of 59045 LinkedIn

Het gelijk van Pieter Broertjes

De burgemeester van Hilversum – Pieter Broertjes – hield begin september in Den Haag de Ben Pauw-lezing en haalde daarin het openbaar bestuur in ons land over de hekel. De analyse van Broertjes is in de eerste plaats interessant omdat hier niet alleen een burgemeester spreekt met enkele jaren bestuurservaring, maar een ervaren journalistieke waarnemer die jarenlang vanaf de buitenkant naar het openbaar bestuur heeft gekeken.

Deze combinatie geeft een verfrissende blik. In de tweede plaats slaat Broertjes de spijker op de kop omdat hij het zeer rommelige karakter van het openbaar bestuur in de meest duidelijke bewoordingen aan de kaak stelt.

Volgens de spreker zakt het politiek bestuur weg omdat uiterst onduidelijk is wie nu eigenlijk waar over gaat. In een tijd van grote taakherschikkingen wordt de vraag steeds actueler wie om welke redenen tot deze taakherschikking heeft besloten en wat de precieze criteria waren om het te doen zoals het nu voorligt. Het is het kernprobleem van het Nederlandse openbaar bestuur. Aan de ene kant behoort het decentrale bestuur tot de top van Europa omdat op die niveaus vele taken en een groot budget zijn belegd, aan de andere kant is er geen enkel land in de EU – ook niet in Oost-Europa – waar zoveel onduidelijkheid bestaat over de uitgangspunten die gelden voor taaktoedelingen. Globaal kent ons land een tiental bestuursvormen, waaronder territoriaal en functioneel bestuur, daarnaast de deconcentratie, privaat-publieke vormen, verlengd decentraal bestuur etc. Sommige van die verbanden kennen rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordigingen, andere niet. Indien politieke keuzevrijheid de invalshoek is, ligt een taaktoedeling aan gemeenten en provincies in de rede. Is dat niet of minder het geval dan kunnen functioneel bestuur, deconcentratie of verlengd decentraal bestuur in beeld komen.

Aan de hand van dit en andere criteria worden in andere Europese landen de taken  over de diverse bestuursvormen verdeeld en je zou mogen verwachten dat ook dit in Nederland gebeurt. Het tegendeel is het geval. We doen maar wat. Er is geen begin van een gedachte over een zekere basisordening. Vakdepartementen voeren regeerakkoorden uit en zijn in het geheel niet geïnteresseerd in onderliggende bestuurlijke keuzes. Het ministerie van Binnenlandse Zaken is knock-out. En zo kan het gebeuren dat zware jeugdzorgdossiers op het bord van 400 gemeenten belanden zonder dat iemand de vraag heeft gesteld of die bestuurslaag daar wel het meest geschikt voor is en of politisering van jeugdzorg door gemeenteraden een wenselijke eindbeeld oplevert. Uit totale onmacht wordt dan vrijwel altijd gegrepen naar incidentele opschaling en komen dergelijke dossiers terecht in de sfeer van de regio waar iedere vorm bestuurlijke hechtheid en democratische ordening ontbreekt. De regio heeft een slecht aanzien en ondertussen is er sprake van een optuiging van de regio die zijn weerga niet kent. We staan er bij, kijken er naar en niemand doet wat. Pieter Broertjes hekelt – in zekere zin als buitenstaander – deze verbijsterende werkwijze.

De komende maanden worden miljarden euro’s overgeboekt naar de Nederlandse gemeenten in het kader van de decentralisatie. Lokale bestuurders en raadsleden zijn er straks op aanspreekbaar, maar wie goed kijkt – en dat doet Broertjes – ziet dat het gros van de bestuurlijke verantwoordelijkheden op het bovenlokale niveau is belegd. Zijn voorstel is dan ook om de grote lappendeken van samenwerkingsverbanden in een ‘big bang’ op te ruimen en roept op tot een totaal hernieuwde taaktoedeling tussen nationaal, provinciaal en lokaal. Het pad van de gemeenten moet volgens Broertjes worden verbreed. Met een kapmes, zoals dat in de jungle ook gaat. Het evenwicht tussen democratische politiek en doelmatig bestuur moet worden hersteld.

En min of meer als conclusie: ‘We moeten terug naar een bestuursstelsel waarin zichtbare en herkenbare mensen als ambtsdragers op een herkenbare wijze het verschil maken in een transparant systeem waarbinnen volstrekt duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe je als burger bij die verantwoordelijke ambtsdragers aan boord komt. Dat is nu niet zo.’ Waarvan acte. Broertjes heeft helemaal gelijk. Wie zet  de oproep tot  revolte van Broertjes verder voort?

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Gemeente Heemstede op

Burgemeester Broertjes van Hilversum sprak op 9 september in de Ben Pauwlezing over de wenselijkheid van de vernieuwing van het lokaal bestuur. Elzinga gaf hem daarin in zijn BB-column in vorige week volledig gelijk.

In onze reactie beperken we ons tot Broertjes’ redeneerlijn dat het verplaatsen van meer taken naar de gemeente logischerwijs zou moeten leiden naar een grotere schaal. De bestuurder in hem wil de structuur weer helder maken en grenzen trekken. Maar de traditionele rol van de gemeente sluit niet meer aan bij een samenleving die zich steeds meer in netwerken organiseert. Het dichten van de kloof vraagt nieuwe werkwijzen en nieuwe verbindingen. Kern daarvan is ruimte maken voor initiatieven. De gemeente moet meebewegen, en daarom oude structuren durven loslaten. Wij betogen dat juist voor het dichten van de kloof nabijheid nodig is. Ook, en misschien wel juist op een moment dat er nieuwe, grote taken naar de gemeente komen. Nabijheid organiseert zich slecht in grote verbanden. Scholen, woningcorporaties, ziekenhuizen zijn omgevormd tot bedrijfsmatige molochs.

Opschaling van gemeenten gaat ook maar door. Als gemeenten het echt niet meer zelf redden snappen wij dat. Maar tegelijkertijd organiseren ook wij zo de verbondenheid en de nabijheid steeds verder van ons af. De gemeenten staan nu voor de uitdaging om nieuwe taken op het terrein van (jeugd)zorg en maatschappelijke ondersteuning uit te voeren. Dit moet leiden tot een integrale aanpak die het mogelijk moet maken om die zorg beter en ook goedkoper te maken. Wij geloven dat wij dat kunnen. Maar dit is alleen mogelijk als wij die nieuwe taken op menselijke maat uitvoeren. Organisatorisch omdat bij die nieuwe taken veel partijen betrokken zijn. Integraal werken lukt dan alleen als partijen goed samenwerken.

Ook maatschappelijk bepleiten wij een kleinschalige aanpak. Als de overheid een stap terug moet doen en burgers meer verantwoordelijkheid wil laten nemen, dan kan dat niet zonder de grootst mogelijke zorgvuldigheid. Dat gaat niet in anonimiteit en ook niet via lange lijnen. Wij zijn benieuwd naar de argumenten van burgemeester Broertjes waarmee hij onderbouwt dat gemeenten van 100.000+ dichter bij inwoners en goedkoper zullen zijn. Een willekeurig inwonertal kan niet ons kompas zijn. Alleen kwaliteit is de maat der dingen. Ook in de relatie tussen burger en overheid. Dat helpt bij het herwinnen van vertrouwen en het dichten van de kloof.

Gemeente Heemstede, Marianne Heeremans, burgemeester; Irma Hesp, raadsgriffier; Willem van den Berg, gemeentesecretaris