'Beginsel scheiding kerk en staat is dooddoener'
U bepleit een minder strikte scheiding van kerk en staat?
'Nee, ik bepleit een bescheidener rol voor het beginsel zelf. Nu wordt het in veel conversaties gebruikt als conversation stopper. Dat is ook wel te begrijpen. Lange tijd verkeerde de verhouding tussen de overheid en geloofsgemeenschappen in een rustig vaarwater. Nu zien wij ons geconfronteerd met nieuwe, belangrijke vragen op dit terrein. Het is dan niet vreemd dat wij teruggrijpen op vertrouwde begrippen. Die kunnen alleen niet altijd een antwoord bieden op de nieuwe vragen.'
Wanneer gebeurde dat naar uw mening de afgelopen jaren? 'Bij financiële betrekkingen komt het beginsel nagenoeg altijd om de hoek kijken. Er is ook wel commentaar over personen in het openbaar bestuur die duidelijk laten merken dat ze volgens hun geloofsovertuiging te werk gaan. Denk aan de discussie rond minister Van der Hoeven, toen minister van onderwijs, die de vraag opwierp of wetenschap en religie niet met elkaar in discussie zouden moeten gaan. Die kreeg een storm van protest over zich heen, omdat ze als bewindsvrouw zou praten vanuit haar geloofsovertuiging. Ik vond het een onschuldige zaak. Als iemand de suggestie doet dat die twee werelden met elkaar zouden spreken, zie ik daar geen enkel probleem in.'
U vindt dat de overheid geloofsgemeenschappen meer zou moeten beschouwen als sportverenigingen, ook in haar subsidiering. Moet de overheid geloof stimuleren zoals zij dat met sporten doet?
'Het gaat mij er niet om de mensen naar de kerk te lokken, en ik zeg ook niet dat de overheid altijd geld moet geven. Maar op bepaalde punten kun je die analogie trekken. De meeste mensen die sporten zien dit als een individuele keuze en een leuk tijdverdrijf. De overheid steunt sportverenigingen om andere redenen, bijvoorbeeld omdat die de sociale cohesie en de gezondheid bevorderen. Zo zien we ook het geloof nu als een individuele keuze en beleving, terwijl de overheid haar eigen redenen kan hebben om geloofsgemeenschappen te financieren. Bijvoorbeeld omdat ze ziet dat het een positief maatschappelijk effect heeft. Omdat de gebouwen een cultuurhistorische waarde hebben, of van belang zijn voor de infrastructuur. Het zou een win-win situatie kunnen zijn voor zowel overheid als geloofsgemeenschappen. Dat krampachtige beroep op de scheiding van kerk en staat vormt daar een belemmering voor.'
Stel dat de overheid geloofsgemeenschappen zou financieren. Mag daar dan inhoudelijke bemoeienis tegenover staan?
'De overheid financiert geloofsgemeenschappen niet in het algemeen, het gaat altijd om een specifieke activiteit of een specifiek doel. Nee, ik vind dat de overheid zich niet mag bemoeien met inhoudelijke geloofsleer zelf. Orthodoxie moet mogen, zolang het niet tornt aan de basisvoorwaarden van de democratische rechtsstaat. Maar contact is wel van belang. De overheid kent de katholieke en de protestantse leer, dus zij weet waar zij mee van doen heeft. Maar de islam is een wereld die voor een groot deel onbekend is. Contact met die gemeenschappen is van belang, dat maakt het makkelijker om met die genootschappen om te gaan. Als het gaat om mensen die afhaken van de samenleving of radicaliseren, moet de overheid een vinger aan de pols houden. Soms zitten er ook problematische maatschappelijke kanten aan geloof, en die zie je niet als je het alleen maar als een individuele zaak beschouwt.'
Reactie op dit bericht