Onder laffe lilliputters
Afhankelijkheid van de overheid sloeg vanaf de jaren 80 om in kritiekloze bewondering voor een onbegrensde vrije markt, gecombineerd met minachting voor de publieke sector. We zullen ons opnieuw moeten bevrijden, nu van de gedachte dat de staat per definitie de slechtste optie is, zo houdt de begin deze maand overleden Britse denker Tony Judt ons voor in Het land is moe, een ‘verhandeling over onze ontevredenheid’.
Het openbaar bestuur is in veel landen overgeleverd aan denktanks en beleidsdeskundigen, die niet erg openstaan voor onconventionele gedachten over hoe we onszelf moeten besturen. En politici ontbreekt het aan richting. ‘Politiek gezien leven we in een tijd van lilliputters’, schrijft Judt. Politici laten hun oren hangen naar de uitkomsten van opiniepeilingen, in plaats van leiderschap of initiatief te tonen.
En dat laatste is juist zeer nodig. We zitten bijvoorbeeld opgescheept met arrangementen van de verzorgingsstaat die zijn toegesneden op een heel andere tijd. Maar ingrijpen in pensioen- en uitkeringsrechten is impopulair en politici zijn te laf om tegen de keer in te gaan. Een belangrijk deel van de algemene verantwoordelijkheden hebben ze via privatiseringsoperaties al overgeheveld naar de particuliere sector, zonder dat de maatschappij als geheel daar baat bij heeft.
Zelfs de pers laat zich insnoeren, zoals in veel landen bleek uit de berichtgeving over het uitbreken van de oorlog tegen Irak. Intellectuelen nemen hun verantwoordelijkheid niet meer. En dat is alarmerend, betoogt Judt, die aan gerenommeerde universiteiten studeerde en doceerde en schreef voor bladen als The New Republic en de New York Times.
Een democratie kan immers niet bestaan zonder betrokkenheid van burgers bij de organisatie van het openbaar bestuur. Als er niets gebeurt, nemen demagogen het roer over, luidt Judts waarschuwing aan vooruitstrevende Europanen en Amerikanen. Tot zover is het betoog gepassioneerd en herkenbaar. Maar hoe moet het dan wél?
Dat weet de goed geïnformeerde analyticus ook niet precies. Bestrijding van ongelijkheid blijft een zinnig streven, stelt Judt, want ongelijkheid leidt op termijn altijd tot instabiliteit. Verder doet hij een beroep op alle betrokken en verantwoordelijke mensen, ook op jongeren, die al te makkelijk kiezen voor een individualistische opstelling in de samenleving, met internetcommunities als nieuwe leefomgeving. Het is trouwens maar de vraag of jongeren in deze tijd boeken als Het land is moe überhaupt nog lezen.
Judt vertelt ons echter niet hoe we al die door hem benoemde problemen moeten oplossen. Daardoor legt de lezer het boek na lezing met een lichte kater terzijde. Maar misschien hoopt de auteur wel dat dat vage gevoel van onbehagen zijn lezers aanzet tot actieve bemoeienis met het openbaar bestuur.
Will Tinnemans is publicist
Tony Judt, Het land is moe. Verhandeling over onze ontevredenheid, Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2010, ISBN 978 90 254 5909 3, 240 Pagina's, € 19,95.