of 59236 LinkedIn

Integriteit worsteling voor burgemeesters

Burgemeesters weten vaak niet hoe te handelen bij mogelijke integriteitsschendingen. ‘Er is sprake van een kloof tussen de formele en feitelijke positie van de burgemeester.’
Burgemeesters weten vaak niet hoe te handelen bij mogelijke integriteitsschendingen. ‘Er is sprake van een kloof tussen de formele en feitelijke positie van de burgemeester.’

Veel morele dilemma’s waarmee burgemeesters te maken krijgen, hebben betrekking op wethouders of raadsleden. Vooral belangenverstrengeling en het lekken van vertrouwelijke informatie komen vaak voor, blijkt uit onderzoek van Ronald Jeurissen, hoogleraar bedrijfsethiek aan Nyenrode Business Universiteit, en Suzanne Verheij, adviseur integriteit bij het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector (BIOS) van het CAOP.

 

Jeurissen en Verheij vroegen aan tweehonderd burgemeesters om een moreel dilemma uit de eigen praktijk. Dit gebeurde tijdens zes workshops op initiatief van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters. In totaal 160 burgemeesters leverden een dilemma aan. De uitkomsten van het onderzoek worden beschreven in het gisteren tijdens de Dag van de Integriteit gepresenteerde Jaarboek Integriteit 2011. Benadrukt wordt dat het gaat om ‘een verkennend onderzoek’.

 

Volgens Ronald Jeurissen is een van de meest opvallende uitkomsten dat burgemeesters zich dikwijls niet goed raad weten met morele dilemma’s. ‘In dergelijke situaties is iedereen geneigd om naar de burgemeester te kijken. De burgemeester staat immers boven de partijen, maar ook tussen de partijen in. De burgemeester weet meestal echter niet wat hij kan en mag doen.’

 

Om die reden pleiten Jeurissen en Verheij ervoor om een eerder aangekondigd voorstel om de Gemeentewet op dit punt aan te passen, door te zetten. Toenmalig minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) wilde burgemeesters via de Gemeentewet verantwoordelijk, en bevoegd, maken voor de integriteit in hun gemeente. Volgens Jeurissen en Verheij wordt het afhandelen van morele dilemma’s voor burgemeesters een stuk eenvoudiger als zij op moéten treden.

 

Daarnaast wordt het ‘verstandig’ genoemd als burgemeesters geregeld ervaringen uitwisselen. Verder is openheid van groot belang, zeker ook als de burgemeester worstelt met een persoonlijk dilemma. ‘Ons advies is: maak zoveel mogelijk transparant en bespreekbaar. Zo kennen we een voorbeeld van een burgemeester die werd uitgenodigd voor de opening van een restaurant. Hij besprak dit met de gemeenteraad, en de uitkomst was dat hij er wel ging eten, maar dat de gemeente de rekening betaalde. Op die manier kan je zo’n situatie oplossen. Als burgemeester moet je nu eenmaal goed kunnen uitleggen wat je doet en waarom’, aldus Verheij.

 

Dat burgemeesters in hun beroepspraktijk vooral te maken krijgen met morele dilemma’s in relatie tot wethouders of raadsleden, is volgens Verheij logisch door de bestuurlijke omgeving waarin zij functioneren.

 

De door de burgemeesters naar voren gebrachte kwesties varieerden van de ontvangst van een anonieme brief met belastend materiaal over een wethouder die op het punt stond af te treden, tot de constatering dat een wethouder met een mobiele  telefoon van de gemeente veelvuldig naar sekslijnen belt.

 

‘Extra kwetsbaar door crisis’
De financiële crisis maakt de overheid extra kwetsbaar voor integriteitsschendingen. Bezuinigen op integriteitsbeleid is daarom uitermate onverstandig, vindt Alain Hoekstra, van het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector (BIOS). ‘Bezuinigingen gaan vaak gepaard met personele mutaties en onrust. Dit kan bij betrokkenen leiden tot rancune en wrok, en daardoor wordt het risico op integriteitsschendingen groter’, aldus Hoekstra. Volgens Hoekstra bestaat de neiging om bij bezuinigingen te korten op budgetten voor integriteitsbeleid.

 

‘Integriteit wordt gezien als een soort luxegoed, waarvan al snel wordt gezegd: dat kunnen we ons nu even niet permitteren. Maar als je meegaat in de gedachte dat de risico’s in tijden van bezuinigingen juist groter zijn, zou je hierop dus niet moeten willen besparen.’ Bovendien schiet op dit moment de organisatie van het integriteitsbeleid nog altijd tekort. ‘De vraag hoe we integriteit moeten organiseren is tot nu toe echt een blinde vlek geweest bij zowel de beleidsmakers, als in de wetenschap’, aldus Hoekstra, die zelf onderzoek heeft verricht naar de wijze waarop gemeenten integriteit organiseren.

 

Volgens Hoekstra is het integriteitsbeleid bij veel overheidsorganisaties vaak ‘gefragmenteerd’, ontbreekt dikwijls een duidelijke visie op integriteitsmanagement en laat de implementatie van beleid en maatregelen te wensen over. ‘Zolang je daaraan geen aandacht besteedt, kom je niet verder’, meent Hoekstra.

 

Meer informatie: Het Jaarboek Integriteit 2011 is voor (semi-)overheidspersoneel gratis te bestellen via www.integriteitoverheid.nl

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Joschke op
Zullen we het maar niet over Leers hebben. Stelde een integriteitscode in, die voor iederen gold, behalve voor, dacht hij. Moest desondanks aftreden... en komt een gewone ambtenaar na een zogenaamde integroteitsschending niet meer aan de bak, wordt Leers minister. Hier had Wilders tegen moeten ageren...
Door W. Wilkens (schrijvende) op
Ik heb ik mijn 40 jarige loopbaan te veel gezien om nu de burgemeester aan te wijzen als waker over de integriteit. Bovendien ligt de tijd van Swiebertje al lang achter ons.

Overigens dacht ik dat het BIOS alleen maar is opgezet om een paar mensen aan het werk te houden. Toch niet om die stiekeme adviesjes uit te brengen?
Door Jan op
Alsof burgemeesters altijd integer zijn. Het tegendeel is waar, heb ik al meermalen ervaren.
Door Fred IJspeerd (burger) op
De burgemeester als integriteitswaakhond

De burgemeester staat in een gemeente boven de partijen. Als hij in de Gemeentewet wordt aangewezen als integriteitswaakhond, is er ook nog een extra toezichthouder in de vorm van het Ministerie van BZK. Waarom?

De burgemeeste wordt namelijk aangesteld door de Kroon / Minister van BZK. Als de waakhond zijn werk niet goed heeft gedaan, kan de "eigenaar van de waakhond" daarop worden geattendeerd.

Het is uiteindelijk aan de eigenaar van de waakhond om te bepalen of hij wel of geen stok vindt om de waakhond te slaan.