of 59045 LinkedIn

Caribische interventies moeten proportioneel zijn

Het conflict tussen Aruba en Nederland is voorlopig bijgelegd. Het knetterde even flink toen de Arubaanse minister van financiën aftrad en premier Mike Eman in hongerstaking ging. Eman is een rustige en evenwichtige persoonlijkheid, dus bij een hongerstaking moet er echt wel iets aan de hand zijn. Bij interventies in koninkrijksverband is het wijs en verstandig om de interventieladder af te lopen. En die loopt van ongerustheid, via vermaning tot blokkeren. 

Hoewel de Arubaanse financiële positie al langer in beeld is bij de koninkrijksinstellingen, werd in dit geval geheel aan de verkeerde kant van de interventieladder begonnen. Het via de gouverneur blokkeren van de begroting is een soort laatste redmiddel om beweging te realiseren. Daarbij is een eerste vraag of de gouverneur hier wel via het koninkrijk kan worden ingezet.

Die vraag moet in beginsel bevestigend worden beantwoord. De gouverneur is in de eerste plaats landsorgaan. In die hoedanigheid is er een rol bij de kabinetsformatie, vergelijkbaar met de vroegere rol van het Nederlandse staatshoofd. Koning Willem-Alexander is het hoofd van de Arubaanse regering, maar wordt daarin vervangen door de gouverneur. Die doet dan ook namens de koning het proces van de kabinetsformatie.

Curieus in dit verband is dat de baas van de gouverneurs – koning Willem-Alexander – de kabinetsformatie niet meer mag doen van de Tweede Kamer, maar dat diezelfde Tweede Kamer zeer hecht aan de rol van de Caribische gouverneurs bij de regeringsvorming en wel omdat via die neutrale positie ongelukken kunnen worden voorkomen.

Het kan verkeren. De gouverneur is niet alleen landsorgaan, maar ook orgaan van het koninkrijk. Langs die route is bijvoorbeeld in het verleden wel geprobeerd om ministersbenoemingen te blokkeren. De gouverneur weigerde dan een benoeming, veelal op aangeven van Den Haag. Er kwam een commissie-Biesheuvel en sindsdien geldt als uitgangspunt dat de kabinetsformatie in beginsel behoort tot de autonomie van de landen.

Het recente gebeuren op Curaçao heeft echter laten zien dat hier toch snel weer interventieposities kunnen ontstaan, vooral wanneer de integriteit van bewindslieden in het geding is. De gouverneur als koninkrijksorgaan komt vooral in beeld als het gaat om de deugdelijkheid van bestuur. Het Statuut geeft hier aanknopingspunt voor interventies en de gouverneur is dan de functionaris die bij deze vorm van toezicht kan worden ingezet.

Om die reden is er ook een constante stroom van ambtsberichten van het kabinet van de gouverneur naar Den Haag. De gouverneur schakelt derhalve tussen de regering van zijn land en de koninkrijksregering. Deze koninkrijksregering bestaat uit de Nederlandse bewindspersonen plus de gevolmachtigde ministers van de drie Caribische landen. In feite is het Nederlandse kabinet in die regering volkomen dominant en om die reden ontstaan bij interventies dan ook al snel problemen.

Het koninkrijk wordt in de ‘West’ vereenzelvigd met Nederland. Interventies van het koninkrijk worden gekwalificeerd als zuiver Nederlandse interventies. Het gekrakeel dat hiervan altijd het gevolg is, geeft aan dat het Statuut eigenlijk een stevige weeffout bevat. Het is niet gelukt om het koninkrijk als een gezamenlijk instituut van de vier landen een krachtige gezagspositie te geven.

Het koninkrijk kan alleen maar gezag verwerven indien terughoudend en proportioneel wordt gehandeld. Dat had ook in de casus-Aruba de lijn moeten zijn. Via het maken van heldere afspraken moet een gefaseerde sanering van de Arubaanse overheidsfinanciën in elkaar worden gestoken en interventies moeten onder alle omstandigheden proportioneel zijn. Van een dergelijke proportionaliteit was in dit geval geen sprake en het Nederlandse kabinet heeft dus schade doen ontstaan aan de op zichzelf genomen goede verhoudingen tussen Nederland en Aruba.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.