of 59250 LinkedIn

Ontslagbesluit onaantastbaar

In Deventer is een opmerkelijke politieke situatie ontstaan. Vanwege financiële overschrijdingen bij het filmtheater De Viking verloor D66-wethouder Hartogh Heys het vertrouwen van de coalitiepartners. Hij trad af en de D66-fractie trok de steun voor het college in. Vervolgens diende D66 – samen met de oppositiepartijen – een motie van wantrouwen in tegen de andere drie wethouders. 

Deze motie van wantrouwen werd aangenomen. Een van de overwegingen was dat hier toch sprake is van collegiaal bestuur waardoor niet alleen de D66-wethouder, maar ook de andere collegeleden medeverantwoordelijk zijn. De aangenomen motie van wantrouwen leidde niet meteen tot opstappen van de betreffende collegeleden. Zij brachten naar voren dat de bestuurbaarheid van de stad daarmee niet gediend zou zijn.

Interessant is nu de vraag wie hier aan het langste einde kan trekken en op welke manier dat moet gebeuren. Vroeger was het zo dat de Gemeentewet voorschreef dat na het aannemen van een motie van wantrouwen de gemeenteraad een bedenktijd van enkele weken moest aanhouden voordat eventueel zou kunnen worden besloten over ontslag. Deze regeling is geschrapt omdat die als betuttelend werd ervaren. De gemeenteraden werden beschermd tegen de politieke waan van de dag, maar dat past niet meer bij een modern geordende lokale democratie.

Nu schrijft de wet voor dat als wethouders geen gehoor geven aan een aangenomen motie van wantrouwen de raad ontslagbesluiten kan nemen. Dat kan in dezelfde vergadering, maar meestal zal dat in een volgende vergadering aan de orde zijn. Daarbij kan zich het fenomeen voordoen – en dat zou ook in Deventer het geval kunnen zijn – dat er wel een meerderheid bestond voor de motie van wantrouwen, maar die meerderheid er niet is indien in de volgende vergadering ontslagbesluiten worden ingediend.

Duidelijk is in ieder geval dat eenmaal aangenomen ontslagbesluiten onaantastbaar zijn. De wet verbiedt de rechter om hier een oordeel over te geven. En ook een schorsing of vernietiging door de Kroon zal geen toepassing kunnen vinden vanwege de autonomie van de gemeente op dit punt. Worden alle wethouders ontslagen maar is er geen meerderheid voor de benoeming van nieuwe wethouders, dan is de burgemeester degene die alle taken en bevoegdheden van het college uitoefent tot het moment dat wel in een nieuw college kan worden voorzien.

Minderheidscolleges zijn in gemeenten lastig te vormen omdat immers voor iedere benoeming van een wethouder een meerderheidsbesluit nodig is. Wel zijn gedoogvarianten mogelijk, bijvoorbeeld indien een fractie zelf geen wethouder levert, maar wel bereid is een stem te geven aan de benoeming van andere wethouders. In het geval Deventer is het mogelijk dat de ontslagbesluiten geen meerderheid krijgen, de drie wethouders blijven dan zitten en in feite functioneert er dan een minderheidscollege tot aan de raadsverkiezingen van voorjaar 2018.

In politiek opzicht is dit college echter nogal vleugellam omdat de motie van wantrouwen wordt meegetorst en voor iedere beslissing extra steun in de gemeenteraad moet worden gezocht. Deze kwestie roept de vraag op of de splitsing tussen motie van wantrouwen en ontslagbesluit wel zo gelukkig is. Zouden beide samenvallen, dan kan een meerderheid die het vertrouwen opzegt meteen doorpakken en de bestuurders dadelijk tot aftreden dwingen.

Toch heeft deze splitsing ook wel voordelen. Vooral indien een bestuurscrisis zich voordoet in de nabijheid van gemeenteraadsverkiezingen biedt deze constructie een uitweg om tijdelijk verder te functioneren met een soort ‘demissionair’ college. Het zal in de regel heel lastig zijn om kort voor nieuwe raadsverkiezingen een nieuw college in elkaar te steken, en om die reden is de variatie die de wet op dit punt biedt wel een aantrekkelijke.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.