of 59080 LinkedIn

Volle kandidatenlijst vooral windowdressing

De helft van de mensen op de kandidatenlijsten blijkt niet de gemeenteraad in te willen. De groep die zich actief wil inzetten voor de lokale politiek is nog kleiner dan gedacht. Dat blijkt uit een analyse van de gemeenteraadsverkiezingen van eerder dit jaar.

De helft van de mensen op de kandidatenlijsten blijkt niet de gemeenteraad in te willen. De groep die zich actief wil inzetten voor de lokale politiek is nog kleiner dan gedacht.

Meer dan de helft van alle kandidaat-raadsleden, vooral die op de lagere plaatsen, heeft geen ambitie daadwerkelijk de raad in te gaan en wil soms gewoon echt niet. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Bevlogen en begrensd’, een analyse van de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart j.l. door Julien van Ostaaijen van de Tilburgse school voor Politiek en Bestuur.

 

Klein groepje actievelingen

De opvallend grote deelname van meer dan driehonderd nieuwe lokale partijen zegt volgens hem niets over een groeiende betrokkenheid bij de plaatselijke politiek. ‘Het blijft voor lokale politici erg moeilijk om inwoners bij de lokale politiek te betrekken. De met de verkiezingen samenhangende activiteiten, zoals de selectie van kandidaten en het schrijven van een programma, worden door een kleine groep uitgevoerd. Soms is die groep nog kleiner dan gedacht. Van alle kandidaten op de kandidatenlijsten blijkt slechts de helft ambitie te hebben om ook daadwerkelijk de raad in te gaan’, concludeert hij.

 

Lokale verkiezing 'broertje van'

Lokale verkiezingen worden door veel mensen gezien als ‘broertje van de landelijke verkiezing’. Politici en politieke partijen bemoeien zich veelvuldig met de lokale verkiezingen en veel kiezers stemmen met een landelijk motief, met als gevolg dat de uitslag in veel gemeenten op elkaar lijkt.

Internet en sociale media spelen een grotere rol in de campagnes dan voorheen, maar zorgen volgens de onderzoeker nog steeds niet voor echte vernieuwing. ‘Ze worden vooral gebruikt om te zenden en voor debat tussen politici onderling. Het bereiken van inwoners blijkt ook via sociale media lastig’, stelt Van Oostaaijen. Daarmee verschilt het karakter van de digitale campagne niet veel van de klassieke campagne, die in de onderzochte gemeenten ongeveer tussen de 5000 en 7000 euro per politieke partij kost.

 

Weinig onderscheid, nauwelijks debat

Er ligt volgens Van Ostaaijen nog een flinke opgave voor inwoners en lokale politiek om dichter bij elkaar te komen: ‘Vooral het feit dat inwoners weinig onderscheid tussen partijen zien, is iets waar politieke partijen meer aan zouden kunnen doen. Veel debatten waren nauwelijks debatten te noemen, omdat partijen het vaak eens waren, zoals onder meer over de aanpak van de decentralisaties. Meer keuze en meer polarisatie zou de lokale politiek voor inwoners aantrekkelijker kunnen maken'

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Freek op
Van Oostaaijen begrijpt er helemaal niets van.
De gemeenten zijn de uitvoeringsinstanties van het Rijk als het om de decentralisaties gaat. Er valt op lokaal niveau helemaal niets te discussiëren over de aanpak. Vele lokale politici zijn gelukkig nuchtere mensen en praktisch ingesteld. Daarom gaan zij hun tijd niet verdoen met zinloze debatten over iets wat al in beton gegoten zit.
Door Burger (Lezer) op
Niets nieuws onder de zon. Al dertig jaar neemt een lokale partij hier deel aan de verkiezingen met een lijst van pakweg 30 kandidaten voor ca. vijf zetels. Omdat alle familie en vrienden van die 30 op hen stemmen heeft de partij sowieso al 1 of 2 zetels. Maar inderdaad, bij het bezetten van de gewonnen zetels ontstaat een flink probleem bij een monsterzege zoals vier jaar geleden. Dan blijkt dat er meer lijstduwers dan kandidaten op de lijst staan.