of 59236 LinkedIn

Bestuursakkoord kent te veel verliezers

Het lang verwachte bestuursakkoord kent maar weinig winnaars. De waterschappen zijn succesvol uit de onderhandelingen te voorschijn gekomen.

In de aanloop naar de vorige verkiezing van de Tweede Kamer werd nog voor hun lot gevreesd. Nu is door het bestuursakkoord het profiel van de waterschappen scherper en sterker geworden en dat is ook terecht. Nergens ter wereld bestaat een zo doelmatige waterorganisatie als in ons land. De opgebouwde waterexpertise is bovendien een uitstekend exportproduct.

Op het eerste oog lijkt het Rijk eveneens een winnaar. De beoogde bezuiniging is binnen getikt en de bedoelde afstoting van taken is in de steigers gezet. Bij nader inzien krijgt het Rijk echter door het bestuursakkoord waarschijnlijk te maken met een turbulente en moeizame verhouding met de decentrale overheden. De nu gekozen vormen van decentralisatie zijn bepaald niet rationeel; voor de zorgtaken zou op belangrijke onderdelen deconcentratie een veel betere vorm zijn geweest. Mede hierdoor zullen de komende jaren tientallen kleinere gemeenten kopje onder gaan. De top van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten pleitte eerder voor de vorming van ongeveer 50 tot 100 gemeenten voor Nederland. De gemeentelijke achterban bekritiseerde deze immense schaalvergroting scherp, waarop de VNG de voorstellen schielijk introk. Wat linksom niet lukte, probeert de VNGtop nu kennelijk rechtsom.

Door het sterk verhogen van de organisatiedruk zullen tientallen kleine gemeenten het loodje leggen. De nu over te dragen taken gaan het bestuurlijk potentieel van veel kleine gemeenten ver te boven. Deze taken zullen tijdelijk in samenwerkingsverbanden worden geparkeerd, maar op enige termijn wordt gemeentelijke opschaling dan onvermijdelijk. Het heeft er alle schijn van dat de top van de VNG bewust deze Verelendungs-strategie hanteert en er is dus alle reden de verantwoordelijken daarvoor opnieuw hevig de oren te wassen.

Ook voor de grotere gemeenten kent de voorziene overdracht van taken en bevoegdheden tal van voetangels en klemmen. In de eerste plaats is de vooronderstelling dat het decentraal goedkoper kan een aanname waarvan op basis van lange ervaringen is aangetoond dat ze vals is. De zeer aanzienlijke korting betekent dus verschraling en kwaliteitsverlies. De gemeenten mogen deze boodschap aan de burgers communiceren.

Vervolgens zijn de over te dragen taken in hoofdzaak uitvoeringstaken. De politieke marges zijn buitengewoon gering omdat differentiatie in deze vormen van zorg en hulpverlening door het gelijkheidsbeginsel worden tegen gehouden. Het beeld dat de gemeente steeds meer een uitvoeringskantoor van de centrale overheid is geworden, wordt door deze overdracht opnieuw bevestigd.

Een verdere verschraling van het politieke proces op gemeentelijk niveau is hiervan het onherroepelijke gevolg. Wat heeft het nog voor zin om actief te zijn in gemeenteraden indien de meeste taken toch geen politieke keuzes verdragen? Vergroting van autonomie en terugdringing van het nauwelijks vrije medebewind zou de belangrijkste target van de VNG moeten zijn. De belangenorganisatie van de gemeente doet echter precies het omgekeerde. Ook hierom is er alle reden voor de gemeentelijke achterban om de leidinggevenden in de VNG nu eens flink op de plaats te zetten. Wat betreft de komende decentralisatiewetgeving zou het in ieder geval goed zijn daarin vormen van omgekeerd medebewind op te nemen. Gemeenten die de nieuwe taken niet willen of niet aan kunnen, zouden het wettelijke recht moeten hebben om deze over te dragen aan of te laten uitvoeren op een hoger bestuursniveau. Zo zouden kleine gemeenten op de provincie een beroep moeten kunnen doen om blijvend de jeugdhulpverlening voor hen te verzorgen.  

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Ralph Pans (Voorzitter Directieraad VNG) op
Het bestuursakkoord, gesloten onder moeilijke omstandigheden, verdient een goede discussie. In deze column neemt Elzinga echter een lelijk loopje met de feiten. Zo zou de ‘VNG top’ via de omweg van decentralisatie alsnog de vorming van vijftig tot honderd gemeenten willen realiseren. Daar was vorig jaar echter geen sprake van en dat is ook nu niet het geval.

Het toen ingetrokken voorstel ‘Thorbecke 2.0’ kende drie scenario’s. In het meest vergaande daarvan werd een compleet andere opzet van het Nederlandse openbaar bestuur voorgesteld. Daar werden alle overheden in betrokken, dus niet alleen de gemeenten. In dezelfde ledenvergadering in Leeuwarden en andere bijeenkomsten spraken gemeenten zich massaal uit voor decentralisatie van werk, zorg en jeugd. Onder een aantal strikte voorwaarden, dat wel. Aan die voorwaarden is voldaan in het akkoord, hoe kritisch je ook kunt zijn over de bezuinigingen op het onderdeel werk.

Volgens Elzinga is het vals te stellen, dat het decentraal goedkoper kan, waardoor decentralisatie alleen maar kwaliteitsverlies kan opleveren. In werkelijkheid hebben gemeenten, groot en klein, de afgelopen decennia een grote prestatie geleverd door te laten zien, dat zij omvangrijke nieuwe taken dichtbij de burger, naar tevredenheid van burgers en ook nog kostenefficiënt weten uit te oefenen, zoals ondermeer de Wmo en Wwb bewijzen. Gemeenten zouden, aldus de columnist, niet meer dan uitvoeringsloket worden en onvoldoende ruimte krijgen voor het maken van politieke keuzen. Zorgvuldige lezing van het akkoord laat evenwel zien, dat op de terreinen zorg en jeugd grote beleidsvrijheid komt en een minimum aan toezicht. Op het gebied van werk wordt ondermeer door ontschotting en loondispensatie meer beleidsruimte geboden. Het spoeddebat over het bestuursakkoord van de Tweede Kamer vorige week ging juist over het volgens sommigen teveel aan vrijheid voor de gemeenten. De nieuwe taken zouden volgens Elzinga tot samenwerkingsverbanden leiden en vervolgens tot gemeentelijke opschaling. In werkelijkheid zijn de gemeenten nu al, los van de decentralisatie, volop bezig om op allerlei terreinen, zoals beleid, uitvoering en handhaving, invulling te geven aan hun samenwerking, soms bestuurlijk, soms ambtelijk. Daar is ook helemaal niets mis mee als de burger daar beter mee gediend is. Het akkoord geeft gemeenten de ruimte om zelf invulling te geven aan samenwerking bij de nieuwe taken waar dat nodig is.

Elzinga’s betoog mondt uit in zijn bekende nostalgische pleidooi voor ‘autonome’ gemeenten zonder al teveel ‘medebewind’ en het overdragen of overlaten van taken door gemeenten aan een hoger bestuursniveau. Het is een opinie die gemeenten al geruime tijd achter zich gelaten hebben waardoor Nederland internationaal toonaangevend is met zijn sterke gemeenten en hun omvangrijke takenpakket.

‘VNG top’ en achterban zijn eensgezind over die benadering en gaan een stevige onderlinge discussie over de uitwerking en de gevolgen daarvan gelukkig niet uit de weg.