of 59045 LinkedIn

Weg met het statuut

Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden bestaat 60 jaar. Nadat Nederlands-Indië onafhankelijk was geworden, was het Statuut een slap aftreksel van het koninkrijksverband dat oorspronkelijk na 1945 werd beoogd.

Boven de deelnemende landen zou een volwaardige bestuurslaag komen, met een zelfstandige Koninkrijksregering en een Koninkrijksparlement. In het Statuut werd er uiteindelijk voor gekozen niet over te gaan tot deze zware, bovennationale structuur, maar de Koninkrijksinstellingen te vullen met Nederlandse instellingen, onder toevoeging van enkele niet-Nederlandse elementen, zoals de gevolmachtigde ministers etc. Het meest opmerkelijk was het weglaten van een Koninkrijksparlement, terwijl de regeling en het bestuur van het Koninkrijk diep doordrongen in de Caribische landen. Destijds was dit echter wel een rationeel en begrijpelijk construct.

Bij de ontwikkeling naar meer economische en bestuurskracht voor Suriname en de Nederlandse Antillen bood het Statuut een bruikbaar instrumentarium, hoezeer er ook vanaf het begin een eindeloze reeks van zwarigheden ontstond. Sinds 1954 zijn de statutaire instrumenten en instellingen nagenoeg gelijk gebleven, terwijl ook in de recente periode het onderlinge gekrakeel tussen de landen in het Koninkrijk onverminderd verder ging. De positie van de Caribische delen van het Koninkrijk is echter in vrijwel geen enkel opzicht meer te vergelijken met die van 1954. Ondanks allerlei gebreken zijn de bestuurskracht en de economische positie aanzienlijk sterker geworden.  De huidige moeilijkheden in Koninkrijksverband zijn dan ook voor een belangrijk te wijten aan het sterk verouderde karakter van het Statuut.

In naam van rechtsstaat, democratie en deugdelijk bestuur zijn er voortdurend interventies van het Koninkrijk (lees: Nederland) in de Caribische rijksdelen. Door de Europese-Nederlandse bril bekeken zijn die interventies heel goed te beargumenteren, maar in objectief-sociologische zin gaat het hier om een indringende vorm van materiële bevoogding die in het huidige tijdsgewricht niet meer past en steeds sterker zal gaan wringen. Van gelijkwaardige verhoudingen in het Koninkrijk is in tal van opzichten geen sprake omdat de Caribische landen op basis van een Europees normenkader voortdurend de maat wordt genomen.

Werkelijke politieke autonomie betekent dat er voor de Caribische landen de mogelijkheid moet zijn om – vanuit Nederlands perspectief bezien – minder goede of minder gewenste keuzes te maken. Op tal van terreinen is die ruimte er niet en daarom wordt er ook onvoldoende van de eigen fouten geleerd. De landen worden daardoor in hun autonome ontwikkeling geremd, steken veel onnodige energie in de strijd met Nederland en schuiven uiteindelijk hun eigen verantwoordelijkheid vaak af. Nu gebruikmaking van het zelfbeschikkingsrecht door de Caribische landen niet wordt gewenst, wijst alles in de richting van een Gemenebest-constructie, waarbij bijna onafhankelijkheid het parool moet zijn. Het interventie-potentieel uit het Statuut moet daarbij worden afgebouwd en een deel van de Koninkrijksinstellingen kan verdwijnen. Wat goed functioneert kan blijven, wat slecht functioneert moet weg.

Hoewel er nog maar sinds 2010 wordt gewerkt met vier landen in het Koninkrijk is er alle aanleiding om op afzienbare termijn het debat over dit nieuwe Gemenebest aan te gaan. Alle tekenen wijzen erop dat de statutaire instrumenten sleets zijn geworden en meer problemen veroorzaken dan oplossingen bieden.

Het Statuut belemmert om die reden een snelle ontwikkeling naar werkelijk Caribisch zelfbestuur, waarbij met vallen en opstaan eigen verantwoordelijkheid moet worden genomen. En om die reden is het goed het debat vanuit een nul-situatie te voeren, met als oogmerk om het Statuut door een geheel nieuwe Koninkrijks-constructie te vervangen. Kortom: het Statuut is jarig, maar de boodschap moet zijn: weg met het Statuut.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.