of 59250 LinkedIn

Peuterspeelzaal wordt peutergroep

Officieel nemen we in 2018 afscheid van de peuterspeelzaal. Speelzalen zijn dan omgevormd tot kinderdagverblijven, waarvoor werkende ouders kinderopvangtoeslag kunnen aanvragen. Peuterspeelzalen vallen dan ook onder dezelfde kwaliteitseisen als kinderdagverblijven. Dus einde peuterspeelzaal en einde rol gemeente? No way.

Officieel nemen we in 2018 afscheid van de peuterspeelzaal. Speelzalen zijn dan omgevormd tot kinderdagverblijven, waarvoor werkende ouders kinderopvangtoeslag kunnen aanvragen. Peuterspeelzalen vallen dan ook onder dezelfde kwaliteitseisen als kinderdagverblijven. Dus einde peuterspeelzaal en einde rol gemeente? No way.

Optisch bedrog
De omvorming van peuterspeelzalen tot officiële kinderopvang komt voort uit de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzalen, die meer eenvormigheid in het kinderopvangaanbod nastreeft. Alles wordt kinderopvang, de peuterspeelzaal verdwijnt. Maar dit is optisch bedrog.

 

Frontlinie

Van een afscheid zal geen sprake zijn. Hooguit verdwijnt de naam peuterspeelzaal om vanaf 2018 voort te gaan onder de naam peutergroep of voorschool, al dan niet geïntegreerd in de reguliere kinderopvang. Reden: peuterspeelzalen staan meer dan wie ook in de frontlinie in de strijd tegen segregatie en taalachterstanden in het Nederlands. Het nieuwe kabinet heeft zelfs gekozen voor een verruiming van het aanbod in voorschoolse voorzieningen en trekt daarvoor uiteindelijk 170 miljoen euro extra uit, zodat peuters met een taalachterstand niet 10 maar wekelijks 16 uur naar een voorschoolse voorziening kunnen. En wie kan die verruiming beter invulling geven dan de peuterspeelzaal? Of, met een nieuw etiket, de peutergroep?

 

Geïnstitutionaliseerde segregatie

In de afgelopen tientallen jaren hebben peuterspeelzalen enorm veel kennis en ervaring opgebouwd om peuters op weg te helpen. Allochtone kinderen vooral, zoals we ze vroeger noemden. Doelgroepkinderen, in new speak. Via voorschoolse educatie (vve) lukt het peuterspeelzalen kinderen op speelse wijze ‘klaar te stomen’ voor de basisschool, met speciale ontwikkelingsprogramma’s en beter geschoolde pedagogisch medewerkers dan in de kinderopvang. Extra’s die vooral worden betaald vanuit de onderwijsachterstandsmiddelen (oab) vanuit het rijk, vaak aangevuld met gemeentelijke subsidie.

 

Waarom harmonisatie?

Waarom dan die harmonisatie? Kinderen van werkende ouders zitten toch prima in ‘commerciële’ kinderdagverblijven, terwijl kinderen van doelgroepouders speels en effectief in taal worden bijgespijkerd in de peuterspeelzaal? Het antwoord is eenvoudig: loop in een middelgrote of grote stad een peuterspeelzaal en kinderdagverblijf binnen en je ziet het meteen. De peuterspeelzaal is ‘zwart’, het kinderdagverblijf is ‘wit’. Het is pure geïnstitutionaliseerde segregatie in beeld. Europees gezien vormen wij echt een afwijking, met ons rare onderscheid tussen kinderopvang voor werkende ouders in kinderdagverblijven en niet-werkende (doelgroep)ouders in peuterspeelzalen. Dus leve de harmonisatie.

 

Versplinterd beeld

Wel zien we nu een versplinterd beeld ontstaan. Zo heeft Almere bedacht dat het peuterspeelzaalwerk kan worden opgeheven en ondergebracht bij kinderopvangorganisaties, inclusief de vroeg- en voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters. Amsterdam kiest op zijn beurt voor één peutervoorziening (lees: de geharmoniseerde peuterspeelzalen en kinderdagverblijven) waar alle peuters minimaal 15 uur in de week terecht kunnen. Utrecht gaat vooralsnog in zee met één peuterspeelzaalaanbieder, Spelenderwijs, die wetenschappelijk aangetoond hoge kwaliteit levert in haar voorschoolse programma’s.

 

Fikse herverdeling

Het zijn keuzes die sterk afhangen van de lokale situatie. Maar de gemeente heeft het daarbij niet alléén voor het zeggen. Want ook het basisonderwijs heeft een belangrijke invloed. En het rijk, via de besteding van de achterstandsmiddelen. Het rijk wil naar een fikse herverdeling van onderwijsachterstandsmiddelen voor gemeenten, nadat het CBS begin 2016 een betere methode heeft bedacht om te bepalen welke peuter of basisschoolleerling een achterstand kan hebben. En wat blijkt? Opeens zijn er twee keer zoveel achterstandskinderen in Nederland: geen 134.000 maar 260.000. En ze wonen niet allemaal in de vier grote steden.

 

Legitieme argumenten

En de scholen, zij willen dolgraag een peuterspeelzaal in huis. Je wilt je klanten het liefst zo vroeg mogelijk binnen hebben natuurlijk. Ze gebruiken daarbij altijd legitieme, inhoudelijke argumenten. Zo vindt het onderwijs een doorgaande leer- en ontwikkelingslijn voor kinderen belangrijk, zonder knip tussen peuterspeelzaal en basisschool. Daarnaast zien scholen met lede ogen aan dat het basisniveau waarop kinderen hun schoolcarrière starten al jaren dalende is. Een eigen peuterspeelzaal in huis betekent méér greep op het instroomniveau van kinderen. Je moet als gemeente van goede huize komen, wil je al dit onderwijsgeweld kunnen pareren. En waarom zou je eigenlijk?

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.