzien het op hun van toepassing zijnde woord ‘notabele’ voor de burger als ‘nota bene’. Maar gelukkig is dit een uitstervend ras. De bestuurder die voor vier jaar een gemeente mede mag besturen, realiseert zich dat het in collegialiteit nemen van besluiten niet verward mag worden met het nalaten van tijdig overleg met de betrokkenen.

 

Burgers mogen slechts eens in de vier jaar stemmen op mensen die ze niet of nauwelijks kennen, en vinden het niet meer nuttig lid te worden van een politieke partij om op de langere termijn invloed te krijgen. Ze willen hun doel nu bereiken door invloed uit te oefenen op de standpuntbepaling door de gemandateerden, en dan niet alleen in de vorm van een bezwarenprocedure aan het eind van de rit. En omdat je als bestuurder nooit precies weet welke zaken door je inwoners belangrijk worden gevonden, doe je er verstandig aan beleid te ontwikkelen op burgerparticipatie. Dit besef is op veel plaatsen doorgedrongen. De burger is mondiger geworden; de pers onderzoekt, rapporteert, legt bloot en interpreteert; en integriteitseisen voor bestuurders worden stringenter en beter uitgevoerd. Burgers en bestuurder zitten op elkaars terrein, soms op elkaars lip en hebben zeker intensiever contact met elkaar.

 

Samengevat: de afstand tussen de burger en de bestuurder is kleiner geworden en daarmee ook de kloof. Ze begrijpen elkaar meer als het gaat om wederzijdse belangen en verlangens. Juist omdat de kloof tussen burger en bestuurder kleiner is geworden, menen bestuurders soms last te hebben van die burger. De burger wil alles weten - en wanneer het hem uitkomt invloed uitoefenen. Daarvoor moeten tijd en ruimte aan de voorkant van procedures worden gecreëerd en kan aan het eind van de rit tijd worden teruggewonnen.

 

In dit licht bezien is het begrijpelijk dat bijvoorbeeld politieke partijen leeglopen, bezwaarprocedures worden ingekort en er een groter verloop is van dagelijks bestuurders. Dat is de prijs van snellere en toenemende maatschappelijke interactie en misschien ook wel de basis van een bloeiende afrekencultuur.

 

Bestuurlijk Nederland vernieuwt in hoog tempo en heeft nog geen zicht op het eindmodel. Vaststaat dat dit model een herijking vraagt van bekende instituties als de politieke partij, de beleidsambtenaar, de bezwaarprocedure en de inrichting van het openbaar bestuur.

 

Rob van Doorn is directeur van adviesbureau BentoSpino

 

Print dit artikel
Mail dit artikel
Deel dit artikel op

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Partner Bijdragen

recente bijdragen