of 59054 LinkedIn

Zetelroof raakt fundament representatie

Als een volksvertegenwoordiger weer eens voor zichzelf begint, is er de bekende Pavlov-reactie dat deze zetelroof toch echt onaanvaardbaar is. Die primaire reactie is wel begrijpelijk. Maar curieus is dat uiteindelijk alles steeds bij het oude blijft en voorstellen tot verandering achterwege worden gelaten. De oorzaak daarvan is dat de kwestie raakt aan de fundamenten van het systeem van politieke representatie, waarbij in de westerse wereld een adequaat evenwicht is geschapen tussen de kiezersdemocratie enerzijds en de partijendemocratie anderzijds.

Het systeem van politieke representatie dateert globaal uit het midden van de 19e eeuw, waarbij de kiezersdemocratie geleidelijk vorm kreeg en de volksvertegenwoordigers op basis van een ongebonden mandaat hun functie uitoefenden. Politieke partijen nestelden zich later in die verhouding tussen kiezer en gekozene, maar altijd met de fundamentele beperking dat ze niet de kiezersdemocratie mochten overnemen. De partijen produceren programma’s, verzorgen selectie en kandidaatstelling, oefenen de regeerfunctie uit, maar ten langen leste zijn het de kiezers die ook over de politieke partijen de ‘baas’ zijn, zowel tijdens als na de verkiezingen.

En de consequentie daarvan is dat politieke partijen wel morele argumentaties in kunnen brengen om volksvertegenwoordiger te bewegen tot zetelafstand, maar niet mogen beschikken over juridische mogelijkheden om de zetel voor fractie of partij te behouden. Volksvertegenwoordigers kunnen uit de fractie worden gezet of zelf uittreden, politieke partijen kunnen leden royeren, partijen kunnen bij de kandidaatstelling allerlei inhoudelijke en financiële afspraken maken met hun volksvertegenwoordigers, dat alles is in zekere zin aanvaardbaar zo lang de politieke partij maar niet kan beschikken over de zetel van betrokkene. Zou dat immers wel het geval zijn, dan heeft de politieke partij het meest effectieve en ook juridische drukmiddel in handen om de volksvertegenwoordigers in het partijhok te krijgen en te houden. Indien een partijroyement of een fractie-uittreding een geldend juridisch argument wordt voor een politieke partij om de zetel in de volksvertegenwoordiging op te eisen, dan verplaatst het evenwicht zich definitief van de kiezersdemocratie naar de partijendemocratie.

Op de burelen van de politieke partijen kunnen dan al bij de kandidaatstelling afdwingbare afspraken worden gemaakt hoe volksvertegenwoordigers zich hebben te gedragen en bij schending van die afspraken kan een en ander via de rechter leiden tot zetelafstand. Dit systeem kwam lange jaren voor in de Sovjet Unie en tal van andere Oost-Europese landen. Slechts in naam bestond er een representatieve en parlementaire partijendemocratie, de facto werden de parlementen in die landen aangestuurd vanuit de partijkantoren.

De kern van het ongebonden mandaat in de democratie naar westerse snit is dat de gekozene zelf beslist over zijn of haar zetel. Dat heeft soms vervelende dimensies, maar de heilloze consequenties van gedwongen zetelafstand zijn vele malen erger. Het Kremlin is dichterbij dan we denken. Heel dwaas is dan ook het voorstel om hen die met voorkeurstemmen zijn gekozen wel over hun zetel te laten beslissen en ten aanzien van anderen zetelafstand voor te schrijven. De meeste volksvertegenwoordigers worden in dat voorstel een instrument in partij handen en dat legt de bijl aan de wortel van de politieke representatie.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.