Mantelzorgers doen te weinig beroep op gemeente
Gemeenten hebben veel middelen om mantelzorgers te ondersteunen maar het bereikt hen die het nodig hebben nog te weinig.Dat blijkt uit onderzoek van MOVISIE.
Ondersteuningsaanbod
In het rapport wordt geconcludeerd dat de gemeenten op de goede weg zijn. Is bij financiële tegemoetkoming het probleem dat het ondersteuningsaanbod nog ontbreekt, andere hulpmiddelen voor mantelzorg zijn vaak in gemeenten wél aanwezig (educatie, visie en beleid, informatie, advies en begeleiding, emotionele steun, praktische hulp en respijtzorg) .
Optimaal
Ambtenaren en mantelzorgers weten vaak echter niet dat de middelen er zijn en dat ze er recht op hebben. Met andere woorden ‘er is wel een ondersteuningsaanbod, maar het bereik valt tegen.’ Bovendien zijn bij veel gemeenten de basisfuncties nog ‘in ontwikkeling’. Dat betekent dat er aan wordt gewerkt, maar ze nog niet helemaal optimaal zijn.
Bewustwording
Volgens Frea Broekman van de VNG moet er als gemeente worden gekeken wat er kan worden gedaan. Het probleem van het beperkte bereik verklaart zij als volgt: ‘een deel van het probleem zit in het feit dat de gemeente vaak niet weet wie de mantelzorgers precies zijn. Maar de mantelzorgers zelf weten vaak ook niet dat zíj als mantelzorgers worden aangemerkt en dus aanspraak kunnen maken op middelen. Er moet worden gezorgd dat er daaromtrent meer bewustwording is. Daarvoor zijn niet alleen de gemeenten de aangewezen organisaties, maar ook de organisaties die zich bezighouden met mantelzorg zouden hieraan kunnen bijdragen.’
In het rapport wordt geconcludeerd dat de gemeenten op de goede weg zijn. Is bij financiële tegemoetkoming het probleem dat het ondersteuningsaanbod nog ontbreekt, andere hulpmiddelen voor mantelzorg zijn vaak in gemeenten wél aanwezig (educatie, visie en beleid, informatie, advies en begeleiding, emotionele steun, praktische hulp en respijtzorg) .
Optimaal
Ambtenaren en mantelzorgers weten vaak echter niet dat de middelen er zijn en dat ze er recht op hebben. Met andere woorden ‘er is wel een ondersteuningsaanbod, maar het bereik valt tegen.’ Bovendien zijn bij veel gemeenten de basisfuncties nog ‘in ontwikkeling’. Dat betekent dat er aan wordt gewerkt, maar ze nog niet helemaal optimaal zijn.
Bewustwording
Volgens Frea Broekman van de VNG moet er als gemeente worden gekeken wat er kan worden gedaan. Het probleem van het beperkte bereik verklaart zij als volgt: ‘een deel van het probleem zit in het feit dat de gemeente vaak niet weet wie de mantelzorgers precies zijn. Maar de mantelzorgers zelf weten vaak ook niet dat zíj als mantelzorgers worden aangemerkt en dus aanspraak kunnen maken op middelen. Er moet worden gezorgd dat er daaromtrent meer bewustwording is. Daarvoor zijn niet alleen de gemeenten de aangewezen organisaties, maar ook de organisaties die zich bezighouden met mantelzorg zouden hieraan kunnen bijdragen.’
Reactie op dit bericht
Deze vrouw heeft zich volledig toegelegd op het zorgen voor haar man. Vanwege alle spanningen heeft zij een paar jaar geleden ook een hartinfarct gehad. Ze is geopereerd en maakt het nu goed. Ze heeft de zorg goed georganiseerd. Ze redden het wel………
Maar nu de kern: ik vroeg haar of zij zich mantelzorger voelde. Nee! Was haar oprechte antwoord. Zij voelt zich de echtgenoot van haar man die toevallig is getroffen door een CVA. En hier gaat het om. Alle mantelzorgers zijn mensen zoals u en ik die ernaar streven om zo’n normaal mogelijk leven te leiden. Een moeder van een gehandicapt kind voelt zich moeder. Als zij zich profileert als mantelzorger drukt zij haar kind in de rol van patiënt. En dat is nou net hetgene wat ze niet wil. Daarom zijn mantelzorgers niet thuis als zij aangesproken worden als mantelzorger. Dit wetende vraagt het van onder andere gemeenten een heel andere creatieve aanpak om mantelzorgers te bereiken.