Het gezag op Sint-Eustatius wordt gekenmerkt door wetteloosheid en financieel wanbeheer, concludeert de commissie die zich in opdracht van toenmalig minister Ronald Plasterk over het bestuur heeft gebogen. Maar de commissie constateerde ook discriminatie, intimidatie, bedreigingen en beledigingen, willekeur en machtswellust. Geen enkele administratie is volgens haar op orde en het eiland is in fysieke zin verwaarloosd.

 

Schuld

Aan dat laatste draagt ook de Nederlandse regering schuld, vindt de commissie. Door de stroeve verhoudingen tussen eilandbestuur en Den Haag zijn de voorzieningen op het eiland in de versukkeling geraakt. Volgens Knops 'zit er, aangezien andere maatregelen het bestuur niet tot inkeer hebben gebracht, maar één ding op: bestuurlijk ingrijpen'. De commissie raadt die stap ook aan. De staatssecretaris reist later deze week af naar Sint-Eustatius om het besluit aan de eilanders toe te lichten. Wie regeringscommissaris wordt, is nog niet bekend.

 

Orde op zaken

De Raad van State, de belangrijkste adviseur van de regering, kan zich in de maatregel van Knops vinden. Maar hij moet wel duidelijker maken wanneer het eiland zichzelf weer kan besturen.

VVD-Kamerlid André Bosman vindt het 'hoog tijd' voor ingrijpen. 'Je zag de problemen de afgelopen tijd steeds verder verdiepen en verharden.' Hij verwacht dat er heel snel orde op zaken kan worden gesteld. Ook zijn CDA-collega Joba van den Berg vindt dat van groot belang, en ook dat 'we zorgen dat de inwoners verbetering gaan zien van hun directe leefomgeving'.