of 59232 LinkedIn

Vertrouwenscommissie is failliet

In de Volkskrant schrijft collega Wim Derksen dat de vertrouwenscommissie het ‘ultieme achterkamertje’ is. In beslotenheid wordt bedisseld wie de nieuwe burgemeester wordt. Deze keuze wordt zelden nog gecorrigeerd op het nationale niveau en dat betekent dus dat de gemeenteraad er maximaal over gaat. Van enige transparantie is echter geen sprake en we moeten er daarom dankbaar voor zijn dat er af en toe iemand is die komt melden wat er precies in die commissies gebeurt. Dat lekken is weliswaar strafbaar, maar volgens Derksen is het stelsel van de vertrouwenscommissies werkelijk niet meer van deze tijd. 

Met die conclusie kan worden ingestemd. In Den Bosch is een raadslid aangehouden omdat hij lekte uit de vertrouwenscommissie. In Den Haag twitterde een duo-raadslid dat Plasterk en Marcouch ook kandidaat waren voor het burgemeesterschap van Den Haag. Of het laatste waar is, bleef onduidelijk. Nimmer is een grondige discussie gevoerd over de vraag waarom die vertrouwenscommissies met een zo strikte geheimhouding moeten worden omgeven. Deze specifieke geheimhoudingsplicht is niet goed doordacht en dat wreekt zich al lange tijd. Ondanks het strafrechtelijk geweld dat steeds wordt ingezet en meestal tot niets leidt, moet bezinning plaats vinden op het instituut vertrouwenscommissie. De praktijk laat zien dat het onmogelijk is om een vertrouwenscommissie helemaal gesloten te houden. Aan de fractievoorzitters die er deel van uitmaken, wordt verboden om te communiceren over hun activiteit. Dat is in beginsel een bijna onmogelijke verplichting.

De belangrijkste betrokkenen – de wethouders die met de nieuwe burgemeester moeten samenwerken – zijn in de regel niet of minimaal in de vertrouwenscommissie vertegenwoordigd. Deze wethouders – ook vaak nog voormalig lijsttrekker of functionerend partijleider – mogen formeel dus niet worden geïnformeerd en daarom kiest menig fractievoorzitter voor strikt vertrouwelijk contact met de partijgenoot in het college. Een en ander ook omdat het zorgen voor een breed politiek draagvlak voor de nieuwe burgemeester cruciaal is. Als er in ieder geval bij de coalitiepartijen overeenstemming is over de kandidaat dan is al een halve wereld gewonnen. De kring van betrokkenen wordt daardoor snel groter. Daarnaast weten kleinere oppositiepartijen dat deze politieke deals worden gesloten en uit een gevoel van onmacht wordt dan nogal eens gelekt met als doel om een spaak in het wiel te steken.

Er zijn dus in ieder geval twee structurele bronnen waardoor de geheimhouding met regelmaat wordt geschonden en er allerlei gedoe ontstaat. Keer op keer wordt aangetoond dat het stelsel van de vertrouwenscommissies daadwerkelijk failliet is en aanpassingen noodzakelijk zijn. Derksen stelt voor om dan maar meteen de rechtstreeks gekozen burgemeester in te voeren. In dat geval doen deze problemen zich niet meer voor. De discussie over rechtstreekse verkiezing komt zonder twijfel weer terug en het is van belang om dat debat goed en grondig te voeren. Maar ook binnen het huidige stelsel zijn er mogelijkheden. Een commissie uit de raad kan zich bezig houden met de voorselectie van twee kandidaten die vervolgens aan de openbaarheid worden prijs gegeven.

Na presentaties kan dan op basis van een publiek debat in de raad een keuze worden gemaakt over de volgorde van de beide kandidaten op de aanbeveling. Openbare voordrachten komen bijvoorbeeld ook bij de Hoge Raad voor. Het argument dat verliezende kandidaten beschadigd kunnen raken in hun bestaande functie is niet meer voldoende overtuigend om het huidige krakkemikkige stelsel in stand te houden. En als personen daar bang voor zijn, moeten ze gewoon niet solliciteren.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door L.J.M. Bolks op
Nog logischer is om de burgemeester af te schaffen. Zowel de gemeenteraad als het college van wethouders kunnen best ieder uit hun midden een eigen voorzitter (als primus inter pares) benoemen. Voor het provinciale niveau geldt uiteraard hetzelfde. Wel dient de Commissaris van de Koning te blijven bestaan, maar dan buiten het provinciebestuur en puur als rijksorgaan. Die krijgt dan een rol vergelijkbaar met de prefect in Frankrijk of de Rijksvertegenwoordiger op de BES-eilanden.
Door Sybren Singelsma (ambtenaar EU) op
De benoeming van de burgemeester door de minister , is een reliek uit de negentiende eeuw om ervoor te zorgen dat de nieuwe eenheidstaat niet zou lijden onder centrifugale krachten. paradoxaal genoeg heeft de poging hier een democratisch tintje aan te geven meet een vertrouwenscommissie op lokaal niveau ons alleen maar verder in de tijd teruggebracht naar het tiujdperk van de regenten.
Hoog tijd dus voor een (directe) verkiezing van de burhgemeester, en in dan ook meteen maar de commissaris van de koning.