of 59045 LinkedIn

Kijk mij eens loslaten!

De overheid is niet klaar voor een participatieve samenleving. Toch heeft politiek Nederland er de mond van vol: de doe-democratie is helemaal “hip & happening”. In ieder geval onder de kaasstolp van het openbaar bestuur: de intimi die er ook al snel een kleine batterij aan ambtelijk-bestuurlijk jargon bij hebben verzonnen, zoals burgerinitiatieven, burgerpanels of burgerbegrotingen.

In dit soort “buzzwords” klinkt vooral de afstand tot de samenleving door: wij, de overheid, bepalen nu dat jij, burgermans, een initiatief mag nemen. Anders gezegd: de samenleving moet meer zelf doen, meer “eigen verantwoordelijkheid” nemen, zolang de overheid maar de controle en de zeggenschap houdt. Dit leidt er in de praktijk toe dat de overheid burgerparticipatie alleen “op papier” serieus neemt. Laat ik u een voorbeeld geven.
 

De kinderen van een woonwijk spelen op een braakliggend stukje grond van de gemeente. In het midden staat een grote eikenboom. De ouders krijgen het idee om van het terreintje een speelbos te maken dat ze zelf willen onderhouden. Van de gemeente krijgen ze te horen dat ze dan wel rubberen tegels onder de eikenboom moeten aanleggen. Een boom waarin kinderen nota bene al 40 jaar lang klimmen – en waar de overheid zich al 40 jaar niet druk over heeft gemaakt. Waarom deze belerende bemoeizucht wanneer inwoners een initiatief nemen?
 

Gelukkig zijn er plekken waar het met participatie wel goed gaat. Toen ik casuïstiek verzamelde voor “Heren, Hoeren, Heiligen” kwam ik tal van lokale bestuurders tegen die wel degelijk in staat zijn om mét de samenleving, op gelijkwaardige basis, te komen tot slimme, efficiënte en gedragen oplossingen voor problemen.
 

Wat me daarbij wel opviel, is dat de betrokken bestuurders en ambtenaren bescheiden zijn: ze nemen woorden als “participatie” of “burgerinitiatief” niet in de mond en ze etaleren niet wat ze doen. Nee, ze doen naar eer en geweten hun werk. Dat staat in schril contrast met de buzzword-berijders. Bij hen lijkt profileringsdrang de primaire drijfveer te zijn. Zij zijn niet oprecht bezig met participatie; zij maken vooral - tot eer en glorie van zichzelf - een statement: “Kijk mij eens loslaten!”
 

Voor die laatste groep kaasstolpenaars is de doe-democratie de ultieme remedie om de betrokkenheid bij de overheid te vergroten. Er is inderdaad een serieus probleem als het gaat om die betrokkenheid: slechts 1 op de 5 mensen gelooft nog in de lokale politiek. Maar er is geen enkel bewijs dat die zogenaamde doe-democratie de kloof tussen samenleving en politiek verkleint. Echter, deze bestuurders en ambtenaren roepen het zo vaak en zo hard, dat ze er zelf in zijn gaan geloven. Ter illustratie deel ik graag met u de volgende anekdote.
 

Antwerpen geldt voor een aantal Nederlandse gemeenten als voorbeeld als het gaat om burgerparticipatie. Een aantal jaar geleden heeft Antwerpen namelijk een burgerbegroting ingevoerd. Daar is men trots op en men vindt het succesvol; het heeft de betrokkenheid van de Antwerpenaar vergroot. Daar heb ik de verantwoordelijke projectleider eens op doorgevraagd: ‘In hoeverre is de betrokkenheid vergroot? Hoe weten jullie dat? Wat heb je dan gemeten?’
 

Aan het verbaasde gezicht van de projectleider te zien, waren het volgens mij vragen die nooit eerder waren gesteld. Niet binnen Antwerpen zelf, maar ook niet door de Nederlandse kaasstolpenaars die dit Belgische “succes” zo graag willen kopiëren. Nee, de betrokkenheid was vergroot, en eigenlijk was dat gewoon zo – aldus de ambtelijk projectleider.
 

‘Laat ik u dan een andere vraag stellen’, ging ik verder, ‘Hoeveel mensen doen er op vrijwillige basis mee?’ Het trotse antwoord van de projectleider luidde: ‘Wel 500 à 600!’ ‘En hoeveel inwoners had het betreffende stadsdeel ook alweer? 200.000 toch?’ De projectleider begon wat te stamelen: ‘200.000, ja’. ‘Dan doet dus ongeveer een kwart procent van de Antwerpenaren mee’, ging ik mijn ondervraging verder, ‘Hoezo is dan de betrokkenheid vergroot?’
 

Aan de lichaamshouding van de projectleider te zien, had ik het nu helemaal bij haar verbruid. Haar borstkas ging vooruit, haar kin ging iets omhoog, en haar oogopslag iets naar beneden – zodat ze iets op mij neer kon kijken: ‘Meneer, wij zijn natuurlijk geen cijferfetisjisten!’
 

Basile Lemaire is bestuurskundige en auteur van het TOP 100 managementboek “Heren, Hoeren, Heiligen. Over publiek leiderschap en vertrouwen”. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Bart de Veen op
@broadcaster: maar blijkbaar lees je dus wel altijd zijn columns? hahaha #faal
Door Niels op
Wat een flauwe reactie van (roeptoeter) Broadcaster. Zou BB deze reactie van Broadcaster willen laten staan, AUB?
Door Broadcaster (gemeenteambtenaar) op
Zoals wel vaker is de teneur van dit stukje "Wat is Basile Lemaire toch goed".
Door Niels op
Hahahaha....Touché