Gouden kans
Mark Rutte had nog zo de wens uitgesproken dat ze voor 1 juli klaar zouden zijn, maar 7 weken later zitten ze nog steeds aan tafel met een informateur. Van een formateur is al helemaal geen sprake. Verder heerst er een groot stilzwijgen en las ik dat de gesprekken in het geheim worden gevoerd.
Ik had dus niets gemist, want het was de parlementaire pers kennelijk niet gelukt om een bres te slaan in de firewall van vertrouwelijkheid. ‘Radiostilte’, heet dat in dit tijdperk van Facebook en twitteren. Maar ja, informateur Ivo Opstelten lijkt dan ook op iemand die zo is weggelopen uit de jaren dat Olie B. Bommel nog een stripheld was en Wout Wagmants de Tour de France reed. In elk geval blijft achterkamertjespolitiek de kurk waar de Nederlandse democratie op drijft.
Ik las ook een woord dat ik nog niet kende: gedoogakkoord. Grappig dat de partij van Wilders, die in zoveel zaken zero tolerance in het vaandel draagt, nu ineens aan het gedogen slaat van een minderheidskabinet. Er was veel getreur bij de linkse partijen om deze ontwikkeling, maar mij lijkt het een gouden kans.
Bij de minimale meerderheid van 76 zetels wordt het voor de oppositie vrij schieten, zodra er een gaatje in het gedoogakkoord wordt gevonden. En bij de VVD, de PVV en het CDA hoeft er maar één uit de boot te vallen of een crisisgeur zal opstijgen. Aan de andere kant is het natuurlijk niet alleen Wilders die straks dit kabinet gaat gedogen.
Neem het optrekken van de AOW-leeftijd naar 67 jaar. Wilders was daar voor de verkiezingen nog op tegen - hij was zelfs bereid een duivelspact aan te gaan met de vakbeweging. De VVD en het CDA daarentegen hebben die verhoging steeds geëntameerd. Daardoor zijn de PvdA, D66 en GroenLinks in de comfortabele positie terecht gekomen, dat ook zij het zittende kabinet - onder hun voorwaarden - aan een meerderheid kunnen helpen.
Geen vuile handen maken en toch macht uitoefenen. Het is een luxepositie die Wilders straks met de linkse partijen kan delen. Als het allemaal doorgaat, zal er een samenspel komen tussen regering en parlement, zoals wij die alleen maar hebben gekend in de negentiende eeuw. Ineens kunnen volksvertegenwoordigers per onderwerp weer hun eigen standpunt innemen, zonder onmiddellijk afhankelijk te zijn van het partijbelang.
Daarom zou zo’n minderheidsregering, die steunt op slechts 52 zetels, wel eens heel lang kunnen blijven zitten. Alle partijen blijven klagen over de situatie, maar alle partijen krijgen ook de mogelijkheid een deel van hun programma te verwezenlijken. Je zou dat het wezen van de parlementaire democratie kunnen noemen. Maar ik zie dat nog niet één, twee, drie gebeuren. Eerst moeten de bladeren van de bomen vallen.
Reactie op dit bericht