of 59236 LinkedIn

Commissie Remkes nog onzichtbaar

Begin dit jaar is de staatscommissie-Remkes ingesteld. De staatscommissie bestudeert de werking van het parlementaire stelsel. De staatscommissie zou een dialoog met de samenleving aangaan, maar vooralsnog is het akelig stil rond de commissie en ook overigens rijst de vraag hoe kansrijk de missie van Remkes en de zijnen is. 

Wat betreft de opdracht aan de staatscommissie zijn er vele gelijkenissen met de Nationale Conventie die in 2006 aan de slag ging. Veertien wetenschappers en dertig adviseurs moesten toen voorstellen aandragen hoe de Nederlandse democratie op een hoger plan kon worden gebracht. De leden werden geselecteerd op hun vermogen om creatief en ‘out of the box’ te denken en dan kom je uit bij ‘denkers’ als Ankersmit, Klinkers, Sap etc.

Een en ander leidde tot een bonte verzameling van hoofdzakelijk dwaze en onuitvoerbare voorstellen. Maar er was voorzien in een veiligheidsklep. Het lid van de Raad van State Rein Jan Hoekstra (CDA en conservatief) was aangesteld als voorzitter van de Nationale Conventie en wel met als belangrijkste taak om een en ander nog een beetje in goede banen te leiden. Hoekstra selecteerde flink, maar ook de overblijvende voorstellen leidden tot een oorverdovende stilte in Den Haag.

De Nationale Conventie was derhalve een aardig experiment, maar bij voorbaat tot mislukken gedoemd omdat politiek draagvlak over de gehele linie ontbrak. De opdracht van de Staatscommissie-Remkes lijkt als twee druppels water op die van de Nationale Conventie. Die opdracht is heel open en dus heel diffuus. Europa, de grote decentralisaties, het algemene ongenoegen van de kiezer, het fenomeen van de digitalisering etc. zouden dwingen tot bezinning over de vorm van het politieke stelsel. En als dan het probleem mooi is opgeschreven, dan moeten er voorstellen volgen tot aanpassing van dat stelsel. Maar als dat gaat gebeuren zoals de Nationale Conventie dat deed, dan is het lot van staatscommissie snel bezegeld. Ook nu is er een voorzitter benoemd die een aanzienlijke politiekbestuurlijke statuur in het openbaar bestuur heeft opgebouwd – en om die reden gezaghebbend is –, maar die in zijn lange politieke carrière wars bleek te zijn van enige vorm van politiek- staatkundige vernieuwing. Als dat maar goed gaat.

Een belangrijk verschil met de Nationale Conventie is dat de Kamers zelf om de staatscommissie hebben gevraagd en dat er een parlementaire begeleidingsgroep functioneert. Dat biedt enig aanknopingspunt. Veel belangijker is echter de vraag wat er in het regeerakkoord komt te staan. Als dit akkoord geen overeenstemming geeft over de contouren van een nieuw politiek stelsel en de kwestie wordt doorgeschoven naar de bevindingen van de commissie, dan wordt het een heel moeilijk parcours. Het zou dus veel beter zijn geweest om de staatscommissie te funderen op een stevige tekst in een regeerakkoord en daarom is de commissie een paar maanden te vroeg ingesteld. Maar dat mankement kan nog worden gerepareerd.

Opmerkelijk is vervolgens de verwatering van de opdracht. Het begin was het ongenoegen over de aard en werkwijze van het Twee Kamerstelsel, toegespitst op de vraag of de positie van de senaat wel adequaat is vormgegeven. Inmiddels moet de staatscommissie zich gaan buigen over zo ongeveer alle ‘ins en outs’ van het Nederlandse politieke stelsel. Ongetwijfeld komt er een diepgravend en mooi leesbaar rapport, maar of dat in deze opzet ook kan leiden tot politiek uitvoerbare voorstellen is hoogst onzeker en dat is vanwege de urgentie van het vraagstuk erg jammer.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.