'Een minister voor Jeugd en Gezin? Dat regelen ze thuis maar!'
De belangrijkste taak van een minister, volgens Hans Wiegel, is het benoemen van loyale, kritische ambtenaren die een politieke neus hebben. ‘Essentieel is de goede mensen er uit te pikken. Wat ambtenaren vinden, maakt niets uit. Ambtenaren moeten de minister durven tegen te spreken, niet buiten het departement, maar in de werkkamer van de minister. De politieke kleur van de ambtenaar kon mij ook niets schelen. Als de ambtenaar maar kwaliteit levert en loyaal is aan de minister.’
En dus weet Wiegel wel raad met het derde deel van de ambtenaren die zoals uit de recente enquête van Binnenlands Bestuur bleek overweegt op te stappen als zij onder een PVV-bewindsman zouden moeten dienen. ‘Zie hier het antwoord op de afslanking van de Rijksoverheid’, sneert Wiegel. De oud-minister van Binnenlandse Zaken was de spraakmakendste spreker op een Haags symposium met enkele honderden topambtenaren over 40 jaar vernieuwing van de Rijksdienst.
Hobby’s
Voor Wiegel blijkt de wijze waarop hij het ambt van minister dertig jaar geleden uitoefende nog altijd de maat der dingen. ‘Ik liet het licht in mijn kamer branden, reed met mijn chauffeur langs de Hofvijver en zei: kijk naar rechts, de minister is aan het werk.’ Het was de tijd dat er nog geen Wet openbaarheid bestuur was, dat er nog geen internet was, dat het Journaal alleen om 8 uur werd uitgezonden en dat vrouwen nog nauwelijks aanwezig waren op de arbeidsmarkt.
‘Een programmaminister voor Jeugd en Gezin? Dat regelen ze thuis maar. Daar heb je geen minister voor nodig.’ Een aparte minister voor integratie vanwege de grote maatschappelijke problemen? ‘Dat moet zoals vroeger bij het ministerie van Binnenlandse Zaken worden ondergebracht. Dat kan de minister van BZK makkelijk zelf doen.’ Een voorkeursbeleid voor vrouwen en allochtonen om het mannenbastion van bestuurders en topambtenaren te doorbreken?
‘Een minister van BZK moet zich niet bezig houden met hobby’s, de lijn moet zijn dat kwalitatief de beste ambtenaar wordt benoemd. De rest leidt nergens toe en is slecht voor het functioneren van de rijksdienst.’
Propaganda
Een minister hoeft zich helemaal niet te verdiepen in wat zijn ambtenaren allemaal hebben opgeschreven. ‘Als je alles wilt lezen, is dat ontzettend dom. Je moet parafen zetten op de minuten. Ik tekende alles blindelings.’ De minister is er ook om het beleid te verkopen. ‘Ik had een directeur communicatie die tegen mij zei: het beleid verkopen doe ik niet. Ik zei: u hebt groot gelijk, u doet de voorlichting, ik doe zelf de propaganda.’
Had Wiegel na deze terugblik nog een advies aan de topambtenaren die overal om zich heen horen dat 20 tot 30 procent van hen wel kan worden wegbezuinigd om zo de overheid flexibeler en moderner te maken? ‘Ambtenaren zijn het vlees, de spieren en de hersens van de overheid. Het systeem werkt als beleidsambtenaren met inhoudelijke kwaliteit de hoogste baas niet naar de mond praten. Dat durven niet alle ambtenaren omdat sommige ministers niet van medewerkers houden die hen tegenspreken.’ Waarna Wiegel besluit met een kwinkslag. ‘Och, en vervolgens doe je als minister gewoon toch wat je zelf wilt. En dan is het een feest om minister te zijn.’
Ambtenarij als pinautomaat
De Haagse ambtenarij beseft dat de ambtenaar het doelwit is om bezuinigingen binnen te halen. Licht ironisch wordt daarop gereageerd door bijvoorbeeld Roel Bekker, secretaris-generaal voor het project Vernieuwing van de rijksdienst. ‘Ik hoor af en toe dat de ambtelijke dienst van de rijksoverheid met 10-, 20- of 30- duizend ambtenaren omlaag kan. Dat zijn draconische cijfers. Ook als het daarbij blijft, hou je vrijwel niks meer over’, aldus de topambtenaar om een drukbezocht symposium over de Vernieuwing van de rijksdienst.
Fijntjes wijst Bekker er vervolgens op dat Den Haag weliswaar 175 duizend rijksambtenaren telt plus 60 duizend ambtenaren bij de zelfstandige bestuursorganen, maar dat er van die 175 duizend slechts 10 duizend als beleidsambtenaar werken.
Ex-topambtenaar Ralph Pans, tegenwoordig hoofddirecteur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, kan meevoelen met zijn oud-collega’s. ‘De personeelsformatie wordt de pinautomaat voor nieuw beleid.’ Er wordt de verkeerde discussie gevoerd door de politiek, zo betoogde Bekker. ‘Wil je echt minder ambtenaren, dan kan dat alleen met minder beleid en minder handhaving. De discussie moet daarom eerst zijn: welke taken moeten worden gedaan? Dat is een politieke discussie. De gevolgen van die discussie bepalen uiteindelijk de omvang van de ambtelijke dienst.’
Bekker beloofde trouwens dat het project Vernieuwing rijksdienst, dat voorziet in ruim 13 duizend ambtenaren minder voor eind 2011, ondanks de val van het kabinet gewoon doorgaat. Dit jaar moet een kwart en volgend jaar de helft van de afgesproken inkrimping worden gerealiseerd. ‘De afslanking is niet controversieel. Wij hebben als secretarissen-generaal gezegd: we gaan ermee door. We zijn dat ook verplicht.’
Reactie op dit bericht
Dit vergt echter veel lef: bij de afgelopen gemeenteradsverkiezingen zag je al dat partijen niet echt campagne door te zeggen welke gemeentelijke taken ze willen afstoten in het kader van de benodigde bezuinigingen.