Beginspraak kan flink frustreren
In een aantal gemeenten wordt nu door de politiek gedacht aan inspraak bij ruimtelijke plannen in een heel vroeg stadium. In het Delftse coalitieakkoord is bijvoorbeeld wordt het begrip “beginspraak” geïntroduceerd. In Leiden wil men burgers van de oorsprong invloed geven, en in Utrecht wordt over co-partnerschap met de burger gesproken. Dit is een opmaat voor teleurstelling.
Het direct betrekken van burgers in het voorbereiden van besluiten is niet nieuw. Er zijn wettelijke verplichtingen en beroepsmogelijkheden. De noodzaak en wenselijkheid voor bewonersparticipatie bij overheidsbesluiten kan worden gezien in drie begrippen:
- legitimiteit
- draagvlak
- kwaliteit
Een plan lijkt legitiemer als het mede gemaakt is door de doelgroep. In het overgrote deel van de gevallen zijn het echter niet de nieuwe bewoners die betrokken worden bij inspraak en overleg. De meedenkers hebben geregeld afkeer voor veranderingen in de woonomgeving.
Draagvlak, een positief beeld van het eindresultaat, doordat omwonenden en belangengroepen invloed hebben kunnen uitoefenen, dat klinkt leuk. De ervaring leert ons dat in een aantal gevallen de plannen wel beter begrepen worden, maar de kaders die gelden bij de ontwikkeling worden niet minder bediscussieerd en bevochten. Ook niet voor de rechter en Raad van State.
Als de kaders niet aangepast kunnen worden, blijft er meningsverschil. De gedachte dat door nog vroeger te beginnen met het betrekken van bewoners deze discussie vermeden kan worden, heeft vooralsnog geen basis in realiteit. Er zijn altijd kaders die niet aangepast kunnen worden, zoals milieuregels of het feit dat men geld wil verdienen aan de ontwikkeling.
Bij vrijwel alle planontwikkeling komen tegenstrijdige belangen terug. Parkeren we auto’s op straat of maken we een (dure) oplossing onder de grond waarboven een plein of een park kan worden gemaakt? Moeten we inkomensgroepen mengen of scheiden? Een wijk verdichten of uitbreiden in het weiland? Bij kwaliteit, het derde aspect, gaat het erom dat bewoners die in hun vrije tijd expertise ter beschikking stellen aan de plannenmakers.
Door deze vorm van ‘crowdsourcing’ worden nieuwe kwaliteiten aangeboord. Vastgoedmedewerkers, milieuexperts, architecten e.d. wonen ook ergens en kunnen meedenken over een gebiedsontwikkeling in hun vrije tijd. Daarbij zijn omwonenden natuurlijk een bron van informatie, die als aanvulling kan dienen voor het inventariserende werk bij de planvorming. Deze reden voor vroeg-meedenken kan terecht zijn.
Pijnlijk zou het zijn als er gedacht wordt dat bewoners betere planontwikkelaars zijn dan de stedenbouwkundigen die daartoe zijn opgeleid. Zo’n gedachte pas evenwel bij de discussie die momenteel speelt in deze discipline.
Nu kun je reageren op de teksten uit de coalitieakkoorden door ze te zien als woorden die wel geuit worden, maar verder weinig invloed zullen hebben op de te nemen besluiten en het proces dat daaraan vooraf gaat. Je kunt zelfs zeggen dat het nieuwe begrip ‘beginspraak’ een cynische samenvoeging is van inspraak en het Engelse woord voor smeken.
We waarschuwen voor deze trend. Burgers die denken dat zij besluitvormers worden, hebben een grote kans teleurgesteld te worden. Zij zullen zich afkeren van de politiek en de democratie. Kortom: burgerparticipatie is belangrijk, zo belangrijk dat teleurstelling bij de deelnemers moet worden voorkomen. Beginspraak kan de altijd aanwezige verschillen in belangen niet oplossen.
Anne Koning (ex-wethouder Ruimtelijke Ordening, Delft) en Merijn Vroonhof (stedenbouwer)
Reactie op dit bericht
Participatie betekent niet dat iedereen zijn zin krijgt, wel dat daadwerkelijk invloed wordt gegeven aan alle belanghebbende partijen in het planproces. Participatie komt ook niet in de plaats van juridische mogelijkheden zoals bezwaar en beroep, maar het zijn wel communicerende vaten. Wie zich niet werkelijk gehoord voelt bij het bestuur, haalt zijn gelijk wel bij de rechter. Een transparant en integer besluitvormingsproces met een evenwichtige en gemotiveerde belangenafweging, zal bij rechterlijke toetsing ook eerder voldoen aan de eis van zorgvuldig bestuur en daarmee stand houden bij het oordeel. Zorgvuldig betekent meer dan vroeger niet alleen luisteren voor de vorm, maar daadwerkelijke ruimte toekennen aan belangen en belanghebbenden. Bestuurders die daar moeite mee hebben dienen zich bij te scholen of het stokje over te geven aan een nieuwe generatie bestuurders die wel in staat is belangen te verbinden en gedragen besluiten te nemen. Politieke partijen die hierbij niet in oplossingen denken en doen, worden zelf opgelost. Hulde dus voor het college van B&W dat participatie of beginspraak als ambitie in het collegeakkoord serieus neemt en hieraan vasthoudt, ook als het tegen zit.
Maar wat leren we van dit waarschuwende artikel? Wie denkt eigenlijk dat burgers betere planontwikkelaars zijn? "Zo’n gedachte pas evenwel bij de discussie die momenteel speelt in deze discipline"? Ik heb het nog nooit gehoord.
Wel merk ik dat professionals in de nieuwe werkwijze hun werk op nieuwe manier uitvinden. Iedereen zijn eigen kwaliteit, is de mening die ik veel vaker hoor. Daarin past inderdaad niet hoe meer participatie hoe beter, maar wel leren omgaan met slimme en uitgesproken burgers.