of 59045 LinkedIn

Fractiebijstand mag niet naar verwanten in persoon

Er is reden terug te komen op de kwestie-Marjolein Faber. Indirect adviseerde ik in die kwestie en kwam tot de conclusie dat hier een onverstandig besluit was genomen met een hoog integriteitsrisico. Maar ook kwam ik tot de conclusie dat het probleem wat ingewikkelder in elkaar steekt dan in de media is weergegeven en wel omdat een onrechtmatigheid over de hele linie niet goed verdedigbaar is.

In verkiezingstijd is de behoefte aan nuancering niet erg groot, maar het is toch van belang hier helder te blijven denken en het beeld scherp te houden. In vele regelingen van fractiebijstand staat dat geen geld mag worden gegeven voor opdrachten aan verwanten tot en met de tweede graad. Ik heb die regeling destijds zelf bedacht en  voorgesteld naar aanleiding van mijn werkzaamheden in de Amsterdamse bonnetjes-affaire. Voorheen waren er veel verwanten actief als fractiemedewerker. Ze kregen uitbetaald, maar niet was altijd even duidelijk of er ook werk was verricht en in een aantal gevallen bestond de indruk dat er loon werd doorgesluisd naar de politieke partij of de individuele volksvertegenwoordiger. Die route is nu afgesloten, omdat verwanten tot en met de tweede graad in persoon niet uit de fractiebijstand mogen worden betaald.

De PVV-fractie in de Gelderse Staten kende dat verbod en vroeg de compagnon van het betreffende websitebedrijf – een VOF – om diensten te verrichten. De zoon van mevrouw Faber werd dus als mede-eigenaar van de VOF bewust buiten beeld geplaatst. De compagnon verrichtte de werkzaamheden. Al te veel kennis over de aard van een VOF was er kennelijk niet, want bij een dergelijke opdracht komt de netto-opbrengst natuurlijk ook voor een deeltje terecht bij de verwant die dat niet mag ontvangen. Het was een onverstandig besluit van de PVV-fractie om de boel zo in elkaar te steken, want het is een kleine moeite om een ander bureau te nemen. En het is vooral vragen om moeilijkheden. Op dat punt is het beeld geheel helder. Meteen stoppen en beëindiging van het contract.
 

Maar daarmee is het probleem niet uit de wereld. Er wordt in de regelingen voor de fractiebijstand gesproken over verwanten in persoon en niet over organisaties. Stel dat er in het websitebedrijf 6 of 12 mede-eigenaren waren geweest, is een dergelijk bedrijf dan nog steeds uitgesloten? En indien er in een advocatenmaatschap 15 maten zijn, waaronder één verwant met een familierechtpraktijk, mag een fractie dan geen bestuursrechtelijk advies vragen aan een van de andere advocaten?

Kortom: het precieze doel van de verwantenregeling richt zich op personen en dat mag niet zo maar tot organisaties worden uitgebreid. En dan kan ook niet in rechte worden volgehouden dat er bij opdrachten aan organisaties onrechtmatig is gehandeld. Dat zijn ongemakkelijke aspecten die in verkiezingstijd, maar ook daarbuiten, niet op al te veel belangstelling kunnen rekenen. En als het in Nederland op dat punt ongemakkelijk wordt, dan wijken we uit naar de politieke ethiek en nemen elkaar de maat aan de hand van gedragsnormen die zeer open en vaag zijn en vooral geschikt zijn om als politiek strijdmiddel te functioneren.
 

Het is zeer de vraag of het integriteitsdebat met die wijze van doen echt wordt gediend. In Gelderland staat nu de vraag ter discussie of en op welke wijze de regeling moet worden aangepast, want organisaties vallen niet onder het verbod, hoe graag sommigen dat ook hadden gewild. 

 

Douwe Jan Elzinga

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Sander op
Het valt me tegen dat in de column niet is meegenomen dat de VOF net voor het verlenen van de opdracht is opgericht. M.a.w., het lijkt er op dat de VOF is opgericht n.a.v. de opdracht. Dat lijkt me wel een belangrijk gegeven.

Zoals Elzinga het hier beschrijft zou het dus ook gekund hebben dat de zoon zelf de uitvoering had gedaan, immers als er maar een bedrijfsconstructie tussen wordt geplaatst (specifiek opgericht voor die constructie) dan is het dik in orde...
Door Marius E. (redacteur, comm. adviseur, ambtelijk secretaris medezeggenschap) op
Schade voor de politiek!
Het is een gotspe dat Marjolein Faber blijft zitten. Het is tevens weer een deuk voor de politiek die toch al niet meer de indruk wekt dat zij integriteit hoog in het vaandel heeft staan. Met fractiegeld de diensten inhuren van een bedrijf waarin familie een rechtstreeks belang heeft; het is zo fout als het maar kan. Het gaat niet om die paar duizend euro, maar de achterliggende mentaliteit is het probleem.

De PVV had, naar eigen zeggen, geen zaken gedaan met Faber’s zoon, maar met diens zakenpartner in het bedrijf. Bovendien had haar zoon voor de opdracht geen werk verricht. Beide feiten zijn irrelevant en dat Faber ze aandraagt als argumentatie toont slechts hoe weinig ze ervan begrijpt. Haar zoon profiteert financieel, punt uit.
Al zou dergelijk handelen op het randje zijn, maar op het nippertje correct (lees: niet strafbaar), dan had de PVV het moeten nalaten. Je moet immers ook de schijn vermijden dat er aan je gedrag een luchtje zit. Maar hoogmoed en onverschilligheid wonnen. Faber heeft de kosten van de opdracht nu alsnog uit eigen portemonnee gefourneerd; paniekvoetbal, meer niet.

Faber’s reacties in de nasleep zijn ontluisterend, om meer redenen. Ze vindt dat ze 'formeel juridisch en in de geest van de regelgeving' heeft gehandeld. De in Gelderland geldende gedragscode verbiedt politici hun familieleden tot in de tweede graad met betaalde klussen te bevoordelen. Faber’s mening dat zij desondanks niet ‘formeel juridisch’ onjuist heeft gehandeld, is daarom een raadsel. Dat de PVV in deze kwestie advies vroeg aan hoogleraar Staatsrecht Douwe Jan Elzinga, zou kostelijk zijn als het niet zo treurig was. Is er stront aan de knikker, dan worden autoriteiten ook ingehuurd als getuige a decharge, om gedrag te legitimeren. Volgens Elzinga handelde Faber ‘onverstandig’ door het bedrijf van haar zoon een betaalde opdracht te geven; een onverstandig besluit met een hoog integriteitsrisico. Maar sprake van ‘een onrechtmatigheid over de hele linie’ was er niet, concludeert hij. En dan volgt een betoog waaruit blijkt dat de PVV c.q. Faber zich volgens deze expert met hun transparante truc voldoende hebben ingedekt. De zoon van Faber werd als mede-eigenaar van de vennootschap bewust ‘buiten beeld’ geplaatst. Elzinga noemt het een ‘onverstandig besluit’ van de PVV-fractie om de boel zo in elkaar te steken. ‘Want het is een kleine moeite om een ander bureau te nemen.’ Het zou mij niet verbazen als er ook geen proces van aanbesteding heeft plaatsgevonden. Met andere woorden: geen enkele concurrent is gevraagd ook een offerte te leveren. Er was dan slechts een opdracht – zonder competitie – aan dat ene bedrijf. En ook dat is een ongebruikelijke werkwijze met een integriteitsrisico.

‘En het is vooral vragen om moeilijkheden,’ vervolgt Elzinga. ‘Op dat punt is het beeld geheel helder. Meteen stoppen en beëindiging van het contract.’ ‘Het probleem is dat er in de regelingen voor fractiebijstand wordt gesproken over verwanten in persoon en niet over organisaties. Het precieze doel van de verwantenregeling richt zich op personen en dat mag niet zo maar tot organisaties worden uitgebreid. ‘En dan kan ook niet in rechte worden volgehouden dat er bij opdrachten aan organisaties onrechtmatig is gehandeld’, aldus Elzinga. Ik zou zeggen: een vormfout in de formulering van de regeling, of een doelbewust beperkte interpretatie. Daarmee wordt een overtreding - en morele dwaling – omgezet in een wetenschappelijk onderbouwde vergissing. Onbegrijpelijk, zo’n ontsnappingsroute dankzij wat woordengegoochel. Elzinga wordt nu door sommigen verweten handlanger van de PVV te zijn, omdat hij vaststelde dat van ‘een onrechtmatigheid over de hele linie’ geen sprake was. En dat verwijt vindt Faber dan weer schandalig, waarschijnlijk vooral omdat het Elzinga’s oordeel ontkracht. Elzinga zet met zijn interpretatie de deur echter wijd open voor elke verdenking van vooringenomenheid. Zijn conclusie had niet ambigue, maar eenduidig afkeurend moeten zijn.
Maar welke hoogleraar de PVV om een oordeel vraagt, is minder belangrijk. In dit geval schuilt de legitimering hierin: dat een hoogleraar uitsluitsel moest geven, impliceert dat het probleem voor een gewone sterveling te complex is om te bevatten. Dus: ben je geen hoogleraar dan is een vergissing zo gemaakt, toch? Dat had iedereen kunnen overkomen! Maar velen snappen welke schoen hier wringt en waar. Dat terugbetalen was mosterd na het verdronken kalf en bovendien een impliciete bekentenis.

Faber’s bewering dat ze ook ‘de geest van de regelgeving’ niet zou hebben geschonden, is in flagrante tegenspraak met het gezond verstand. Faber’s strategie wordt verzwakt door haar eigen erkenning dat haar actie ‘niet handig’ was.
Verder is verbazingwekkend dat ze klaagt aan de schandpaal te zijn genageld. Ze staat als eerste klaar om anderen de oren te wassen, maar wil zelf graag verschoond blijven van ieder corrigerend optreden van VVD, PvdA, SGP, de commissaris van de Koning en de provinciegriffier. Allen struikelden, aldus Faber, over elkaar om richting media ‘te ventileren dat ik de regels zou hebben overschreden’. Let op dat ‘zou’; dat moet suggereren dat we eigenlijk nog niet weten hoe het zit. Nog even en Faber onthult dat alle rumoer berust op een complot tegen de PVV. Inmiddels liep ze weg uit een vergadering over haar faux pas voordat er enige dialoog op gang was gekomen. Laf dus ook nog, vol minachting voor collega’s en niet democratisch aanspreekbaar.

Hoe nu verder? De Gelderse politiek kan niets tastbaars tegen Faber ondernemen. Er komt gelukkig wel een typische polderingreep: een commissie die gaat toezien op de besteding van Gelderse fractiegelden. Lang leve de commissie als symptoom/symbool van impotentie en afgeschoven verantwoordelijkheden. Voor de argeloze kijker is de boodschap dat het zelfreinigend vermogen van het provinciale bestuur nul is en politici naar inzicht en behoefte kunnen aanklooien. En Faber gaat door, als een voor de PVV waardige lijsttrekker.
Door Plafond op
Faber heeft dus 100% integer gehandeld, hilarisch om te lezen hoe de vaste P.V.V. bashers nog aan dit dode NRC paard trekken, aandoenlijk zelfs.
Door Broadcaster (gemeenteambtenaar) op
Uitstekende reactie van opmerker. De spijker op zijn kop zou ik zeggen. We gaan in alle opzichten steeds meer op Amerika lijken en dat vind ik een bedenkelijke ontwikkeling.
Door Hubert (bestuurder) op
@Jan De door jou aangehaalde professor heeft een kleine nuance aangebracht. De letter is wellicht niet overschreden, maar toch zeker wel de geest van de regeling: Gij zult geen gezinsleden bevoordelen van uit provinciale gelden.
@Milo zo lust ik er een nog wel een paar. Met zo'n flauwekulredenering zou je onder elke afspraak/regeling uit kunnen komen. De huidige systemen zijn veiliger dan de boekhoudmachine uit jouw tijd.
Door opmerker op
Nederland gaat meer en meer (in de onjuiste en juiste campagnetijd) lijken op de VS in campagnetijd. muggen en olifanten. pootje lichten en hypocrisie vieren hoogtij.
te voren eerlijkheid en integriteit regelen, en daarna geen flauwekulletjes meer juich ik toe.
Door Jantje op
Integriteit is nooit een non-issue. Verkiezingstijd of niet. Punt is wel dat de PVV altijd extreem let op de andere partijen en dan schopt en slaat naar die partijen als die in hun ogen iets niet goed gedaan hebben en dan lappen ze het zelf aan de laars. Als je anderen zo streng de maat neemt, moet je zelf extra voorzichtig zijn. Volhouden dat hier niets aan de hand is kan niet. Slaat nergens op. Het beste is als ze opstapt. Maar ja, zo netjes zijn ze niet bij de PVV. Iedereen moet doen wat zij zeggen maar andersom vinden ze dat ze alles moeten kunnen doen en laten wat ze zelf willen. Hoe heet dat ook weer?? Ja, met twee maten meten en dat doen ze constant.
Door Broadcaster (gemeenteambtenaar) op
Ik word misselijk van beide partijen. De PVV krijgt een koekje van eigen deeg, want die nemen zelf iedereen de maat en de andere partijen buiten de verkiezingstijd uit om van dit non-issue een thema te maken.
Door Roel van Swam (Raadslid) op
Het merkwaardige is dat ook professor Elzinga de fout maakt om naar de letter van de wet te kijken, terwijl het om de geest gaat! Conform wijlen Ien Dales: 'een beetje integer bestaat niet!'
Door Stanley Milo (gepensioneerd ICT-er) op
Wat me in alle ophef zeer verbaast, is dat niemand op het idee komt dat er misschien wel bijzondere motieven zijn om een uiterst loyaal en betrouwbaar bedrijf in te huren voor het web-onderhoud.
Het hacken of beschadigen van een website is een veel toegepaste werkwijze in de politieke oorlog.
Wat het beschadigen van de PVV betreft, lijkt het haast wel of er geen enkele fatsoensregel regel meer geldt. Ik kan me voorstellen dat de PVV welhaast geen andere optie meer heeft dan het inhuren van een bedrijf dat men van binnenuit kent.