of 59054 LinkedIn

Selectief toezicht van Koninkrijk

Nederland is in tal van opzichten gebonden aan de Europese besluitvorming en staat onder Europees toezicht, vooral op het financiële vlak. Minder bekend is dat ons land ook is gebonden aan de normen van het Koninkrijk.

Zo formuleert art. 43 van het Statuut dat de landen een rechtsstaat moeten zijn en dat er deugdelijk moet worden bestuurd. Worden deze normen geschonden dan kan de Koninkrijksregering als ultimum remedium ingrijpen in Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Het financiële toezicht op de Caribische landen staat in dat teken en de norm van deugdelijk bestuur en rechtsstaat vormt ook overigens de grondslag van tal van arrangementen die voor de “West” zijn getroffen.

Is Nederland nu ook aan die norm van deugdelijk bestuur gebonden? Jazeker. De Raad van State constateert bijvoorbeeld in zijn recente jaarverslag dat het met de uitvoerbaarheid van wetgeving in Nederland beroerd is gesteld. Dit mankement lijkt derhalve structurele trekken te vertonen, met daarbij de decentralisatiewetgeving als voorlopig treurig dieptepunt. Ook kan met droge ogen worden beweerd dat door het veel te lang open houden van kolencentrales de CO2 uitstoot veel te hoog blijft en er derhalve structurele milieuschade is. Twee vormen van evident ondeugdelijk bestuur, zo zou je zeggen. Hoe komt het nu dat het Koninkrijk – waartoe vier landen behoren – wel regelmatig de Caribische rijksgenoten op de vingers tikt of dreigt, maar Nederland in dit opzicht geheel links of rechts laat liggen. De oorzaak daarvan is dat het toezicht uit art. 50 van het Statuut niet geldt voor Nederland, maar alleen voor de Caribische landen. Art. 50 lid 2 formuleert dat het toezicht in Nederland nationaal moet worden georganiseerd en dat daarvoor geen Koninkrijkstoezicht voorhanden kan zijn en wel omdat de regering van het Koninkrijk samenvalt met de regering van Nederland.

Wel werd daar destijds bij gezegd dat de gevolmachtigde ministers in de Koninkrijksregering erop aan kunnen dringen dat ook Nederland zich houdt aan de genoemde normen. In de praktijk komt het daar natuurlijk niet van, want een gevolmachtigd minister maakt zich volstrekt belachelijk indien hij dergelijke kwesties probeert te agenderen. De aanwezige mogelijkheid uit de toelichting werd destijds opgeschreven om in ieder geval de schijn op te houden dat de landen in het Koninkrijk zich in een positie van gelijkwaardigheid bevinden. In de praktijk is daar natuurlijk geen sprake van. Allerlei vormen van ondeugdelijk bestuur in Nederland kunnen naar hartenlust worden gecombineerd met verreikende interventies in het Caribisch gebied. Het Koninkrijkstoezicht is derhalve naar norm en feit selectief en dat was en is ook uitdrukkelijk de bedoeling.

De hele statutaire opzet kent veel meer van dit soort schijnconstructies. De indruk wordt gewekt dat het Koninkrijk boven de landen staat, federale trekken vertoont, maar in de praktijk is het Koninkrijk Nederland en hebben de Caribische landen per saldo en als het er om spant alleen maar de mogelijkheid om lege briefjes in te leveren. Er zijn tal van oor­zaken voor de moeizame verhoudingen in het Koninkrijk, maar de weeffouten in het Statuut vormen een zelfstandige bron van vele zwarig­heden. Het Statuut in deze vorm heeft dan ook zijn langste tijd gehad en moet worden vervangen door een fair samenwerkingsdocument.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.