of 59054 LinkedIn

Medebewind beperkt de open huishouding

In het vorige nummer van Binnenlands Bestuur schreef ik dat gemeenten hun klassieke autonome taak weer vorm en inhoud zouden moeten geven. Uit diverse reacties op die bijdrage blijkt dat er rond het verschijnsel lokale autonomie veel misverstanden bestaan.

De oorzaak van die misverstanden ligt vooral in het feit dat het bij de gemeentelijke autonomie gaat om een onbepaalde of onbenoemde bevoegdheid. Daarmee wordt het volgende bedoeld. Het gros van de gemeentelijke taken komt voort uit medebewind. Medebewind is de verplichte uitvoering van hogere regelingen. In veel nationale wetten wordt de gemeente verplicht om mee te werken aan de uitvoering van die nationale regelgeving. Deze taakstelling beslaat heden ten dage ongeveer 90 procent van de gemeentelijke activiteiten.

Naast die verplichte taken uit medebewind zijn er de taken die voortvloeien uit de zogenaamde open huishouding van de gemeente. Ook de provincie en het rijk hebben een open huishouding. De Europese Unie en ook bijvoorbeeld de waterschappen hebben een gesloten huishouding. Als de huishouding gesloten is, dan betekent dit dat de betreffende overheid alleen die dingen mag doen waarvoor in de nationale regelgeving of in de verdragen specifieke bevoegdheid is gegeven. Er is dan geen open bevoegdheid om los van die specifieke bevoegdheden andere beleidsinitiatieven te nemen. De bevoegdheden zijn dan gesloten, specifiek benoemd en bepaald. Bij een open huishouding is er naast het medebewind een geheel open mogelijkheid om via regels of bestuursbesluiten maatschappelijke problemen aan te pakken. De grens van die open bevoegdheid wordt bepaald door hetgeen de hogere overheid aan zich heeft getrokken en bijvoorbeeld ook door de grondrechten. De gemeentelijke overheid mag op basis van de open bevoegdheid niet te diep penetreren in de private sfeer.

Het opmerkelijke kenmerk nu van deze open huishouding met een onbepaalde bevoegdheid is dat niet precies kan worden aangegeven om welke taken het precies gaat. Dat kan van alles zijn. De bevoegdheid is immers onbepaald en onbenoemd. Als een gemeente besluit om een derde zwembad aan te leggen, dan is dat een besluit in autonomie. Als jongeren zich gaan drogeren via bandenplak en er ontstaat een levendige handel in dat middel dan kan de gemeente deze praktijk reguleren. Indien het lokale bedrijfsleven van stimulansen wordt voorzien, is dat een vrije keuze van de gemeente. Het gaat bij dit type besluiten vrijwel altijd om kwesties met een zeer hoog politiek gehalte. En ook om besluiten waar veelal veel geld mee is gemoeid. In het klassieke lokale bestuursmodel werd deze taak in autonomie als de meest belangrijke gezien.

In de huidige tijd wordt die autonome taak echter volledig weggedrukt door het medebewind. Grote aantallen raadsleden en lokale bestuurders hebben geen flauwe notie van het bestaan van deze autonome ruimte. En dat komt omdat de politiek-bestuurlijke aandacht vrijwel geheel wordt opgeslokt door de vracht aan taken die de nationale overheid aan de gemeenten heeft uitbesteed. Het medebewind heeft een dwingende agenda: er moet worden besloten. De autonomie kent die dwingende agenda niet. De lokale autonomie is geheel afhankelijk van het initiatief van raadsleden en bestuurders. Is er geen tijd of geld voor die initiatieven dan bloedt de autonome taakstelling geheel dood en dat is aan de orde van de dag. Het grote pakket aan medebewind maakt de open huishouding van de gemeenten steeds kleiner.

Er is alle aanleiding hier nieuwe piketpalen te slaan. De huidige decentralisatie-operatie laat zien dat er kritische grenzen zijn bereikt en worden overschreden. En daarom is aandacht voor de lokale autonomie van grote betekenis. Misschien moet die aandacht er wel toe leiden dat er een sanering van de gemeentelijke medebewindstaken moet worden ingezet om de klassieke autonomie weer op het paard te helpen.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.