of 59236 LinkedIn

Financiële opbrengst aanpak adresfraude valt tegen

De financiële opbrengsten van de landelijke aanpak adresfraude zijn voor de overheid een stuk lager uitgevallen dan aanvankelijk werd verwacht. Begin 2015 verwachtte het ministerie van BZK jaarlijks 42 miljoen euro terug te kunnen vorderen, met een netto opbrengst van jaarlijks 30 miljoen euro. In 2016 werd er uiteindelijk slechts 11 miljoen teruggevorderd, tegenover 9,7 miljoen euro aan kosten, zo blijkt uit een persbericht van BZK.

De financiële opbrengsten van de landelijke aanpak adresfraude zijn voor de overheid een stuk lager uitgevallen dan aanvankelijk werd verwacht. Begin 2015 verwachtte het ministerie van BZK jaarlijks 42 miljoen euro terug te kunnen vorderen, met een netto opbrengst van jaarlijks 30 miljoen euro. In 2016 werd er uiteindelijk slechts 11 miljoen teruggevorderd, tegenover 9,7 miljoen euro aan kosten, zo blijkt uit een persbericht van het ministerie van BZK.

5.000 adressen minder gecontroleerd 

De overheid wilde begin 2015 jaarlijks 20.000 huisbezoeken gaan afleggen en per jaar 15.000 gevallen van adresfraude opsporen. ‘Eén opgespoorde adresfraudeur levert gemiddeld 2.800 euro aan adresfraude gerelateerde baten op door bijvoorbeeld teruggevorderde uitkeringen. Dat levert in totaal 42 miljoen euro per jaar op’, zo berekende het ministerie destijds. In de praktijk werden er in 2016 totaal 15.000 adressen gecontroleerd, waarvan ongeveer bij de helft er inderdaad sprake is van adresfraude.

Maatschappelijke baten
In april 2016 werd de verwachte opbrengst tussentijds al bijgesteld naar 'maximaal 14 miljoen euro voor de schatkist', maar ook dat (maximum)bedrag blijkt nu te hoog ingeschat. Ondanks de lagere opbrengst dan verwacht besloot het ministerie van Binnenlandse om door te gaan met de landelijke aanpak, zo laat een woordvoerder weten. ‘Naast de financiële opbrengst zijn er ook maatschappelijke baten. De overheid wil laten zien dat we fraude bestrijden, dat kwaadwillenden geen baat mogen hebben bij hun fraude, ten koste van goedwillende belastingbetalers.’

 

Meer gemeenten sluiten zich aan

De landelijke aanpak adresfraude wordt tot en met 2023 uitgevoerd. Steeds meer gemeenten doen hieraan mee. Met de landelijke aanpak hoopt de overheid om de kwaliteit van adressen te verbeteren. In 2016 deden 164 gemeenten mee. Dit jaar zijn dat er 225. Samen controleren de gemeenten 15.000 adressen per jaar met huisbezoeken. Elke tien minuten vinden er huisbezoeken plaats, om te controleren of inwoners ook echt wonen op het adres waar ze ingeschreven staan. Onterechte uitkeringen en toeslagen worden stopgezet of teruggevorderd.

Hogere trefkans dankzij samenwerkingen

Gemeenten werken voor de controles samen met diverse organisaties. Ze maken gebruik van risicosignalen van de Belastingdienst, de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), de Sociale Verzekeringsbank (SVB), de politie, het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) en de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG). Een aanwijzing kan bijvoorbeeld een retour gestuurde brief zijn, klachten over overbewoning of signalen over schijnverlating. De trefkans is dankzij deze samenwerkingen per onderzocht adres gestegen van 41 procent naar 50 procent.


Bewustwording

Er wordt behalve controleren ook gewerkt aan voorlichting en bewustwording, want niet altijd zijn incorrecte gegevens direct fraude. Er worden adressen verkeerd doorgegeven, of dit gebeurt te laat. 400.000 tot 550.000 adresregistraties komen niet overeen met de feitelijke bewoning. ‘Het is daarom belangrijk te blijven werken aan de kwaliteit van de adressen in de Basisregistratie Personen (BRP). De BRP zal nooit 100 procent kloppen, omdat er altijd mensen aan het verhuizen zijn. Volgens het CBS is 94 procent van de adressen correct en 96 procent van de personen op die adressen’, aldus staatssecretaris Raymond Knops.

 

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Rob op
@Maarten: ik vraag mij af of dit voor iedere gemeente geldt. Ik ervaar in mijn gemeente dat de informatie waarmee mederwerkers op pad gestuurd worden erg gebrekkig is. Verder dan: “ op dit adres wonen volgens GBA deze 3 personen en stel vast of dit zo is “ gaat het niet. Als medegedeeld wordt wie er mogelijk niet zou wonen, of wie er wellicht ook woont, en waarom er getwijfeld wordt en het financiële belang dat aan de onjuiste inschrijving hangt kan er veel gerichter onderzoek gedaan worden.
Door M op
Zolang de GBA/BRP uitsluitend uitgaat van het adres waaraan in de regel bestendig nachtrust wordt genoten en daarbij voorbij gaat aan het feitelijk woonbegrip blijft de discussie bestaan en is adresfraude nauwelijks aantoonbaar.
Door Maarten Brackel (communicatieadviseur LAA) op
BiBe vergelijkt het praktijkresultaat over heel 2016 met de theoretische verwachting uit een "Business Case" die in 2014 is gemaakt. Maar: in 2015 is die theorie in de praktijk getoetst. Het eerste LAA-rapport voor de Tweede Kamer gaf de toets-uitkomst: dat bij LAA de baten de kosten overstijgen. Pas daarmee besloot het kabinet op 18 april 2016 om LAA structureel te maken. Qua geld is kostendekkend werken dus het doel, niet winst maken. En die verwachting blijkt nu te kloppen. Overigens zitten de baten van gemeenten zelf daar nog niet in (effect op lokale belastingen, besparingen e.d.) .
Los van alle cijfers: LAA bestaat niet vanwege het geld alleen. De adreskwaliteit in de BRP is het doel, en het tegengaan van adresgerelateerde fraude. Bovendien blijken er op maatschappelijk vlak tal van niet-financiële voordelen die mogelijk worden door dit risico-gerichte adresonderzoek: van vroegsignalering voor schuldhulpverlening tot het tegengaan van verkeerd woninggebruik. Zie daarvoor het hoofdstuk Maatschappelijk belang in het nieuwe rapport.
@Rob: bij LAA delen diverse diensten dus juist wel hun informatie, dat is er de kern van. En de adresonderzoeker weet bij huisbezoek met LAA-signalen exact waarom er twijfel bestaat aan de bewoning op dat adres.
Door Graafland op
Zoveelste faalproject van oud minister Plasterk. Nou kijken wat zijn opvolger mevr. Ollongren hier aan gaat doen. Waarschijnlijk niets, want als gewezen ambtenaar ontbreekt het haar eenvoudig weg aan skills om eens goed de bezem door de ambtelijke puinhopen bij BZK te halen.
Door Smeets (Medewerker) op
Hoogste tijd dat die muurtjes worden afgebroken. Volgens de Wet bescherming persoonsgegevens mag heel veel gedeeld worden mits het doel e.d. goed vastgelegd wordt door de (convent)partners.
Door Rob (Medewerker toezicht) op
De opbrengst hiervan valt volgens mij tegen doordat de verschillende overheidsdiensten muurtjes optrekken rondom de informatie ( al dan niet gehinderd door privacy wetgeving). We sturen nu medewerkers op pad die alleen moeten vaststellen of de samenstelling van het huishouden klopt zonder exact te weten waarover getwijfeld wordt en wat het financiële belang is. Daardoor kunnen ze geen gericht onderzoek doen en niet de juiste vragen stellen. Als bijvoorbeeld het belang zit in vast te stellen of een stel daadwerkelijk uit elkaar is en het belang hiervoor zit hem in de huurtoeslag, de zorgtoeslag en het kindgebonden budget is het belang soms 10,000 euro per huishouden ( dit is 1 van de redenen dat er massaal adresfraude plaatsvind). Doordat de onderzoekers dit niet weten kan er niet gericht doorgevraagd worden. Ook een dokter wil graag weten wat de symptomen zijn om goed de kwaal te kunnen vaststellen.