of 59250 LinkedIn

Slapende rekenkamer kan echt niet meer

In 2015 kwam minister Plasterk met een plan van aanpak – Actieplan – voor de rekenkamers. We zijn nu bijna drie jaar verder en nog vrijwel niets opgeschoten. In een onderzoek dat in 2013 in opdracht van de NVRR – de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies – werd gehouden, kwam naar voren dat in enkele tientallen gemeenten deze voorziening ontbreekt. 

In enkele gevallen is daarbij sprake van frictieproblemen, maar overwegend hebben de betreffende gemeenteraden geen zin in pottenkijkers van de rekenkamer. Door gebrek aan budget, moeizame verhoudingen met de raad, of overige personele vraagstukken waren er in 2013 daarnaast nog enkele tientallen andere rekenkamers (en commissies) die marginaal tot zeer marginaal functioneerden.

In 2018 is die situatie er bepaald niet beter op geworden. Ongeveer 85 procent van de gemeenten heeft een goed tot zeer goed functionerende instelling. Bij globaal 15 procent van de gemeenten is de boel niet op orde of ontbreekt zelfs iedere activiteit. Door het Actieplan van Plasterk uit 2015 zou aan deze gebrekkige situatie snel een einde worden gemaakt, zo was de aankondiging. Het is er niet van gekomen en dat is een schande. Nog in februari 2017 werd in de Tweede Kamer een moeizame discussie met Plasterk gevoerd over de vraag of raadsleden nu wel of niet actief in de rekenkamercommissies zouden moeten kunnen functioneren. Onenigheid alom.

De minister betoogde dat de raadsleden uit de commissies moeten om de rekenkamercontrole zuiver te houden. Diverse Kamerleden vonden dat een en ander behoort tot de autonomie van de gemeenten. Ook in de sfeer van het noodzakelijke budget en op andere punten kon geen begin van overeenstemming worden bereikt. Het aangekondigde wetsvoorstel is er dan ook niet gekomen en in rekenkamerland duurt de verwarring voort. Sommige gemeenten geven maximale helderheid en hebben de rekenkamer of rekenkamercommissie gewoonweg afgeschaft. Andere gemeenten doen in feite hetzelfde, maar dan wat subtieler. Door een stelselmatige verlaging van het budget wordt de reikwijdte van de rekenkamerfunctie in die gevallen zodanig marginaal dat er van een volwaardige positie nauwelijks meer kan worden gesproken.

Ondertussen wordt allerwegen hoog opgegeven van het belang van rekenkameronderzoek, mede in verband met de sterk uitgebreide taakstelling van de gemeenten, zoals in het sociaal domein. Dit alles kan zo niet langer doorgaan. De huidige Gemeentewet is klip en klaar. Gemeenten zijn verplicht een rekenkamer of rekenkamercommissie aan het werk te zetten. Dat betekent dat gemeenten die dit verzuimen hard moeten worden aangepakt. De minister moet een aanwijzing sturen aan de betreffende gemeenten. Ook is het in strijd met de Gemeentewet om de rekenkamercontrole te marginaliseren door budgetverlaging etc. Ook hier moet krachtig tegen worden opgetreden.

In een nationale regeling – bij voorkeur de wet – moeten de minimumvoorwaarden worden geformuleerd en voor het overige kunnen gemeenten autonoom op eigen kracht of in samenwerking met andere gemeenten aan deze cruciale functie invulling geven. In de jaren na 2002 en 2006 werd lange tijd betoogd dat het nuttig is met allerlei varianten te experimenteren. Op basis van die experimenten zouden dan definitieve wettelijke keuzes gemaakt worden. Die periode van experiment duurt nu al twaalf jaar en het algemene beeld geeft een teken van onmacht van wetgever en minister om hier definitief knopen door te hakken.

Kortom: doorpakken en afronden, zodat de nieuwe gemeenteraden zo spoedig mogelijk een duidelijk referentiekader hebben. Dat kan eerst in een circulaire en daarop volgend door invoering van de noodzakelijke wettelijke aanpassingen.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.