Volg ons op: , LinkedIn of

Kijk snel bij: Abonnementen Vacatures BB Magazine

Burgemeester had raadslid aan touwtje

D.J. Elzinga 0 reacties
In 2003 waren er berichten over financiële problemen van CDA-fractievoorzitter Van Rens uit de gemeenteraad van Maastricht. Door aanzienlijke schulden waren er loonbeslagen, onder meer op de raadsvergoeding.

Burgemeester Gerd Leers van Maastricht liet zich over de kwestie-Van Rens adviseren door het bureau Capra. Dit bureau raadde Leers aan het raadslid te bewegen om af te treden en indien hij dat niet wilde afspraken te maken over zijn functioneren. De CDA-fractievoorzitter bleek inderdaad niet te willen wijken, waarop de burgemeester met hem afsprak dat hij niet zou optreden in de raad bij kwesties met een majeur financieel belang, dit om integriteitsproblemen te voorkomen.

 

De afspraak bleef geheim. De burgemeester besloot om de fractievoorzitters niet in te lichten en ook de fractie van het CDA kende de afspraak niet. Het dagblad De Limburger heeft nu - vier jaar na dato - deze geheime afspraak opgeduikeld, waarop in de Maastrichtse politiek aanzienlijke turbulentie is ontstaan. Het standpunt kan worden betrokken dat afspraken, zoals Leers die maakte met het raadslid, niet zijn toegestaan.

 

In de eerste plaats kan worden gezegd dat bij een dergelijk onderzoek of advies in ieder geval het betrokken raadslid geïnformeerd moet worden. Omdat de burgemeester hier als raadsvoorzitter handelt en dus namens de raad optreedt, is het in die omstandigheden tevens verstandig om het seniorenconvent of het presidium te informeren. De burgemeester kan immers als raadsvoorzitter ook niet zomaar beschikken over financiële middelen om dergelijk onderzoek of advies uit te zetten. Als voorzitter en lid van het college of afzonderlijk bestuursorgaan is het de burgemeester in geen enkel geval toegestaan om onderzoek te verrichten of advies in te winnen over de positie van raadsleden. Wel als raadsvoorzitter, maar dan is het wel wijs daarvoor dekking te zoeken in de raad.

 

Leers begaf zich in 2003 dan ook op zeer glad ijs en dat gaat vooral opbreken als uit advies of onderzoek blijkt dat er zwaarwegende problemen aanwezig zijn. Toen uit het Capra-onderzoek bleek dat er inderdaad problemen waren rond Van Rens had Leers alsnog kunnen besluiten om de fractievoorzitters te informeren. Hij deed dat niet en besloot tot een gesprek met Van Rens. Hierbij moet worden opgemerkt dat Leers niet kan worden verweten de zaak te hebben laten sloffen. Dat is niet de stijl van Leers. Hij houdt ervan om door te pakken, deed dat in dit geval, maar helaas op de verkeerde wijze.

 

Leers kwam tot de conclusie - en dat wist hij ook al wel zonder het advies van Capra - dat Van Rens niet tot aftreden gedwongen zou kunnen worden. Hij adviseerde wel Van Rens om zijn zetel en/of het fractievoorzitterschap neer te leggen, maar toen deze daartoe niet bereid was, werd afgesproken dat Van Rens niet zou optreden bij onderwerpen met groot financieel belang. Enkele verdedigers van Leers, zoals Cees Versteden en Arno Korsten, beweren in het dagblad De Limburger nu met droge ogen dat deze afspraak geen enkele dwingende beperking inhield voor Van Rens. Deze zou zich geheel vrijwillig wel of niet aan de afspraak kunnen houden. Er zou geen sprake zijn van een soort curatele vanwege de burgemeester.

 

Dit standpunt van Versteden en Korsten is nauwelijks overtuigend. Natuurlijk was de afgesproken gedragslijn wel een beperking voor Van Rens. Deze wist al die jaren dat als hij de gedragslijn zou schenden de kans groot zou zijn dat de burgemeester alsnog publiekelijk aan de bel zou gaan trekken. Hoewel Leers dat niet zal hebben beoogd, had hij Van Rens door de geheime afspraak aan een touwtje. Een dergelijke inperking van gedragsvrijheid van een raadslid door een geheime afspraak met de burgemeester is zeer in strijd met de basisbeginselen van het staatsrecht. Door de geheime afspraak bevond Van Rens zich in zekere zin in een soort lastverhouding tot de burgemeester. De andere raadsleden - en zelfs zijn eigen fractieleden - wisten niet dat Van Rens met een hand op de rug moest opereren.

 

De fout die Leers maakte was niet dat hij de kat de bel aanbond. Integendeel. Menig burgemeester zou in dit soort gevallen de zaak op zijn beloop hebben gelaten. Leers had echter de fractievoorzitters - al dan niet vertrouwelijk - moeten informeren, omdat hij had kunnen weten dat bij enige publiciteit rond deze kwestie ook hijzelf meteen in de vuurlinie zou komen te liggen.

 

Prof. mr. Douwe Jan Elzinga is Hoogleraar Staatsrecht, RU Groningen

 

Print dit artikel
Mail dit artikel
Deel dit artikel op

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Partner Bijdragen

recente bijdragen