of 59054 LinkedIn

Wie durft nog zijn eigen klokkenluider te zijn?

'Ik heb mijn vrouw vanochtend niet verteld dat de kat aan haar boterham met smeerkaas had gelikt'. 'Ik heb het projectplan van een collega gepresenteerd alsof ik het zelf bedacht had', 'Ik ben 's nachts over iets heen gereden en ben niet gestopt om te kijken wat het was.' Zomaar wat voorbeelden van geheimen die mensen tegenwoordig anoniem op het internet opbiechten

We dragen allemaal een donkere kamer in ons mee. In die kamer ligt alles opgeborgen wat we liever niet aan de grote klok hangen: van kleine onhebbelijkheden tot ernstige beoordelingsfouten. Zulke geheimen kunnen op iemands geweten drukken. Vandaar waarschijnlijk het grote aantal websites dat een anonieme uitlaatklep biedt.

 

Maar erg flink is het niet om je misstappen anoniem te bekennen aan een publiek van vreemden. Ik kan mij ook niet voorstellen dat de opluchting van lange duur is. Dan is het toch van een andere orde om in alle openheid voor je fouten uit te komen. We kennen allemaal de klokkenluider, iemand die zijn carrière of zijn sociale positie op het spel zet om een maatschappelijke misstand aan te kaarten. Dat kan ronduit dapper zijn. Maar dat geldt toch ook voor de werknemer of ambtenaar die een misstap heeft begaan en dat op eigen initiatief bij zijn werkgever meldt?

 

In sommige branches kunnen medewerkers dat zonder angst voor repercussies doen, mits het niet gaat om opzettelijk of roekeloos begane fouten die in het strafrechtelijk domein thuis horen. Denk maar aan de procedure voor het melden van gevaarlijke situaties in het vliegverkeer door piloten. Veiligheid boven straf. Maar in de meeste gevallen – en dan beperk ik mij voor het gemak tot integriteitsschendingen – dreigt een sanctie, inclusief ontslag, al dan niet vergezeld van flinke portie negatieve publiciteit. Grote kans op pek met veren dus voor degene die het aandurft om te melden dat hij of zij (mogelijk) de fout in is gegaan.

 

Dat er stevig wordt gereageerd op evidente, ernstige misstappen is logisch. Maar de ene integriteitsschending is de andere niet. In veel gevallen is het voor een organisatie vooral belangrijk te horen wat iemand te vertellen heeft die een fout heeft gemaakt, zodat maatregelen kunnen worden genomen om herhaling te voorkomen. Leren boven schuld en boete, nuance en menselijkheid boven het gemak van politieke correctheid.

 

Nog te vaak lijken organisaties maar twee instrumenten te hebben als ze worden geconfronteerd met een integriteitskwestie: de doofpot en het brandmerk. Als de keus op de doofpot valt, wordt alles in het werk gesteld om het onder de pet te houden dat er iets mis is gegaan. Niet de beste manier om problemen aan te pakken, zoals we inmiddels uit de praktijk weten. Het komt immers toch uit.

 

De andere standaardreflex is de vlucht naar voren. Betrokkene wordt meteen geschorst, een diepgravend onderzoek wordt aangekondigd inclusief persbericht en de media doen de rest. De aandacht gaat zozeer uit naar de vraag wiens hoofd er op het hakblok moet, dat het belang om kennis te nemen van de achtergronden dat het zover heeft kunnen komen, vanzelf buiten beeld raakt. Slagvaardigheid boven verstand.

 

Als die uitersten, de doofpot en het brandmerk, domineren, is er geen ruimte meer voor dat derde instrument, de mogelijkheid bieden aan een werknemer met gewetensnood om zelf de klok te luiden en uit te leggen waarom het bij hem of haar mis is gegaan. Een interne “waarheidscommissie integriteit” dus. Het gemis aan zo’n instrument is misschien wel dé uitdaging voor de integriteitsbevordering in de komende jaren.

 

Overigens zal ik zelf die handschoen niet meer oppakken. Ik houd per 1 december op bij de Onderzoeksraad Integriteit Overheid om mij volledig te kunnen wijden aan mijn taak als voorzitter van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Deze column is dan ook mijn laatste.

 

Harm Brouwer


 

Vanaf 1 december is Frank Kerckhaert, oud-burgemeester van Hengelo, de nieuwe voorzitter van de Onderzoeksraad Integriteit Overheid.  Zijn rol van plaatsvervangend voorzitter neemt Onderzoeksraadlid Mirjam Sterk (voormalig Tweede Kamerlid) van hem over. Verder treedt Sjoukje Rullmann (voorheen kortgedingrechter te Amsterdam) op 1 december toe als lid van de Onderzoeksraad, die uit zes leden bestaat. Huidig voorzitter, Harm Brouwer, gaat zich volledig wijden aan zijn voorzitterschap van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD).

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Ouder op
Even een heel andere invalshoek. Als hulpverlener en ouder word je beschuldigd van etikettenplakkerij als je uitzoekt waardoor een kind zeer ernstige problemen heeft. Waar komt dat vandaan? Van die misdrijven die gepleegd zijn door mensen waarvan leken roepen vanaf grote afstand: 'Dat is een autist, die was zo alleen'. Terwijl dat niet door onderzoek van een psychiater bevestigd is. Een jongeman die bijvoorbeeld aan de Amerikaanse Oostkust jongeren neerschoot had een moeder die in een schijnwereld leefde; dat is een ander probleem en geen autisme. Mensen met autisme staan niet gunstig bekend, maar hebben veel goede eigenschappen. Gedrevenheid, doelgerichtheid, trouw, gehechtheid aan een stabiel leven, oog voor details en kleine vergissingen, en vooral: ze kunnen niet liegen. En ze geven totaal niet om indruk op anderen maken. Zo zullen ze nooit de mooie ideeën van een ander wegnemen, en nooit fouten verdoezelen. Het ongeluk zit er juist in dat ze al in de klas in hun eerlijkheid openlijk iets doen wat niet mag, en andere kinderen alleen als de leraar het niet ziet. Vandaar dat mensen met autisme onterecht een zeer slechte naam hebben.
Onze zoon is al zeer jong erg goed begeleid en in verhouding erg zelfstandig en stabiel geworden. Hij wordt vast een heel prettige werknemer die nooit liegt, alleen om kwaliteit van het werk geeft en een opgeprikt ego niet belangrijk vindt. Net zoals andere mensen met autisme.