of 59045 LinkedIn

Wijkinitiatieven hebben duwtje nodig

Vijf bouwstenen zijn cruciaal voor een duurzame participatie-aanpak. Het doorbreken van initiatiefverlegenheid is er een van. Gemeenten moeten weliswaar loslaten, maar niet nadat ze burgers of wijken een zetje in de goede richting hebben gegeven. Dat bepleiten voormalig teammanager/beleidsadviseur van de Deventer wijkaanpak Marten Schuttert en Ap van Straaten, voormalig innovator bij welzijnstelling Raster, in een terugblik op ruim 23 jaar Deventer wijkaanpak.

Vijf bouwstenen zijn cruciaal voor een succesvolle wijkaanpak. Het doorbreken van initiatiefverlegenheid is er een van. Gemeenten moeten weliswaar loslaten, maar niet nadat ze burgers of wijken een zetje in de goede richting hebben gegeven.

Actieve bewonersgroepen

Dat bepleiten voormalig teammanager/beleidsadviseur van de Deventer wijkaanpak Marten Schuttert en Ap van Straaten, die lange tijd als innovator werkte bij welzijnstelling Raster. Het duo stond ruim 23 jaar geleden aan de wieg van de Deventer wijkaanpak, nu WijDeventer geheten. Door onder meer veranderende maatschappelijke omstandigheden is de wijkaanpak voortdurend veranderd en bijgeschaafd, maar de principes – of bouwstenen – zijn min of meer dezelfde gebleven. De kern van de aanpak hebben Schuttert en Van Straaten in een compact stuk verwoord: Vijf bouwstenen van een duurzame aanpak. Deze zijn in hun ogen ook bruikbaar buiten Deventer.

 

Altruïstisch overschot

Het uitnodigen van bewoners om in beweging te komen is een van die vijf bouwstenen. Zowel initiatief- als vraagverlegenheid hebben ‘een zetje nodig’, aldus Schuttert en Van Straaten. Daarvoor hoeven geen grootse campagnes vanuit gemeenten worden gevoerd. Lichtvoetige benaderingen die een ‘persoonlijk beroep doen op het altruïstisch overschot’ is meestal voldoende. In Deventer zijn sociale werkers, jongeren- en kinderwerkers permanent aanwezig om een burger individueel dan wel in samenwerkingsverband met anderen in beweging te krijgen. In Deventer zijn constant zo'n 250 bewonersgroepen actief, maar niet steeds dezelfde.

 

Concreet doel

Een van de andere succesfactoren van Deventer is dat de wijkaanpak heeft ingespeeld op de betrokkenheid van de postmoderne burgers: ‘burgers die zich voor een beperkte tijdspanne en voor een concreet doel met andere bewoners willen verbinden om te werken aan een fijne buurt’, stelt het duo. De twee hameren er op dat het belangrijk is de aard van de motivatie van de bewoners te blijven onderkennen. Wijkbewoners gaan samen aan de slag met hun ideeën en initiatieven. ‘Ze doen dit niet omdat de overheid het graag wil, maar vanuit een eigen intrinsieke motivatie’.

 

Zelf doen

Zelfwerkzaamheid is de derde bouwsteen van een duurzame participatie-aanpak. ‘Zelf doen leidt tot eigenwaarde en eigenaarschap’, menen Schuttert en Van Straaten. ‘Zelf doen betekent dat je met anderen een idee vormt, je inzet en toewerkt naar een resultaat. Het is de klassieke queeste van droom naar daad. Daartussen bevinden zich altijd obstakels, wetten en bezwaren. Deze samen te lijf gaan en overwinnen schept een band en versterkt de gemeenschapszin. En het mag ook mislukken.’

 

Ondersteuning

Dit betekent niet dat professionele ondersteuning niet nodig is. Integendeel. Een duurzame ondersteuningsstructuur met vertrouwde gezichten van toegewijde professionals is wel belangrijk. ‘Het bijzondere van de Deventer situatie is dat de ondersteuning van de bewoners altijd heeft plaatsgevonden in nauwe samenwerking tussen opbouwwerkers (welzijnsorganisatie) en wijkmanagers (gemeente). Co-creatie maar wel vanuit onderscheiden rollen’, verduidelijkt Schuttert.

 

Gebieds-DNA

De ondersteuning heeft overigens niet alleen betrekking op de bewonersinitiatieven, maar ook op de participatieve aanpak voor de buurt of het dorp als geheel, benadrukken de twee. ‘Deze moet volgens ons gebaseerd zijn op een van te voren doordacht plan, op basis van een  krachtenveldanalyse of gebieds-DNA. Welke buurten of groepen redden zich zelf en welke hebben een zetje nodig? Dat vraagt maatwerk voor de buurt of het dorp en improvisatie uitgaande van een basisplan.’ Het basisplan van de Deventer Wijkaanpak bestaat uit uitnodigen, gevolgd door verbinden en vervolgens aan de slag’.

 

Eigenaarschap

Last but not least is eigenaarschap een succesfactor bij participatie. ‘Echt eigenaarschap gaat over de middelen, over het geld en de aanpak’, menen Schuttert en Van Straaten. ‘In de representatieve democratie gaat het om de afweging van belangen. Daarbij horen gekozen vertegenwoordigers, inspraakprocedures, adviesorganen, wijkraden, enzovoort.’ In een doe-democratie hoort volgens hen het zelfbeheer van het proces en de middelen. ‘In Deventer is deze verantwoordelijkheid belegd bij het wijkteam, dat uitsluitend uit bewoners bestaat’, verduidelijkt Schuttert. ‘De wijkmanager (gemeente) is technisch voorzitter en bereid vergaderingen voor. Vaak zijn er ook raadsleden aanwezig (de fracties kennen contactraadsleden per wijk) en ook de wijkwethouder. De raadsleden, wethouders hebben echter geen stemrecht.’ Deventer kent een wijkindeling met vijftien wijken en dorpen en telt momenteel acht wijkteams.

 

Belangenafweging

Het wijkteam is geen (deel)gemeenteraad die een belangenafweging kan maken. ‘Het is een groep die exemplarisch is voor de bewoners van een wijk of dorp. Het wijkteam bespreekt de ideeën en initiatieven van bewoners. Zij beoordeelt niet de juistheid maar stelt wel kritische vragen om de ideeën en initiatieven het beste tot wasdom te laten komen’, aldus Schuttert en Van Straaten. Het wijkteam bepaalt hoeveel van het wijkbudget aan een initiatief wordt toegekend. Ook gaat het wijkteam over de aanpak, het basisplan en de ondersteuning door de professionals. ‘Deze aanpak wordt aan het wijkteam voorgelegd en het wijkteam evalueert achteraf de aanpak en de ondersteuning. Op deze manier is de wijk zelf baas over het proces en de middelen.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.