of 59045 LinkedIn

Plasterk erkent klankborden

Minister Plasterk had getwitterd dat bij burgemeestersbenoemingen de geheimhouding wordt aangehouden, terwijl in het proces-Van Rey werd betoogd dat er veel aan ‘klankborden’ wordt gedaan. Nu zijn twitterende ministers – vanwege de impulsiviteit van het medium en vanwege in dit geval een lopend strafproces – sowieso een gevaar voor zichzelf, maar los daarvan roept een en ander de vraag op hoe het nu precies zit.

Plasterk betoogde bij de rechter dat naar zijn waarneming de benoemingsprocedures goed en zonder incidenten verlopen en dat er geen aanwijzingen zijn dat bijvoorbeeld kandidaten worden ingelicht over de aard van het sollicitatiegesprek, de vragen die zullen worden gesteld etc. Wat dat laatste punt betreft, heeft de minister vast het gelijk geheel aan zijn zijde. En als het wel voorkomt, moet daar natuurlijk strafrechtelijk korte metten mee worden gemaakt, want het benadeelt andere sollicitanten op onaanvaardbare wijze. De bewijsvoering dat het niet voorkomt, is echter nogal lasting. Eventuele daders zwijgen uiteraard als het graf.

Er zijn drie gevallen bekend van (vermeende) lekken. In Delft filmde een pizzabakker de telefoongesprekken tussen een wethouder en een kandidaat-burgemeester. In Roermond en Stichtse Vecht was er toevallige bijvangst uit afgeluisterde telefoons door de justitiële autoriteiten. Wordt er wel gelekt, maar niet afgeluisterd, dan liggen de daders op het kerkhof en zijn er ook geen incidenten die aan de minister kunnen worden gemeld. Dus maximale zekerheid is niet te bieden en een minister die een dergelijke zekerheid voor de rechter verklaart, zit zomaar in een meinedige sfeer als het tegendeel blijkt. Tegenover de rechter was Plasterk dan ook veel voorzichtiger dan in zijn onverstandige twitterbericht.

Maar er bestaan meerdere soorten klankborden. Algemeen wordt aangenomen dat er in de voorfase van een vertrouwenscommissie veelal druk wordt gelobbyd welke kandidaten bij een burgemeestersvacature in de race worden gebracht. Daar worden soms ‘bondjes’ gesloten, is er coalitieoverleg, worden profielen naar kandidaten toegeschreven en is er bij grotere gemeenten landelijke betrokkenheid. De vooronderstelling dat betrokkenen bij dit lobbycircuit zich geheel terugtrekken nadat de vertrouwenscommissie aan de slag is gegaan, is van een grote naïviteit.

Lekken vanuit de vertrouwenscommissie naar sollicitanten komt waarschijnlijk weinig voor, maar vormen van vertrouwelijk, partijgenootschappelijk overleg voorafgaand aan de vertrouwenscommissie en soms doorlopend tijdens de werkzaamheden van de commissie zijn er wel degelijk. Het is een praktijk die is ingesleten toen er door Den Haag nog wel eens van de aanbeveling werd afgeweken. Dan was een kandidaat die door de raad, maar ook door het voltallige college werd gedragen niet te passeren, maar dat vereiste wel ‘politieke finetuning’.

Tegenwoordig is een sterke kandidatuur vaak beslissend voor het resultaat. Veel leden van vertrouwenscommissies denken dat ze met een gesloten front kandidaten hebben geselecteerd en de keuze voor de nieuwe burgemeester in gezamenlijkheid en beslotenheid hebben gemaakt. Zij die in de voorfase al enige activiteit hebben ondernomen en daarna enig gezamenlijk draagvlak voor de droomkandidaat hebben geschapen, laten dat beeld graag bestaan. Maar ondertussen betekent het wel dat dergelijke vormen van partijpolitiek ‘klankborden’ onuitroeibaar zijn en veelvuldig voorkomen.

Het meest bijzondere van het optreden van de minister in Rotterdam was dan ook dat hij het bestaan van deze vorm van partijpolitiek ‘klankborden’ erkende. Daarmee is nu van regeringszijde vastgesteld dat de vertrouwenscommissie op dit punt een dichte gaatjespan is. En daarmee is het hek flink van de dam en zal deze rommelige en ondoorzichtige benoemingsprocedure snel moeten veranderen.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.