Trage molens
De afschaffing van de ambtenarenstatus staat steeds prominenter op de agenda. Voor ‘normalisering’ bestaat een aantal argumenten. Het procesrecht is er daar één van. Het bestuursprocesrecht is op ambtenarenzaken gewoon van toepassing. Ambtenarenzaken kunnen daardoor erg lang duren. Een complexe ontslagzaak kan meer dan 10 jaren duren! Dat lijkt overdreven, maar het komt voor. Lees en huiver.
Een ambtenaar ging in 2001 werken op een beleidsafdeling, maar viel na enkele maanden ziek uit. De diagnose was: overspannen. Vervolgens ontspint zich een discussie over het spreekuur van de bedrijfsarts. De ambtenaar werkt nergens meer aan mee en schakelt een rechtshulpverlener in. Kortom, er ontstaat een arbeidsconflict. Vanwege de weigering om nog brieven van de werkgever open te maken mist de ambtenaar vervolgens een aantal oproepen van de bedrijfsarts. De werkgever heeft er inmiddels schoon genoeg van en ziet in de herhaalde weigering van de ambtenaar een aanleiding voor een strafontslag.
Dan komt de hele discussie in de – trage – molens van het bestuursprocesrecht. Bedenkingenprocedure, bezwaar, beroep bij de rechtbank. Pas na bijna vijf jaren lag het ontslagbesluit bij de hoogste ambtenarenrechter. De uitspraak was verrassend. Hoewel zowel de bezwarencommissie als de rechtbank de werkgever eerder gelijk gaven, vernietigde de Centrale Raad van Beroep het ontslagbesluit. De werkgever had met de ambtenaar afgesproken dat alle brieven naar de rechtshulpverlener moesten worden gezonden. De Centrale Raad vond daarom dat de ambtenaar brieven van zijn werkgever niet open hoefde te maken. Dat de ambtenaar het spreekuur van de bedrijfsarts mistte, was daarom niet verwijtbaar (LJN AV 3952).
De uitspraak van de Centrale Raad had grote gevolgen. Omdat het primaire ontslagbesluit was vernietigd, was de ambtenaar nooit ontslagen. De ambtenaar had daarmee achteraf nog aanspraak op bezoldiging over de voorgaande jaren. De ambtenaar had in die periode (van vijf jaren) ook inkomsten van UWV en uit nieuwe werkzaamheden gehad. Dit moest allemaal worden verrekend, en dat zijn niet de eenvoudigste berekeningen. Bovendien: de aanstelling was nog steeds niet beëindigd. Partijen gaan in een dergelijk geval meestal in onderhandeling over een oplossing. Maar toen die niet kon worden gevonden restte de ambtelijk werkgever niets anders dan de ambtenaar weer toe te laten tot het werk. Maar dat wilde de ambtenaar niet meer.
Dit alles leverde weer voer op voor een aantal nieuwe besluiten, en een jarenlange juridische discussie. Die overigens nog steeds niet is afgerond.
Het wetsvoorstel normalisering ambtenarenstatus voorziet in een ontkoppeling van het bestuursprocesrecht en het ambtenarenrecht. Of de beoogde ‘normalisering’ van de ambtenarenstatus in alle gevallen voordelen biedt boven de huidige situatie, betwijfel ik. Maar een ambtenarenzaak die meer dan 10 jaar duurt, dat is niet uit te leggen.
Anja Hoffmans
Clingendael Advocaten
Dan komt de hele discussie in de – trage – molens van het bestuursprocesrecht. Bedenkingenprocedure, bezwaar, beroep bij de rechtbank. Pas na bijna vijf jaren lag het ontslagbesluit bij de hoogste ambtenarenrechter. De uitspraak was verrassend. Hoewel zowel de bezwarencommissie als de rechtbank de werkgever eerder gelijk gaven, vernietigde de Centrale Raad van Beroep het ontslagbesluit. De werkgever had met de ambtenaar afgesproken dat alle brieven naar de rechtshulpverlener moesten worden gezonden. De Centrale Raad vond daarom dat de ambtenaar brieven van zijn werkgever niet open hoefde te maken. Dat de ambtenaar het spreekuur van de bedrijfsarts mistte, was daarom niet verwijtbaar (LJN AV 3952).
De uitspraak van de Centrale Raad had grote gevolgen. Omdat het primaire ontslagbesluit was vernietigd, was de ambtenaar nooit ontslagen. De ambtenaar had daarmee achteraf nog aanspraak op bezoldiging over de voorgaande jaren. De ambtenaar had in die periode (van vijf jaren) ook inkomsten van UWV en uit nieuwe werkzaamheden gehad. Dit moest allemaal worden verrekend, en dat zijn niet de eenvoudigste berekeningen. Bovendien: de aanstelling was nog steeds niet beëindigd. Partijen gaan in een dergelijk geval meestal in onderhandeling over een oplossing. Maar toen die niet kon worden gevonden restte de ambtelijk werkgever niets anders dan de ambtenaar weer toe te laten tot het werk. Maar dat wilde de ambtenaar niet meer.
Dit alles leverde weer voer op voor een aantal nieuwe besluiten, en een jarenlange juridische discussie. Die overigens nog steeds niet is afgerond.
Het wetsvoorstel normalisering ambtenarenstatus voorziet in een ontkoppeling van het bestuursprocesrecht en het ambtenarenrecht. Of de beoogde ‘normalisering’ van de ambtenarenstatus in alle gevallen voordelen biedt boven de huidige situatie, betwijfel ik. Maar een ambtenarenzaak die meer dan 10 jaar duurt, dat is niet uit te leggen.
Anja Hoffmans
Clingendael Advocaten
Reactie op dit bericht
Daarna schreven we een brief aan de gemeente met de mededeling dat het vonnis op een leugen was gebaseerd. Iets wat je niet doet in een rechtsstaat waar een vonnis op bewijzen en argumenten en bovenal op eerlijkheid gebaseerd dient te zijn. Zelfs de ombudsman van de gemeente (een eigen ombudsman is in het klachtrecht not done want het voordeel van de korte lijntjes en kennis van de organisatie is tevens het nadeel: je moet sterk zijn om iemand ter verantwoording te durven roepen met wie je ooit samenwerkte. Degene die bij de CRvB loog, beantwoordde de brief -niet integer, maar ja zulke dingen gebeuren nu eenmaal- stelde dat ze niet hadden gelogen.
Haar brief was echter een beschikking, hoewel zij dat niet als zodanig had aangemerkt, dus wij in bezwaar bij de bezwarencommissie personeelsbesluiten. Deze waren pissed of want hoe haal je het in je hoofd om het vonnis van de CRvB niet te respecteren? Maar hoe kun je een vonnis respecteren dat op een leugen en misleiding van de rechter is gebaseerd?
De gemeente stelde dat wij, impliciet het behandelde in de rechtszaal verkeerd hadden begrepen, en vroegen de notulen op: deze bevstigde de bedriegerij van de berokken ambtenaren. In zeg niet dat de gemeente niet integer is, maar ze vaardigen wel mensen af die de belangen van de gemeente verdedigen door te liegen.
Aangezien deze zitting bij de commissie nu vrier weken geleden is, is het 'advies' nog niet bekend. Maar wat ik wil zeggen, pas het arbeidsrecht aan aan het ambtenarenrecht want de ambtenaar heeft nog verschillende mogelijkheden om recht te zoeken, en dat schijnt voor de particuliere werknemer niet zo te zijn: en er wordt wat afgelogen door werkgevers...
Als ik de geschetste gang van zaken lees heeft de gemeente geblunderd bij de aanpak van deze personeelszaak en telkens de regels geschonden. Een hoofdregel van bestuursrecht is dat de gemachtigde de adressant wordt. Dat is op veel PO-afdelingen niet doorgedrongen maar mag niet het probleem van de werknemer worden. De ambtenarenrechter kijkt gewoon of de regels op goede wijze zijn toegepast en de regels nageleefd zijn. Daar is helemaal niets mis mee. Mijn stelling is dat het ambtenarenrecht nooit om de reden aangepast mag worden om blunderende werkgevers te beschermen.