‘Bestuur zit vast in juridisch keurslijf’
‘Het bestuurlijke verkeer is helemaal vastgelegd in juridische regels en afspraken. Op ruimtelijk gebied bijvoorbeeld zijn er te veel bestuurlijke actoren. Een ondernemer in een stad als Utrecht, heeft te maken met regels en voorschriften van vijf ministeries.
Op het terrein van veiligheid heeft de burgemeester heel veel bevoegdheden gekregen, maar dat zijn allemaal bevoegdheden in de juridische sfeer. Het ambachtelijk overleg van wethouders en burgemeesters is door deze ontwikkeling totaal juridisch ingekapseld’, aldus directeur Kees Jan de Vet van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Het resultaat is een overheid met bestuurders die naar elkaar kijken om geen juridische fouten te maken.
De Vet: ‘ Niemand heeft meer het overzicht over alle regels. De regelgeving is verbrokkeld en verouderd. Het samenspel tussen overheden loopt vast en wat je krijgt is procesbestuur. De overheid vervreemdt zich van de maatschappelijke werkelijkheid.’
Kees-Jan de Vet is twee jaar lid van de directie VNG en heeft zestien jaar bestuurservaring als burgemeester. Met verbazing bekijkt hij hoe bestuurlijk Nederland in deze juridische houdgreep is beland. Met een nieuw kabinet in de maak roept de VNG-directeur de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken op om van het beperken van regelgeving een speerpunt te maken. De VNG wil in een nieuw bestuursakkoord tussen kabinet en gemeenten vastleggen dat er een staatscommissie komt die Nederland een spiegel voor houdt.
De Vet: ‘ Nederland is een land van wethouders. Maar als het zo doorgaat heeft de wethouder geen enkele manoeuvreerruimte meer. Een staatscommissie moet daarom fundamenteel kijken naar de regelgeving en beoordelen welke regels je kunt saneren en harmoniseren en hoe je tot een nieuw samenspel kunt komen tussen Rijk en gemeenten.
'De basisvraag is: waarom wordt iedere keer toch gekozen voor het maken van nieuwe regelgeving? Is dat om je eigen verantwoordelijkheid af te schuiven? Geef gemeenten de verantwoordelijkheid om problemen op te lossen en laat ze niet slechts een uitvoeringskantoor van Den Haag worden. Ik zou willen dat de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken een nieuw samenspel tussen bestuurders als zijn belangrijkste opdracht ziet.’
Wettenfabriek
De Vet schudt zo twee voorbeelden uit de mouw die illustreren waarom een koerswijziging noodzakelijk is. Het eerste voorbeeld is het ruimtelijke dossier. ‘Er is een nieuwe Wet ruimtelijke ordening, die de verantwoordelijkheden bij gemeenten legt. Maar wat gebeurt er?
De minister van Vrom legt er een regel bovenop. Zij maakt een Amvb Ruimte (algemene maatregel van bestuur) waarin wordt vastgelegd dat elke provincie een verordening moet maken. Van elke gemeente wordt vervolgens verwacht dat hij zich aan die verordening houdt. In alle vriendelijkheid voeg ik daar aan toe: elk ministerie is een wetgevingsfabriek, want vervolgens komen ministeries als LNV, Verkeer en Waterstaat en Economische Zaken ook met hun ruimtelijke ambities. Er is dus sprake van schijndecentralisatie.’
Nog zo’n voorbeeld van overvloedige Haagse regeldrift: wethouders sociale zaken moeten zich door de crisis ontwikkelen tot wethouders voor arbeidsmarktzaken. Een van de belangrijkste instrumenten daarvoor zijn de mobiliteitswerkpleinen die her en der van de grond komen.
‘In Leeuwarden is wethouder Marco Florijn daar goed mee bezig, in Dordrecht doen zij het op hun manier en ook in Maastricht is men bezig het UWV-werkbedrijf te laten samenwerken met de sociale dienst. Het ministerie van Sociale Zaken komt echter met een Amvb hoe gemeenten arbeidsmobiliteitscentra moeten inrichten. Als de kwaliteit goed is van de gemeentelijke oplossing waarom moet je dan iedere keer een codificatie van die processen hebben?’
Het samenvoegen van de ministeries van Verkeer & Waterstaat, Vrom en Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV), zoals de onderhandelaars van een nieuw kabinet voor ogen zouden hebben, kan helpen, maar is niet de oplossing van het probleem, zegt De Vet. ‘Het is een voordeel dat je dan een bestuurlijk verantwoordelijke minister voor de fysieke omgeving krijgt en dat je de regels van deze ministeries kunt harmoniseren’.
Maar, benadrukt hij, de fundamentele kwestie blijft dat er een bewustwording moet groeien dat je de gemeenten niet via Amvb-voorschriften alles kan voorschrijven. ‘Als wethouders zich alleen maar hoeven te bekwamen in de uitvoering van voorschriften en regelgeving kom je niet tot de noodzakelijke oplossingen die samen met andere partijen in de gemeente gerealiseerd kunnen worden.’
Reactie op dit bericht
Ruimte kan je nemen daar heb je geen
!regulerende! staatscie voor nodig...
Het is niet voor niets dat handelen van gemeenten in wetgeving is vastgelegd. Was dit niet het geval dan zouden burgemeesters, wethouders en gemeenteraden (voortkomende uit veelal niet deskundige burgers die eens als raadslid zijn gekozen) in Nederland de dienst gaan uitmaken. Een groot aantal van hen doet “goed” naar eigen (vriendjespolitieke) goeddunken, lappen rechtsregels aan hun laarzen, etc. waardoor de democratische rechtsstaat wankelt en rechtsbescherming van burgers geweld wordt aangedaan.
Lees bijvoorbeeld eens de brief van 13 oktober 2008 (VI/BZ 2008087405) van Minister Cramer aan Tweede Kamer. Hierin staat o.a.” “Resultaten gemeenteonderzoeken. De gemeenten bleken de taakuitvoering maar matig op orde te hebben. In het domein bouwen werd slechts 20% van de taken adequaat uitgevoerd; voor het domein ruimte was dit 25%, en voor het domein milieu 30%.”
Kortom: Bij een niet gering aantal gemeenten is het maar een zooitje, burgers ontberen rechtsbescherming en verliezen het vertrouwen in de overheid. De VNG doet aan cognitieve dissonantie.
Maar dat is neit het probleem waardoor het lokaal bestuur wordt geplaagd. Dat is namelijk een tekort aan constitutioneel denken. Dat is nogal wat anders dan regeltjes uitvoeren waarop niemand staat te wachten.
Overigens: weer een staatscommissie?
VNG?
Het is een probleem van de afgelopen 30 jaar waaraan de zittende generatie 'schuld' draagt, zodat die toch niet als eerste in aanmerking komt om zo'n commissie te bemensen, dacht ik.
Het is een storm die moet overwaaien. Helaas!
De wal keert het schip vanzelf.