of 59054 LinkedIn

Noodbevel ‘Zwarte Piet’ deugde niet

Na de verkiezing van Donald Trump wordt ook in ons land gezocht naar ‘boze burgers’. Staat Nederland bij de verkiezingen van volgend voorjaar een vergelijkbare politieke ‘walk over’ te wachten? 

In de vele speculaties daarover wordt onder meer verwezen naar het ‘Zwarte Piet’-debat. Gewone en altijd keurige burgers krijgen een waas voor ogen als de aanval wordt geopend op het kinderfeest en een relatie wordt gelegd met racisme en slavernij. En om die ‘boze burgers’ te bedienen en te pacificeren, is het dan kennelijk nodig om deze boosheid heel serieus te nemen. Toen dan ook in Rotterdam bij de landelijke intocht van Sinterklaas in Maassluis een mogelijke demonstratie van tegenstanders zou worden gehouden, waren de rapen gaar.

Burgemeester Abouthaleb verbood de demonstratie van de Zwarte Piet tegenstanders, terwijl onduidelijk was of er überhaupt in Rotterdam een betoging was gepland. En op basis van een noodbevel werden honderden demonstranten gearresteerd, inclusief enkele omstanders en een advocaat.

Zonder al te veel aanwijzingen over een dreigende ernstige verstoring van de openbare orde, werd met een kanon op een mug geschoten. Omdat het noodbevel in dit geval zeer omstreden is, zal ongetwijfeld een rechter hier een oordeel over gaan vellen. In Rotterdam kan men die uitspraak niet met een gerust hart tegemoet zien, want er zijn te veel aanwijzingen dat dit besluit ondeugdelijk is geweest. De Gemeentewet bevat de mogelijkheid om een noodbevel of een noodverordening uit te vaardigen. De bedoeling is dat die middelen bij hoge uitzondering worden ingezet: en dat is ‘als de Russen het land binnen vallen’ of als er werkelijk geen enkele mogelijkheid meer is om met de gewone middelen de openbare orde in stand te houden.

Die harde criteria uit het verleden zijn de afgelopen decennia sleets geworden. Burgemeesters grijpen te pas en te onpas naar deze instrumenten en worden ook met regelmaat door de rechter terug gefloten, maar echt helpen doet dat niet.
Omdat een deel van het Rotterdamse politieapparaat in Maassluis werd ingezet, zou er sprake zijn van een capaciteitsgebrek. Bij de arrestaties in Rotterdam wemelde het echter van de politieagenten. Nauwelijks aannemelijk is te maken dat voor de begeleiding en bewaking van ongeveer 200 Zwarte Piet tegenstanders de reguliere middelen ontbraken.

De landelijke intocht van Sinterklaas vond plaats in Maassluis en niet in Rotterdam. Ook de noodverordening in Maassluis is kwestieus. Het evenement was lang van tevoren bekend, zodat met hulp en bijstand uit de omgeving alle noodzakelijke maatregelen genomen konden worden. En dan is er geen sprake meer van nood. De burgemeesters gebruiken de noodverordening echter om extra en verdergaande instrumenten te hebben en daarvoor is de figuur van de noodverordening eigenlijk niet bedoeld.

Vooral van belang is echter het inzicht dat demonstratieverboden en noodbevelen c.q. noodverordeningen sterk escalerend kunnen werken en vanwege alle publiciteit en gedoe daaromtrent de boosheid van de burger alleen maar doen groeien. Het motto moet dan ook zijn: het hart warm, maar het hoofd koel, vooral bij burgemeesters. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.