of 59045 LinkedIn

Regime ambtelijke bijstand is volwassen

De burgemeester van de gemeente Echt-Susteren – Jos Hessels – gaat in Nijmegen promoveren op het vraagstuk van de ambtelijke bijstand aan raadsleden, zo meldde Binnenlands Bestuur in het vorige nummer. Burgemeester Hessels meldt dat zijn conclusie eigenlijk al vaststaat en dat hij vanwege de ernst van het vraagstuk niet wil wachten tot zijn boek over vijf jaar klaar is. 

Hij wil reeds nu de bevindingen van zijn dissertatieonderzoek aan de man brengen. Zijn probleem – dat van de ambtelijke bijstand aan raadsleden – zou daarom meteen fundamenteel moeten worden aangepakt en wel door de regelgeving te veranderen en na te denken over reparatie van de huidige toestand.

Deze hoge staat van opwinding bij de burgemeester wordt door het volgende veroorzaakt. De huidige regeling voor ambtelijke bijstand werd behandeld in de dagen dat in New York de Twin Towers werden geraakt. Daarom zou die regeling onvoldoende aandacht hebben gehad en hebben geleid tot een verslechtering van de positie van de gemeenteraden, tot een weeffout, tot gebakken peren etc. Hessels letterlijk: ‘De wet wordt er ’s avonds laat doorheen gejast. Verbaast het je dan dat men artikel 33 van de Gemeentewet over het hoofd ziet en de ambtelijke bijstand in juridisch drijfzand terechtkomt? Niemand had zijn hoofd erbij. Met dank aan Al Qaeda.’ Voorheen ondersteunde de gemeentesecretaris de raad en was de raad de baas over het ambtelijk apparaat. Nu de griffier de plaats van de secretaris heeft ingenomen en het college de baas is over de ambtenaren, zou de ambtelijke bijstand aan raadsleden heel ingewikkeld zijn geworden en leiden tot allerlei problemen. Oorzaak: de ondoordachte regeling in de Gemeentewet.

Hessels heeft een punt waar het gaat om de huidige praktijk. Indien ambtenaren moeten werken voor raadsleden – bijvoorbeeld bij initiatiefvoorstellen – kan dat leiden tot loyaliteitsproblemen, met name in de relatie ambtenaar-wethouder. Het is vooral de gemeentesecretaris die hiervoor oplossingen moet aanreiken, in overeenstemming met de griffier. Bij grotere griffies kan die bijstand vanuit de griffie worden geleverd of door ambtenaren tijdelijk bij de griffie te detacheren. In andere gevallen moeten er goede afspraken worden gemaakt. Er zijn in ons land tal van formats ontwikkeld, waardoor het stelsel van ambtelijke bijstand alleszins redelijk functioneert en het is goed al die vormen eens op rij te zetten en de voor- en nadelen te bespreken.

Het betoog van Hessels loopt echter volledig uit de rails ten aanzien van het uitgangspunt. Voordat het wettelijke recht op ambtelijke bijstand werd ingevoerd, was er in de praktijk nauwelijks enige sprake van deze bijstand. De gemeentesecretaris moest de raad weliswaar bijstaan, in de praktijk lag de loyaliteit van de se­cretaris echter vrijwel geheel bij het college. De raad had weliswaar zeggenschap over het ambtelijke apparaat, maar dat betekende niet dat de raad voor het eigen werk uitgebreid gebruikmaakte van ambtelijke faciliteiten. Volkomen integendeel. Pas na de verandering van de wet is het stelsel van ambtelijke bijstand geleidelijk tot wasdom gekomen. Dus de conclusie op voorhand dat het regime van de ambtelijke bijstand door de ondoordachte wettelijke interventie tijdens de hectische dagen van ‘nine eleven’ tot een verslechtering heeft geleid, is een slag in de lucht en de burgemeester vliegt op dit punt dan ook groots uit de bocht. Op het eerste oog lijkt het een mooi verhaal met Al Qaeda in de hoofdrol, maar de facto is de stelling van Hessels een enorme canard.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Satire (modus off) op
Elzinga is het prototype van een studeerkamergeleerde. Die nog nooit de hitte van de keuken heeft ervaren. Bovendien behept met het onaangename karaktertrekje dat hij zijn eigen ongelijk niet kan bekennen.
Eigenlijk is heel dat door hem bedachte dualisme in de praktijk op een grote flop uitgedraaid. Maar dat zal Us Douwe nooit toegeven.
Door Criticus op
Vreemd. Enerzijds erkent dhr Elzinga het probleem dat dhr Hessels aankaart: "Hessels heeft een punt waar het gaat om de huidige praktijk.".

Tegelijkertijd lijtk erop dat dhr Elzinga de discussie via de beruchte stropop-truc afleidt van dat punt door in te zoemen op de vermeende oorzaak.
Bewuste keus van een slechte verliezer, of onbewust wegens gebrek aan inhoudelijk weerwoord?