Scholingsbudget op aan dure 1-daagse cursussen
Ambtenaren hebben geen tijd om op cursus te gaan. Maar omdat het scholingsbudget volgens de cao-afspraken gebruikt moet worden, volgt een klein aantal ambtenaren dan maar een prijzige cursus van een dag. Dat zegt hoogleraar Bestuurskunde Michiel de Vries in reactie op publicaties van Binnenlands Bestuur.
Onduidelijk
Maar liefst 2,1 procent van de loonsom van gemeenten wordt gemiddeld vrijgemaakt voor de scholing van ambtenaren. Maar waar die miljoenen precies aan worden uitgegeven is bij veel gemeenten niet duidelijk. In Binnenlands Bestuur nr.12 meer over dit onderzoek.
Perversiteit van systeem
‘In de praktijk is er helemaal geen tijd om de ambtenaren op cursus te sturen, die hebben het veel te druk. Maar het geld moet wel worden uitgegeven dus dan worden een paar ambtenaren op een peperdure cursus van een dag gestuurd, dat is de perversiteit van het systeem. Voor het personeel is het zinloos, maar voor de organisatie erg effectief,’ zegt de Vries.
Effecten
Lokale overheden hebben ook vaak geen zicht op de resultaten van de cursussen. Dat beaamt de Vries: ‘Ik weet van een aantal gemeenten dat die helemaal niet geïnteresseerd zijn in de effecten van scholing.’
Doodzonde
De Vries vraagt zich af of het verplichte cursusbudget gehandhaafd moet blijven: ‘ Je moet jezelf de vraag stellen willen we dit met zijn allen wel? Moeten we die afspraken niet eens aanpassen? Het is doodzonde van het geld wat hieraan wordt besteed, helemaal in deze tijd van bezuinigingen. Of je moet er zinvol mee omgaan, maar dat kan pas als er genoeg mensen in een organisatie zijn. Ze moeten ook zo een week weg kunnen.'
Geen zin
De hoogleraar Bestuurskunde hamert wel op het belang van opleidingen voor ambtenaren. ‘Scholing is wel nodig, je wilt op de hoogte blijven, leren van elkaar. Maar zoals het nu gebeurt heeft het helemaal geen zin.'
Maar liefst 2,1 procent van de loonsom van gemeenten wordt gemiddeld vrijgemaakt voor de scholing van ambtenaren. Maar waar die miljoenen precies aan worden uitgegeven is bij veel gemeenten niet duidelijk. In Binnenlands Bestuur nr.12 meer over dit onderzoek.
Perversiteit van systeem
‘In de praktijk is er helemaal geen tijd om de ambtenaren op cursus te sturen, die hebben het veel te druk. Maar het geld moet wel worden uitgegeven dus dan worden een paar ambtenaren op een peperdure cursus van een dag gestuurd, dat is de perversiteit van het systeem. Voor het personeel is het zinloos, maar voor de organisatie erg effectief,’ zegt de Vries.
Effecten
Lokale overheden hebben ook vaak geen zicht op de resultaten van de cursussen. Dat beaamt de Vries: ‘Ik weet van een aantal gemeenten dat die helemaal niet geïnteresseerd zijn in de effecten van scholing.’
Doodzonde
De Vries vraagt zich af of het verplichte cursusbudget gehandhaafd moet blijven: ‘ Je moet jezelf de vraag stellen willen we dit met zijn allen wel? Moeten we die afspraken niet eens aanpassen? Het is doodzonde van het geld wat hieraan wordt besteed, helemaal in deze tijd van bezuinigingen. Of je moet er zinvol mee omgaan, maar dat kan pas als er genoeg mensen in een organisatie zijn. Ze moeten ook zo een week weg kunnen.'
Geen zin
De hoogleraar Bestuurskunde hamert wel op het belang van opleidingen voor ambtenaren. ‘Scholing is wel nodig, je wilt op de hoogte blijven, leren van elkaar. Maar zoals het nu gebeurt heeft het helemaal geen zin.'
Reactie op dit bericht
Onder verwijzing naar dit bericht, dat ik op dat moment nog niet had gelezen, kreeg ik een telefoontje van een NOS-medewerker. Deze wilde nagaan of in deze kwestie een mogelijk thema zat om aandacht aan te besteden. Hij legde me de vraag voor of er inderdaad vaak zo met opleidingsgelden wordt omgegaan bij de overheid en of er ook in het bedrijfsleven op een dergelijke manier geld over de balk wordt gegooid.
Ik stak van wal met de opmerking dat geld besteed aan cursussen en opleidingen (formeel leren) over het algemeen maar een fractie uitmaakt van al het geld dat direct en indirect in organisaties in opleiden en leren wordt gestoken. Dus dat in díe zin wellicht geen sprake is van een groot issue.
Verder: dat het op zich wel een bekend fenomeen is, zowel in overheid als bedrijfsleven, dat eenmaal toegekende opleidingsbudgetten aan het eind van het jaar vaak nog zoveel mogelijk opgemaakt worden. Maar is dat op zich verkeerd? Dat hangt er mede vanaf waaraan het geld wordt besteed.
Ook gaf ik aan dat mij geen onderzoek bekend is waarin eenduidig wordt aangetoond dat er op grote schaal sprake zou zijn van ‘misbruik van opleidingsgelden’ of van ‘gebruik van opleidingsgelden voor oneigenlijke doelen’, noch in overheid, noch in bedrijfsleven.
Wel: dat ik vaker mijn wenkbrauwen frons bij het besteden van opleidingsgelden in overheidorganisaties dan bij het besteden van opleidingsgelden in het bedrijfsleven. Maar: dat is wellicht omdat ik er toevallig vaker tegen aanloop of er vaker van hoor. Misschien is dat wel zo omdat zowel de brengers als de ontvangers van dergelijke boodschappen, wij met z’n allen misschien, daar gevoeliger voor zijn omdat we ook allemaal belastingbetaler zijn. Hardop denkend trok ik de conclusie dat er over buitenissig aanwenden van opleidingsgelden vooralsnog wel veel casuïstiek beschikbaar lijkt te zijn, en dat er wel veel anekdotes de ronde doen, maar dat er geen onderzoek is dat onomstotelijk in een bepaalde richting wijst. Problematisch is bovendien dat in het beschikbare onderzoek vaak ongelijke grootheden met elkaar worden vergeleken, waardoor allerlei gepubliceerde opleidingscijfers nogal multi-interpretabel zijn.
Later op de dag ben ik maar eens gaan googlen om de berichten te lezen die er zoal waren verschenen naar aanleiding van bedoelde ‘vermeende kwestie’. Het bleek in wezen te gaan om de cao-afspraak dat er (gemiddeld) 1010 euro per gemeenteambtenaar per jaar aan opleidingen moet worden besteed. Deze in principe misschien niet eens zo verkeerd bedoelde afspraak blijkt in de praktijk vaak verkeerd (‘pervers’) uit te pakken. Dat gebeurt wanneer a. het geld verplicht aan opleidingen moet worden besteed, en b. er door werkdruk geen of weinig tijd voor opleidingen vrijgemaakt kan worden. De oplossing is dan: zo duur mogelijke opleidingen laten volgen, dan is het geld het eerst op, met zo weinig mogelijk ‘tijdverlies’.
Een vast opleidingsbudget per medewerker, of een vast percentage van de loonsom dat voor de totale personeelspopulatie aan opleidingen wordt besteed, heeft bepaalde voordelen: er is geld voor opleidingen beschikbaar als het nodig is, en het is er in principe voor iedere medewerker.
Nadeel van een vast opleidingsbudget per medewerker is echter dat er geredeneerd wordt vanuit beschikbare budgetten, en niet vanuit strategische doelen, niet vanuit opleidingsbehoeften, - doelen of – noodzaak. Wat in feite een randvoorwaarde is, namelijk geld, kan dan de vorm aannemen van een verplichting, of van een doel op zich. Het gaat er dan om dat het wordt besteed, en het eigenlijke doel wat men met opleiden en leren voor ogen heeft komt op de tweede plaats, of wordt zelfs uit het oog verloren.
Uit de monitor van het A+O fonds gemeenten blijkt (aldus Binnenlands Bestuur van 26 maart 2011, p. 38), dat meer dan de helft van de gemeenten niet van te voren bedenkt waaraan het geld in het jaarlijkse opleidingspotje voor personeel het beste kan worden besteed. Ook stellen ze nauwelijks voorwaarden aan opleidingen. ‘Het aantal gemeenten dat over een strategisch opleidingsbeleid beschikt is minimaal.’ (p.39) Daarmee geven de desbetreffende gemeenten bovengenoemd nadeel wel een erg grote kans om het te winnen van de voordelen die er ontegenzeggelijk ook zijn. Over effectiviteit van opleidingen hoef je het dan al helemaal niet meer te hebben: als je geen doelen hebt/stelt is de vraag naar de effectiviteit van opleidingen ook vrij zinloos, omdat je geen idee hebt waaraan je die effectiviteit zou moeten afmeten. Het kan natuurlijk zijn dat het doel puur is het nakomen van afspraken met vakbonden, of de retentie, het behoud van medewerkers. Maar dan is toch sprake van een gemiste kans.
Mijn opvatting is dat werken met al dan niet verplichte opleidingsbudgetten op zich prima is, maar dat deze bij voorkeur wel gekoppeld dienen te zijn aan een strategisch opleidingsbeleid.
Peter Schramade, hoofdredacteur XpertHR.nl - Opleiding & Ontwikkeling
opleiding en ontwikkeling moeten gaan zien als een investering qua tijd en geld in mens en organisatie. Een doelgerichte investering in mens en organisatie leidt op termijn tot verlichting van de werkdruk. Veel werk bij de overheid kan gewoon veel efficiënter en effectiever worden georganiseerd. Snij in de bureaucratie, leg verantwoordelijkheden meer bij de professionals en deel kennis en ervaring met de burger.
Doelstelling : zet de ramen van al die stadskantoren en provinciehuizen eens flink open en laat een frisse wind waaien !
En dan nog: 80% van het werk bestaat uit coördineren en controleren. Elkaar bezig houden, zogezegd.
Bij gemeente en waterschappen valt het nog mee. Maar hoe 'hoger' de overheid, hoe meer het werk bestaat uit schuiven met papieren (of beter: het elkaar toemailen van documenten).
Ik weet waar ik over praat. Ben 35 jaar ambtenaar geweest. Kon er nog net op tijd uitstappen (ben van 1949). Ik heb het te doen met al diegenen die nu tot 65 of 67 door moeten met hun doelloze werk.
het aanleren en coachen van andere vaardigheden die in de huidige maatschappij nodig zijn. Helaas, de kwaliteit van met name het middle-management bij de overheid is zwaar onder de maat. De organisaties zijn verkalkt door hele legers bureaucratische leidinggevenden. Ik hoop dan ook dat bij de komende bezuinigingen juist flink het mes gaat in die verkalkte, interne bureaucratie.
Dus: opleidingsbudget moet blijven.