Volg ons op: , LinkedIn of

Kijk snel bij: Abonnementen Vacatures BB Magazine

Van goede bedoelingen en dingen die nooit voorbijgaan

Paul Frissen
De afgelopen weken heb ik in alle rust - vanwege een operatie ben ik aan huis ‘gekluisterd’ - de kranten kunnen uitpluizen. Ik volg het nieuws, de sport en alle divertissement, en verslind de opiniebijdragen en ingezonden brieven. Voor mij geen komkommertijd.

Op de terreinen die mij meer dan normaal boeien, draait de wereld door met beleidswijziging, stelselherziening en protocollering. Tragiek kent geen seizoen, net zo min als goede bedoeling en ideaal. Zo hebben Nederlandse gynaecologen een IVF-protocol gemaakt. Protocollen zijn voor duiding van de tijdgeest wat etiquetteboeken voor Norbert Elias waren.

 

Voortaan moet een IVF-verzoek extra kritisch worden beoordeeld. In het belang van het kind, uiteraard. Een vrouw met een kinderwens die alleen via IVF vervuld kan worden, kan maar beter niet drinken of roken, noch te dik zijn of alleenstaand. Dat zijn immers risicofactoren voor een gezonde en gelukkige kindertijd.

 

Het protocol ontbeert weliswaar nog enige precisie - hoeveel te dik, hoeveel glazen wijn, wanneer gestopt met roken, hoe alleenstaand? - maar uit registraties die ongetwijfeld zullen worden bijgehouden, zal men snel standaarden en gemiddelden afleiden. Evidence based natuurlijk.

 

De gynaecologen kunnen wellicht gebruik maken van een vragenlijst die de gemeente Venray aan aanstaande ouders voorlegt om hun geschiktheid voor het ouderschap te testen. Aan alle aanstaande ouders: we kennen rechtsgelijkheid. Weigering de vragenlijst in te vullen, zal leiden tot een preventieve melding in het nog aan te leggen kinddossier.

 

Ik mag aannemen dat de vragenlijst niet bedoeld is voor zwangere inwoners van Venray. Of zal de gemeente bij een negatieve uitkomst van hun vragenlijst verplichte abortus aanbieden? ‘Aanbieden’ is moderne beleidstaal voor overheidsdwang. Klinkt veel vriendelijker, toch? Het Orwelliaanse streven van de gemeente krijgt in de krant hartstochtelijk steun van de vereniging Stevig ouderschap die een vergelijkbare vragenlijst hanteert en inmiddels ruim een derde van de gemeenten als klant heeft.

 

Ik heb dankzij een van mijn medewerkers die een paar jaar geleden vader werd zo’n vragenlijst in bezit. Daarin wordt vrolijk geïnformeerd naar mishandelgedrag, depressiviteit en drugsgebruik van de jonge ouders. Nu heet mijn medewerker Martijn en zijn dochter Fleur: namen die niet op een risicocategorie duiden. Gaat het echter om Wesley en, noem eens wat, Yolante, en zijn er stevige tattoos en piercings zichtbaar, dan zou dat zo maar de aandacht van een interventieteam kunnen trekken.

 

Gelukkig hebben we in Nederland wethouders die vervuld van hooggestemde idealen een persoonlijke kruistocht tegen kindermishandeling leiden. Prominent vertegenwoordigster daarvan is de Rotterdamse PvdA-wethouder Kriens. Zij wil dat alle instellingen voor jeugdzorg en kindhulpverlening in haar gemeente een ‘meldcode huiselijk geweld’ ondertekenen. Natuurlijk is deze code samen met professionals ontwikkeld en is ondertekening vrijwillig.

 

Wat de wethouder feitelijk wil, is dat alle hulpverleners in haar gemeente ook opsporingsambtenaar worden, dat het ambtsgeheim van huisartsen en medisch specialisten (psychiaters) wordt opgeheven en dat hulpverlening en interventies in gezinnen onderwerp van politieke sturing worden.

 

Nou hebben sociaal-democraten het goed met de mensheid voor. Maar wat als het om een populiste zou gaan? Dat mag natuurlijk niet uitmaken. De reikwijdte en normatieve aanvaardbaarheid van politieke macht mogen nooit afhangen van toevallige politieke kleur.

 

Een Rotterdamse instelling, het RIAGG, heeft ondertekening geweigerd. Prompt heeft de wethouder vooruitlopend op landelijke wetgeving drie ton aan subsidie ingetrokken. Dat kan geen bestuursrechter anders zien dan als détournement de pouvoir. In een ingezonden brief in de Volkskrant bevestigt de wethouder dat overigens vrolijk.

 

Het RIAGG mag weigeren te tekenen, maar dan mag de gemeente weigeren te betalen. Subsidievoorwaarden noemt ze dat. Ik noem dat politieke disciplinering.

 

Paul Frissen is decaan en bestuursvoorzitter van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur en hoog leraar bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg

Print dit artikel
Mail dit artikel
Deel dit artikel op

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door WJLH op
Lees ook het artikel 'Radicale politiek als vuilnisdienst' in Trouw van dinsdag 3 augustus. Hierin wordt Finkelkrauts weerzin tegen de opvatting dat de politiek 'alle leed en onvolmaaktheid kan opruimen' besproken. Deze hoogmoed noemt Finkelkraut radicale politiek.

Vacatures

Partner Bijdragen

recente bijdragen