of 59045 LinkedIn

Worstelen

Gemeentesecretarissen, burgemeesters en raadsgriffiers kwamen vorige week met hun eigen beroepsgroepen bijeen. Wethouders doen dat volgende maand. Deels om het hoofd te buigen over actuele kwesties, maar vooral om na te denken over en inspiratie te krijgen voor de toekomst. En die ziet er voor alle bloedgroepen ongewis uit. Er wordt heel wat afgeworsteld in (lokaal) bestuurlijk Nederland.

De gemeentesecretarissen hebben hun handen vol, willen nog meer, maar hebben eigenlijk geen tijd voor het uitwisselen van ervaringen of intervisie met collega’s. Terwijl daar wel behoefte aan is, zo bleek vorige week op het jaarcongres van de Vereniging van Gemeentesecretarissen. Er wordt geworsteld met regionale samenwerking, maar de ambtenarenbazen komen er nauwelijks aan toe om eens bij collega’s elders in het land in de keuken te kijken.

Rondom de decentralisaties zorg, jeugd en werk wordt de behoefte én noodzaak gevoeld om met collega’s problemen te delen. Ook snakt men naar goede ‘3D’-voorbeelden (best practices) om te voorkomen dat, met de deadline van 1 januari 2015 in zicht, overal in het land nodeloos het wiel opnieuw wordt uitgevonden. De gemeentesecretarissen willen daarnaast hun nek uitsteken voor een cao van de toekomst, moeten hun personeel tot verandering zien te bewegen en zichzelf trouwens ook.

Wat secretarissen delen met raadsgriffiers is de zorg over de lokale democratie. ‘Hoe verder’ is de centrale vraag. Hét antwoord is er nog niet, al wordt er naarstig naar gezocht.

De griffiers kijken daarbij uiteraard met name naar de rol en positie van raadsleden; in regionale samenwerkingsverbanden en in de ‘oprukkende’ doe-democratie. Hoe moeten raadsleden zich daartoe verhouden, welke (nieuwe)rol moeten zij innemen en hoe kunnen griffiers ‘hun’ lokale volksvertegenwoordigers daarop voorbereiden en ondersteunen.

Ook wethouders worstelen met de doe-democratie. Volgende maand gaan de bestuurders zich daar dan ook tijdens hun jaarcongres over buigen, onder de noemer ‘overheidsparticipatie’. Daarbij staat niet de vraag centraal hoe burgers bij het lokale beleid kunnen worden betrokken, maar hoe de lokale overheid kan aanhaken bij burgerinitiatieven. Anders gezegd: hoe krijg je het als gemeente voor elkaar om ‘van buiten naar binnen te denken’. Ik vermoed dat er ook rond dit thema nog heel wat afgeworsteld zal worden.

Burgemeesters spartelen vooral. Dat hun benoemingswijze gaat veranderen staat zo goed als vast, maar hoe is nog ongewis. En daarmee ook hoe zij zich daarop moeten voorbereiden. Want wat het ook wordt: een andere benoemingswijze vergt andere eigenschappen en (management)kwaliteiten.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.