of 59232 LinkedIn

Vervolging ministers onmogelijk

In het corruptie-dossier rond het autobedrijf Pon duikt de naam op van VVD-minister Kamp en wel in zijn hoedanigheid als toenmalig minister van Defensie. Wat is de positie van ministers in dit soort strafprocessen? Minister Kamp liet zijn uit Duitsland ingevoerde Audi TT keuren bij Pon en ontving een financieel voordeel op de navigatie. Het zou gaan om een minimale faciliteit van enkele honderden euro’s. 

‘Klein bier’ dus, maar wel relevant omdat op basis van hetzelfde dossier ambtenaren van Defensie voor vergelijkbare kleine bedragen strafrechtelijk worden vervolgd en in hun rechtspositie stevige gevolgen hebben ondervonden. Het autobedrijf Pon kocht strafvervolging af voor een bedrag van maar liefst 12 miljoen euro.

Het bedrijf probeerde destijds zoveel mogelijk functionarissen en politici voor zich in te nemen vanwege een grote order voor dienstauto’s. Bij een dergelijke grote aanbesteding is er voor overheidsfunctionarissen maar één parool: ver weg blijven van de bedrijven die willen scoren. En als er wordt opgespoord en vervolgd dan mag niet met twee maten worden gemeten en moeten – als daar aanleiding voor is – ook bewindslieden in de beoordeling worden betrokken.

Hier nu rijst een substantieel probleem voor het Openbaar Ministerie. Zelfs als er een reden was geweest om minister Kamp aan de tand te voelen, dan zou het OM met vrijwel lege handen hebben gestaan. Voor ministers – en ook voor Kamerleden – geldt de regeling van het ‘forum privilegiatum’. Zij worden bij ambtsmisdrijven beoordeeld door de Hoge Raad in één instantie en voor de vervolging is er een speciale procedure die loopt via de Tweede Kamer en de regering. De normale bevoegdheden van het OM zijn hier uitgeschakeld. De PG bij de Hoge Raad kan alleen maar optreden met een gesloten last tot vervolging van regering en parlement. Deze uit de 19e eeuw stammende regeling is inmiddels volstrekt ondeugdelijk geworden.

Tal van strafrechtelijke waarborgen worden met voeten getreden. Het noodzakelijke onderzoeks- en recherchewerk door politieke instellingen kan niet door de beugel. En de regeling is dan ook in feite niet meer toepasbaar. In 2009 lekte het PvdA-Tweede Kamerlid Paul Tang stukken voor Prinsjesdag aan RTL-nieuws en werd betrapt. Er was een bekennende verdachte. Een door de Tweede Kamer ingestelde speciale commissie-De Wijckerslooth constateerde een evidente strafbaarheid. Het kwam echter niet tot een daadwerkelijke vervolging omdat diezelfde commissie concludeerde dat de vervolgingsregeling voor Kamerleden en bewindslieden geheel onbruikbaar is geworden.

Ondertussen worden tal van lokale en provinciale volksvertegenwoordigers actief vervolgd voor schendingen van hun geheimhoudingsplicht. En in die procedures wordt met regelmaat verwezen naar de feitelijke onmogelijkheid om landelijke politici te vervolgen voor exact dezelfde vergrijpen. Hier is sprake van een evidente en schrijnende rechtsongelijkheid. De Tweede Kamercommissie-Schouten, die vorig jaar het lekken uit de commissie-Stiekem onderzocht, kwam tot exact dezelfde conclusies als de commissie-De Wijckerslooth en riep opnieuw op tot herziening van de betreffende regeling. Regering en parlement hebben een en ander echter in de wind geslagen en niets met de aanbevelingen gedaan.

Nu in het Pon-dossier nog meer feiten opduiken die aanleiding geven bewindslieden te ondervragen – niet alleen Kamp, maar ook de ministers Hillen en Middelkamp zijn inmiddels betrokken –, zal blijken dat de middelen tot opsporing en vervolging niet meer adequaat zijn. En het betekent dat ook bij grotere ambtsmisdrijven er op nationaal niveau een pijnlijk gebrek aan instrumentarium is. Na de affaire-Paul Tang, de commissie-Stiekem en het Pon-dossier geldt dat drie keer scheepsrecht is. Regering en Tweede Kamer kunnen niet opnieuw verzaken. De regeling van het ‘forum privilegiatum’ moet dus nu heel spoedig op de helling worden gezet.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.