Waterschappen naderen einde
Opheffing van waterschappen is één van de scenario’s van de ambtelijke bezuinigingswerkgroep openbaar bestuur. Politieke steun voor behoud brokkelt af.
Opheffing
Waren PvdA, SP, GroenLinks, PVV en D66 al langer in meer of mindere mate voor opheffing van de waterschappen, de VVD is naar verluidt nu ook om. Daardoor is er geen meerderheid meer voor instandhouding van de waterschappen.
Risico
Dat is van belang, aangezien de commissie-Kalden, één van de negentien ambtelijke heroverwegingswerkgroepen, voorstelt de waterschappen bij provincies of Rijk onder te brengen. Volgens voorzitter Peter Glas van de Unie van Waterschappen levert opheffing slechts 23 miljoen euro op, terwijl het risico op overstromingen fors toeneemt.
Leer hieronder de artikelen Waterschappen: 'Spetter op een gloeiende plaat' en Geen politieke steun meer voor waterschappen uit Binnenlands Bestuur nummer 11, 19 maart 2010.
Waren PvdA, SP, GroenLinks, PVV en D66 al langer in meer of mindere mate voor opheffing van de waterschappen, de VVD is naar verluidt nu ook om. Daardoor is er geen meerderheid meer voor instandhouding van de waterschappen.
Risico
Dat is van belang, aangezien de commissie-Kalden, één van de negentien ambtelijke heroverwegingswerkgroepen, voorstelt de waterschappen bij provincies of Rijk onder te brengen. Volgens voorzitter Peter Glas van de Unie van Waterschappen levert opheffing slechts 23 miljoen euro op, terwijl het risico op overstromingen fors toeneemt.
Leer hieronder de artikelen Waterschappen: 'Spetter op een gloeiende plaat' en Geen politieke steun meer voor waterschappen uit Binnenlands Bestuur nummer 11, 19 maart 2010.
Reactie op dit bericht
“Opheffen van gekozen waterschapsbesturen levert hoogstens 20 miljoen euro op en zou de net ingezette democratiseringslijn (water is immers een belang voor alle burgers c.q. ingezetenen) voortijdig afbreken. Goed waterbeheer is beter te borgen door een gekozen functioneel waterbestuur, dan onder te brengen bij een algemeen (provinciaal) bestuur, dat immers per provincie geneigd is andere prioriteiten te stellen.”
- De 20 mln euro is een leuk Unie-getal dat ruimharig wordt verspreid binnen de waterschapsbesturen en pers, maar raakt kant noch wal. Een kleine blik op de waterschapsbegrotingen leert dat bijvoorbeeld het Wetterskip Fryslân EUR 1,7 mln kosten aan bestuur doorbelast en EUR 4,3 mln aan stafkosten (bron: begroting 2010). Zo gaf Delfland bijv. in 2008 2,8 mln uit aan bestuur en 2,3 mln aan externe communicatie. Dan heb ik het nog niet over de overige ondersteunende diensten. Ook bij andere waterschappen gaat het bij een voorzichtige inschatting mbt kosten bestuur en externe communicatie zeker om ca 5 mln per waterschap. Dit 5x26 levert toch 130 mln EUR op. Ook bij bijvoorbeeld de provincies kan het nodige bespaard worden. Zoals bijvoorbeeld bij het toezicht op de waterschappen en benodigde waterkennis. Ook kan veel afstemming, bestuurlijke toestanden worden vermeden. Zo is er de nodige synergie te halen.
- ‘Prioriteiten stellen’ is inspelen op onderbuikgevoelens. Dit blijkt ook uit onlangs rondgestuurde pamflet “Kerngegevens waterschappen” van de Unie. In dit pamflet wordt ook begonnen met de bescherming tegen overstromingen. Uit het pamflet blijkt dat de waterschappen jaarlijks 2,3 mld aan belastingen innen. Van dit bedrag geven de waterschappen slechts 5 tot 10% uit aan de aanleg en het beheer van waterkeringen (lees: dijken, kades etc.). Voor Wetterskip is dit inclusief doorbelasting van stafkosten slechts 9,5 mln EUR op een begroting van ruim 116 mln. Dit is makkelijk door een bestemmingsheffing -een heffing die niet voor iets anders dan waterveiligheid gebruikt mag worden- zeker te stellen.
Ik zou nl graag zien dat de andere kosten voor het waterbeheer worden afgewogen tegen bijvoorbeeld een fietspad of ouderen zorg! Wateraanvoerprojecten of bijvoorbeeld beekherstel (Veluwe) mogen best ter discussie worden gesteld.
Ongeveer 40-50% van het waterschapsgeld -in totaal 1,3 mld EUR- gaat jaarlijks naar afvalwaterzuivering. Dit is een bedrijfsmatige taak die bij uitstek in een NV-vorm gegoten kan worden samen met de riolering (ruim 1,6 mld). Daar valt de nodige te halen. Grove schatting: 500-700 mln op jaarbasis. Voor een gemeente is het van belang dat niet een medeoverheid (zoals waterschappen zie aanbod Unie in het kader van actie Storm) de rioleringszorg overneemt. Met een bedrijf kan de gemeente beter baas in eigen huis (lees: openbare ruimte) blijven.
- Wat betreft de democratisering
Het waterschap is in essentie een functioneel bestuur. Dit terwijl er integrale opgaven in de fysieke leefomgeving liggen. Daar ligt de uitdaging. Dit vereist afstemming tussen RO, economie én water. Waterschappen zijn de afgelopen jaren ook steeds beleidsmatiger gaan opereren (veel RO) en zijn door schaalvergroting steeds verder komen af te staan tot de algemene democratie. Het lijstenstelsel levert alleen maar meer gedoe op met de provincies. Immers de bestuurders van de waterschappen - ik neem aan u ook Rein Ferwerda- hebben een verkiezingsprogramma. Als een agrarisch getint college wordt gekozen -deze kans is groot vanwege organisatiegraad buitengebied, NLTO, kwaliteitszetels, geringe belangstelling stedelijk gebied- botst het collegeprogramma snel met de belangen van de algemene democratie. Deze politisering van het waterschapsbestuur kan ik niet positief noemen. Het waterbeheer verdient mi geen specifiek politiek bestuur!
Het waterschap zou m.i. een strikt uitvoerende organisatie moeten worden die wel in de regio is ingebed. Een gedeconcentreerde Rijksdienst voldoet hieraan niet; nog los van decentraal tenzij…
RWS kan bestaan vanwege de afstand van het hoofdsysteem tot de lokale en regionale problematiek (politiek). Een gedeconcentreerde rijksdienst als landelijke waterbeheerder verstoort het evenwicht tussen gemeente, provincie en rijk. Immers een dergelijke rijksdienst opereert vanuit het rijk met centrale bevoegdheden.
Het zal alleen maar meer geld gaan kosten door de toenemenen bureaucratie die er bij provincie of rijk is, en de kerntaken zullen niet meer worden uitgevoerd in het belang van veiligheid, maar alleen maar als er geld is, en de politiek geen andere prioriteiten heeft. Dat moet je absoluut voorkomen!
Waterveiligheid moet uit de politiek blijven om dit goed te kunnen waarborgen. Ze voeren het beleid uit wat in de politiek gemaakt worden en aan die normen moeten ze voldoen.
Waterschapsverkiezingen afschaffen, die waren opgelegd door de landelijke politiek ivm hun bestaansrecht, nu niet gaan zeggen dat het niet aanslaat, want het is niet het idee van de waterschappen.
23 miljoen is idd een druppel op de gloeiende plaat. Je lijikt het te kunnen besparen, maar dit is slechts eenmalig. Beter kan je structureel bezuiningen binnen het waterbeheer zelf. Daar staat tegenover dat de politiek dan ook niet steeds de regels moet veranderen en de de normen moet verhogen. Of niet zeuren dat het geld kost.
Niet te lang mee wachten dus.
Vooral kleine gemeenten zullen meer en meer probleem krijgen met rioolbeheer en totaal afhankelijk worden van adviesbureaus.
Waarom zou je in godsnaam een goed systeem als de waterschappen bij de provincies onderbrengen? Omdat dit in het meest gunstige geval het astronomische bedrag van 23 miljoen euro oplevert? Dat is toch een druppel op een gloeiende plaat, in het meest gunstige geval!
Hoe is de wettelijke positie van waterschappen geregeld? De commentaren van waterstaats- en waterschapsrechtskundigen Van den Berg, Van Hall en Van Rijswick komen er op neer, dat er in hfdst. 7 van de Grondwet van 1983 sprake is van een eigenstandige staatsrechtelijke positie van de waterschappen, zoals geregeld in de organieke Waterschapswet van 1991, nadien gewijzigd in de nieuwe Wet modernisering waterschapsbesturen die eind 2007 in werking is getreden. Doelen van deze nieuwe wet zijn: het vergroten van de democratische legitimatie, de transparantie, vereenvoudiging en modernisering van de bestuurlijke en financiële structuur van de waterschappen.
Om deze wetswijziging verder te implementeren is eind 2008 het Waterschapsbesluit in werking getreden, waarbij het personenstelsel m.b.t. verkiezing van waterschapsbesturen is gewijzigd in een lijstenstelsel. Daarmee hebben politieke en andere groeperingen wettelijk de mogelijkheid gekregen om namens de belangengroep der ingezetenen (lees: alle burgers van Nederland) kandidaten voor de waterschapsbesturen voor te dragen. Dat is terecht, omdat immers ook ingezeten waterschapsbelasting moeten betalen. En in waterschapsland geldt al eeuwen de bestuurlijke trits: belang – betaling – zeggenschap. Voor de tweede wereldoorlog hadden alleen grondbezitters (het ongebouwd, vooral boeren) zeggenschap, want zij hadden het meeste belang bij een goed waterbeheer. Maar omdat na WO-II in toenemende mate het inzicht is doorgebroken, dat niet alleen boeren, maar ook andere buitenlui en burgers algemeen belang hebben bij schoon water en droge voeten, is de wettelijk gelegitimeerde democratisering van de waterschapsbesturen een logische ontwikkeling.
De Waterschapswet regelt het provinciale en overige toezicht op de waterschapsbesturen, maar vernieting van besluiten van deze besturen kan volgens Gw art. 133, lid 3 alleen geschieden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Juist dit algemene belang van waterschapsbesturen heeft prof.dr. Cees Veerman als voorzitter van de Deltacommissie, nog eens krachtig onderbouwd in een opiniebijdrage van 11 januari 2010: ‘Opheffing waterschappen levert niemand winst op.’ Het is dan ook niet verstandig om waterschappen op basis van flinterdunne bezuinigingsargumenten eenzijdig af te schaffen. Dat riekt naar machtspolitiek denken en dat moeten we in waterland Nederland niet willen.
Opheffen van gekozen waterschapsbesturen levert hoogstens 20 miljoen euro op en zou de net ingezette democratiseringslijn (water is immers een belang voor alle burgers c.q. ingezetenen) voortijdig afbreken. Goed waterbeheer is beter te borgen door een gekozen functioneel waterbestuur, dan onder te brengen bij een algemeen (provinciaal) bestuur, dat immers per provincie geneigd is andere prioriteiten te stellen. En dat is om twee redenen niet aan te raden: 1. met het oog op een strak geregisseerd nieuw Deltaplan, waarbij behalve de waterveiligheid, water als drager en voeder van de Nederlandse Delta, een (inter)nationaal belang dient, dat het provinciale belang te boven gaat; 2.met het oog op de voordelen van de operatie Storm van de UvW: doelmatig waterbeheer. Laat de waterschappen blijven doen waar ze al sinds de Middeleeuwen goed in zijn: zorg voor duurzaam waterbeheer ook in de 21e eeuw.