of 59232 LinkedIn

Campagnes verspilde moeite

Gemeenten die acties op touw zetten om bij gemeenteraadsverkiezingen zo veel mogelijk inwoners naar de stembus te lokken, kunnen daar net zo goed mee stoppen. Uit onderzoek blijkt dat dit vrijwel geen enkel effect heeft. Meer stemhokjes wel.

Gemeenten die acties op touw zetten om bij gemeenteraadsverkiezingen zo veel mogelijk inwoners naar de stembus te lokken, kunnen daar net zo goed mee stoppen. Uit onderzoek blijkt dat dit vrijwel geen enkel effect heeft. Meer stemhokjes wel.

Acties om meer mensen naar de stembus te lokken sorteren amper effect

De opkomst bij de laatste raadsverkiezingen in 2014 was met 54 procent weer net iets lager dan vier jaar eerder, toen 54,1 procent van de kiezers hun stem uitbrachten voor een nieuwe gemeenteraad. In een aantal met name grote gemeenten toog zelfs minder dan de helft van de kiezers naar de stembus.

En dat terwijl veel gemeenten diverse instrumenten in de strijd hebben gegooid om die opkomst te verhogen. Want met zo weinig kiezers, komt de democratische legitimiteit van het lokaal bestuur ter discussie te staan.

Speciale campagnes, debatten en verkiezingsmarkten of ludieke acties hebben echter weinig zin, zo blijkt nu uit onderzoek. ‘Deze inzet heeft nauwelijks (meetbaar) effect op de hoogte van de opkomst’, concluderen de onderzoekers van de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur (TSPB), verbonden aan Tilburg University, in samenwerking met Onderzoek & Business Intelligence Rotterdam (OBI). Zij kunnen geen positief effect vaststellen ‘tussen de gemeentelijke communicatie- inzet en de hoogte van de opkomst’. Acht op de tien gemeenten hebben voor de raadsverkiezingen van 2014 van alles uit de kast gehaald om de verkiezingen tot een ‘feest van de democratie’ te maken, in de hoop op een hogere opkomst.

‘Opvallend is dat gemeenten dat uit gewoonte doen of op verzoek van de raad’, vertelt bestuurskundige Julien van Ostaaijen, een van de onderzoekers vanuit de Universiteit van Tilburg. ‘In veel gemeenten gaat het niet om veel geld, maar er wordt nauwelijks gekeken of het goede instrument wordt ingezet.’ In ruim de helft tot driekwart van de gemeenten werden voor de verkiezingen van 2014 verkiezingsmarkten, debatten, persoonlijke brieven aan inwoners, digitale media en krantenberichten ingezet. Gemiddeld besteedden gemeenten hier ruim 10.000 euro aan, maar bijna driekwart van de gemeenten heeft minder dan 10.000 euro aan communicatie uitgegeven en de helft minder dan 2.500 euro.

Eenzaam en ongelukkig
Maar, zo blijkt nu uit het onderzoek, al die inspanningen leveren niets tot nauwelijks iets op. ‘Dat geldt zowel voor het wel of niet inzetten van extra communicatiemiddelen in het algemeen, als voor specifieke kernmerken van de extra communicatie- inzet in het bijzonder, zoals de keuze voor verschillende soorten communicatiemiddelen, het startmoment van de communicatie, de keuze voor verschillende doelgroepen onder de inwoners en de hoogte van de communicatie-uitgaven’, concluderen de onderzoekers. ‘De hoogte van de lokale opkomst wordt voornamelijk bepaald door factoren die losstaan van de inzet van gemeenten om inwoners te bewegen naar de stembus te gaan’, stelt Van Ostaaijen. ‘Het gaat dan om sociaal- demografische factoren, sociale factoren en politieke factoren.’

Zo laten jongeren, etnische minderheidsgroepen en bewoners van grote gemeenten vaker de stembus links liggen. Ook inwoners die eenzaam of ongelukkig zijn, weinig vertrouwen hebben in anderen of hun gezondheid als slecht ervaren, zijn minder geneigd om te stemmen. Mensen met minder vertrouwen, interesse en ontevredenheid over de kwaliteit van het gemeentebestuur laten het stemhokje eveneens vaker links liggen.

De opkomst wordt positief beïnvloed door een bovengemiddeld aandeel ouderen onder de bevolking, een bovengemiddeld aandeel hoogopgeleiden, een hoger dan gemiddeld huishoudinkomen en een bovengemiddeld aandeel bewoners in een gemeente dat maandelijks of vaker religieuze diensten bezoekt. Deze kenmerken verklaren samen 63 procent van de opkomstverschillen tussen gemeenten in 2014. Gemeenten hebben op al deze factoren nauwelijks tot geen invloed.

Dit vergt structurele inzet en veranderingen in de gemeentelijke samenleving. Van Ostaaijen: ‘Je moet niet gedurende zes weken voorafgaand aan verkiezingen laten zien hoe geweldig de gemeente is en dat er raadsverkiezingen zijn. Een kortdurend verkiezingsfeestje heeft geen zin. Op maatschappelijke betrokkenheid bijvoorbeeld kun je wel invloed hebben, maar dat is een proces van lange adem.’

Digitale stemhulp
Opvallend is verder de relevantie van praktische belemmeringen. Geen tijd hebben om te stemmen, vergeten zijn te stemmen, de oproep kwijt zijn, afwezigheid of ziekte heeft een grote invloed op de opkomst.

Het kwantitatief onderzoek onder de 272 gemeenten wijst daarnaast uit dat het aantal stembureaus relevant is voor de hoogte van de opkomst. Van Ostaaijen: ‘Een groter aantal stembureaus draagt bij aan een hogere opkomst.’

Gemiddeld zetten gemeenten 0,6 stembureau per duizend inwoners in. Als gemeenten toch iets willen doen om meer kiezers te bewegen hun stem uit te brengen, is de uitbreiding van het aantal stembureaus een idee. Daarnaast onderscheiden de onderzoekers ondanks alles een aantal instrumenten die het ‘meest kansrijk’ zijn: het sturen van brieven (inclusief een bedankje voor eerder uitgebrachte stemmen én informatie over de naderende verkiezingsdatum), met inwoners in gesprek gaan (bij voorkeur deur-aan-deur), een verkiezingsfestival, de inzet van een digitale stemhulp en het sturen van herinneringsberichten.


Rotterdams initiatief
Het initiatief voor het onderzoek naar de effectiviteit van de inzet van gemeentelijke communicatiemiddelen rondom de verkiezingen komt bij de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb en de (voormalige) griffier Jaap Paans (inmiddels burgemeester van Alblasserdam) vandaan. De Rotterdamse politiek wilde weten of en in welke mate de extra campagnes van de gemeente zelf – dus niet van de politieke partijen – opkomst verhogend hebben gewerkt.

De opkomst in Rotterdam lag in 2014 met 45,1 procent fiks lager dan het landelijke percentage én lager dan in 2010, toen de opkomst 47,9 procent bedroeg. Uiteindelijk is onderzoek gedaan onder 272 gemeenten, zijn CBS-cijfers onder de loep gelegd en is literatuuronderzoek gedaan om antwoord te kunnen geven op de twee hoofdvragen van het onderzoek: wat is de effectiviteit van de inzet van gemeentelijke communicatiemiddelen bij de gemeenteraadsverkiezingen en wat zijn de belangrijkste factoren die de hoogte van de opkomst bij lokale verkiezingen bepalen.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.