of 58959 LinkedIn

Overijld onderzoek

Deze maand kwam de rector van een particuliere onderwijsinstelling negatief in het nieuws. Hij zou in zijn lange wetenschappelijke carrière veelvuldig plagiaat hebben gepleegd. Dit type verdenkingen vergt nauwgezet onderzoek. In dit geval zullen de verschillende publicaties van de rector naast allerlei bronnen uit zijn vakgebied gelegd moeten worden.

Vanuit mijn ervaringen na drie jaar Onderzoeksraad, heb ik mij een beeld kunnen vormen van de voorwaarden voor goed intern onderzoek naar vermoede misstanden. Als ik dan in een Volkskrant-artikel lees dat de betrokken instelling een interne onderzoekscommissie onder leiding van de rechterhand van de rector had ingesteld en dat die twee dagen later al in een voorlopige conclusie heeft gesteld dat er geen sprake is van plagiaat, begin ik mijn wenkbrauwen te fronsen. Niet om de conclusie zelf maar om de snelheid ervan.

 

De Onderzoeksraad Integriteit Overheid neemt een melding in principe alleen in behandeling als de melder de kwestie eerst intern, binnen zijn eigen organisatie, heeft aangekaart. Dezelfde voorwaarde staat ook in het wetsvoorstel Huis voor klokkenluiders. De reden daarvoor is dat integriteit eerst en vooral een zorg van een organisatie zelf moet zijn en niet iets is dat van buitenaf wordt opgelegd.

 

Wat wij nog vaak zien is dat het hoofddoel van een intern onderzoek vooral lijkt te zijn geweest om zo vlug mogelijk van een onplezierige kwestie af te komen. De leiding wil snel resultaat en betrekt daarom zo min mogelijk mensen bij het onderzoek om de rust te bewaren en de zaak niet "erger te maken dan zij al is.” Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat deze reflex een rol heeft gespeeld bij de inrichting van het interne onderzoek bij de onderwijsinstelling met de van plagiaat betichte rector.

 

Een andere veelgemaakte fout bij intern onderzoek is dat er niet genoeg met de melder gecommuniceerd wordt. Er vindt bijvoorbeeld geen afstemming plaats over wat de precieze onderzoeksvragen moeten zijn. Dan kan het gebeuren dat zelfs als er wel met enige diepgang wordt onderzocht, de melder zich uiteindelijk niet in de resultaten herkent, omdat in zijn of haar ogen het verkeerde is onderzocht.

Ook is er de neiging om de melder gedurende het interne onderzoek in het ongewisse te laten over de inrichting ervan en over de mensen die gehoord zullen worden. Ook dat kan ertoe leiden dat de melder uiteindelijk vindt dat het verkeerde is onderzocht of dat verzuimd is om met bepaalde sleutelfiguren te praten.

 

Slordig intern onderzoek zal zich uiteindelijk tegen de organisatie keren. De melder zal teleurgesteld achter blijven en andere wegen gaan zoeken om zijn of haar verhaal te vertellen, zoals aan de Onderzoeksraad of de media.

 

Het interne onderzoek naar aanleiding van een melding mag nooit een ‘moetje’ zijn. Het is een kans om te leren die een organisatie met beide handen zou moeten aanpakken. Maar dan wel steeds grondig en zorgvuldig en niet overijld.

 

Frank Kerckhaert is voorzitter van de Onderzoeksraad Integriteit Overheid

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.