of 59232 LinkedIn

Verander taakstelling gemeenten

‘Gemeenteraden hebben zich uit het publieke hart laten verjagen’, schrijft de griffier van Almere Jan Dirk Pruim in BB 09. Er moet aan betekenisvolle verbeteringen worden gewerkt om het tij te keren. Daarbij bieden experimenten het belangrijkste aanknopingspunt. 

De analyse van Pruim deel ik. Het gaat niet goed met de lokale volksvertegenwoordigingen. Pruim schrijft dat in de afgelopen decennia de gemeenteraad steeds meer opgesloten is geraakt in het gemeentehuis. Sinds de dualisering was het oogmerk de lokale volksvertegenwoordiging meer van de straat en minder van de staat te maken. Dat oogmerk is overwegend niet gerealiseerd. Ten opzichte van de colleges zijn de raden zelfbewuster en sterker geworden, maar de luiken zijn niet open gegooid en de rolverwarring is naar grote hoogten gegroeid.

Pruim doelt daarbij in de eerste plaats op het sterk groeiende niemandsland tussen gemeenten en provincie: de regio. De raden spelen daarin nauwelijks een rol van betekenis en de regio dus ook niet in de beleving van het gemiddelde raadslid. Die trek naar het vage regionale bestuur heeft een verwoestend effect op de sturingsmogelijkheden van de gemeenteraden.

Legio pogingen worden gedaan om constructies te bedenken waardoor de raad weer in het zadel wordt gehesen, maar het is net als in de Europese Unie. Je kunt van alles bedenken, maar uiteindelijk zijn er 28 partners die het eens moeten worden en dan is ieder afzonderlijk land sterk afhankelijk van de anderen. Veel meer verwoesting is aangericht door de ingrijpende veranderingen in het takenpakket van de gemeenten. Waar voorheen de lokale autonomie met een groot en vrij besteedbaar budget de kurk vormde waarop de lokale democratie dreef, is van die autonomie niets meer over. De vrije budgetten zijn tot ver onder het aanvaarbare gedaald en op navraag aan een representatieve groep gemeenteraadsleden weet ruim de helft van hen geen antwoord te geven op de vraag wat onder lokale autonomie wordt verstaan. De gemeente is verworden tot een medebewindsfabriek, een uitvoeringskantoor van de vakdepartementen.

Pruim wijst erop dat bij de recente decentralisaties nog weer een stap verder is gezet in dit destructieve proces. In het sociaal domein zou er veel ruimte moeten zijn voor sturende en controlerende gemeenteraden. Het tegendeel is het geval. ‘In die dossiers wordt beleid al doende gemaakt. De praktijk bepaalt de kaders, niet andersom (…) Maar wat als er van een klassieke kaderstellende rol feitelijk geen sprake meer is? Als kaderstellen een op de uitvoeringspraktijk betrokken nabijheid vraagt die raadsleden niet kunnen en niet moeten willen leveren. Wat dan?’, aldus Pruim.

Dit is de kern van het actuele probleem. Lokale democratie vereist ruimte voor politieke keuzes en sturing. Dat is wat raadsleden en kiezers zich voorstellen van een rechtstreeks gekozen raad. Als hoofd van de gemeente levert in dat beeld de gemeenteraad de context voor politieke beslissingen die bepalend zijn voor de plaatselijke gemeenschap. Die rol is de gemeente structureel ontnomen. Het takenpakket van de gemeente deugt dus niet meer.

Alle pogingen om de lokale democratie te vitaliseren, zullen falen als dat takenpakket blijft zoals het nu is. Een groot deel van het overwegend gesloten medebewind moet worden opgeruimd en de gemeentelijke autonomie en het vrije medebewind moeten over de hele linie nieuw leven worden ingeblazen. Pruim bepleit aan het einde van zijn essay om veel te experimenteren en de faciliteiten voor de raad te versterken. Dat kan een bijdrage leveren, maar het is symptoombestrijding en neemt de kwaal niet weg. Zijn pleidooi gaat niet ver genoeg. De bakens moeten veel forser worden verzet. Het takenpakket van de gemeenten moet over de hele linie op de schop.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.