of 59167 LinkedIn

Rapport Informatiesamenleving en Overheid: Back to the Future 2

Rapport Informatiesamenleving en Overheid: Back to the Future 2. De digitalisering van de overheid biedt veel kansen voor betere dienstverlening en een open en transparante overheid
Reageer

Op 18 april 2017 verscheen het rapport Maak waar! van de studiegroep Informatiesamenleving en Overheid. In het eerste deel van dit artikel werd aangegeven dat rond de millenniumwisseling al veel visies zijn neergelegd op de ontwikkeling van de informatiesamenleving, maar dat de recente studiegroep de keuze maakt om – vanwege het ongewisse karakter van de invloed van technologie op de samenleving – vooral in te gaan op de meer directe gevolgen van digitalisering voor de overheid zelf. In dit tweede deel wordt ook dit aspect beschouwd vanuit de historische context.

Terug naar de nineties

De minister heeft de studiegroep gevraagd om met name te adviseren over het functioneren van de digitale overheid voor wat betreft de generieke digitale voorzieningen en over de digitale overheidsdiensten voor burgers en bedrijven. De studiegroep geeft in haar rapportage aan dat digitalisering van de overheid veel kansen biedt voor betere dienstverlening en een open en transparante overheid. Daarnaast wijst de studiegroep er op dat ‘bijna ongemerkt een nieuw tijdvak is aangebroken’. Als een soort startpunt voor deze ontwikkeling wordt de komst van de Digicommissaris in 2014 benoemd omdat ‘toen een begin is gemaakt met de organisatorische en institutionele inbedding van de digitale overheid’.

De definitie van dit startpunt en 'bijna ongemerkt' doen echter onvoldoende recht aan alle inspanningen die al vanaf midden jaren ’90 zijn geleverd. Het eigenlijke startpunt was het Nationaal Actieprogramma Elektronische Snelwegen. Dit mondde onder meer uit in de nota Terug naar de Toekomst (1995) waar het programma Overheidsloket 2000 werd aangekondigd (OL2000). Vervolgens verscheen vlak voor de millenniumwisseling het Actieprogramma Elektronische Overheid dat een bredere basis legde onder OL2000. Er waren vanaf die tijd vele programma’s en projecten en vele visie- voortgangs- en verantwoordingsdocumenten die de Tweede Kamer bereikten. Op nationaal niveau functioneerde toen het ICT-Beraad en werd – door de Staat tezamen met de VNG – de implementatieorganisatie ICTU opgericht om op basis van programma’s en projecten de elektronische overheid te kunnen realiseren.

 

Kracht van de herhaling

Als het rapport Maak waar! wordt gelegd naast deze ‘historische documenten’ dan valt niet alleen de overeenkomst op met de urgente toonzetting van destijds, maar ook de vergelijkbare thema’s die de revue passeren. Bijvoorbeeld: de rolverdeling overheid en markt, digitale deskundigheid binnen de overheid, één overheid(sportaal), standaardisering van basisgegevens, ontwikkelen door te experimenteren, digitale vaardigheden van burgers, de burger als medeproducent, privacy (inclusief het recht op regie over de eigen persoonsgegevens), het belang van operationele continuïteit, etc. Ook de werkwijze uit die tijd lijkt sterk op hetgeen de studiegroep nu voor ogen staat: ‘het inrichten van een programmeringscyclus, een meerjarig overheidsbreed programma met jaarlijkse updates en digitaliseringprogramma’s voor inhoudelijke domeinen’.

 

Elektronisch doolhof

De studiegroep zelf zegt dat ‘de Nederlandse overheid in de wereldwijde digitalisering de afgelopen jaren vele kansen heeft laten liggen waardoor er achterstanden zijn ontstaan. Zolang we daar onze vinger niet achter krijgen, is het koersen op nog verder weg liggende mogelijkheden een ondoordachte vlucht naar voren’. Dit levert de vraag op waarom het beoogde effect, op de manier die de studiegroep voorstelt, nu wel zou ontstaan. Veel van de genoemde thema’s, knelpunten en aanpak zijn immers de afgelopen 20 jaar al aan de orde geweest. Sprekend is dat de studiegroep aangeeft dat we ‘in plaats van een snelweg een doolhof hebben gekregen’, terwijl midden jaren ’90 al gesproken werd van elektronische snelwegen. Alle reden dus voor nader onderzoek en analyse, om het vanaf nu dus slimmer aan te pakken.

Een heel andere invalshoek is die waarbij gekeken wordt naar wat nieuwe inzichten zijn ten opzichte van die in de afgelopen 20 jaar. De belangrijkste is misschien wel de kwalificatie vitale infrastructuur, die ‘bij verwaarlozing risico’s oplevert voor het functioneren van de overheid’. Destijds werden al wel vele risico’s gezien en beheersmaatregelen bedacht, maar de bredere samenhang – en daarmee de impact op de samenleving – kon toen nog niet zo duidelijk worden gezien. Overigens heeft de NCTV, vanuit maatschappelijk continuïteitsperspectief de ‘beschikbaarheid van betrouwbare basisinformatie over personen en organisaties, informatie-uitwisseling van basisinformatie en beschikbaarheid van datasystemen waarvan meerdere overheidsorganisaties voor hun functioneren afhankelijk zijn’ al eerder benoemd tot vitale infrastructuur.

Een ander punt dat door de studiegroep voor het voetlicht wordt gebracht is het belang van gemeenschappelijke digitale bouwstenen in plaats van de wirwar aan systemen die afzonderlijke overheden in stand houden. Inmiddels is de beleidsmatige koers al meer dan twintig jaar gericht op die gemeenschappelijkheid. Het is dan ook terecht dat de studiegroep hierover aan de bel trekt. Net als het steviger agenderen van het feit dat de overheid aan zet is voor het stellen van kaders voor de steeds digitalere samenleving.

 

Relatie met de markt

In de tijd dat de overheid begon na te denken over de digitalisering, was het uitgangspunt dat de markt behoorlijk wat ruimte moest worden geboden. Hierdoor is veel van de fysieke en digitale infrastructuur terecht gekomen bij marktpartijen. Daarnaast speelde de schaalvergroting bij de applicatieleveranciers van de overheden en valt veel van de software inmiddels onder het begrip ‘legacy’. De studiegroep constateert dan ook terecht dat ‘marktpartijen belangrijke spelers zijn bij de verdergaande digitalisering van de overheid’ en dat dit 'belemmeringen oplevert om over te stappen naar goedkopere standaardoplossingen’. De redenering gaat zelfs nog verder: ‘wanneer publieke organisaties al hun aandacht moeten richten op het in stand houden van oude systemen kunnen ze hun dienstverlening niet moderniseren’. Eigenlijk herdefinieert de studiegroep de rolverdeling tussen overheid en markt door te wijzen op bestaande oplossingen c.q. platforms in de markt waar de overheid bij kan aansluiten, waardoor op termijn de uitvoering van overheidsdienstverlening door deze partijen kan worden gerealiseerd. In dat geval ontstaat er een vorm van indirecte dienstverlening. Deze denkwijze is nieuw ten opzichte van destijds (maar toen was deze ontwikkeling nog niet zichtbaar). Wel wijst de studiegroep op het belang van toezicht op de specifieke eisen en standaarden door de overheid.

 

Overheid als platform

Het rapport Maak waar! geeft aan dat er inmiddels sprake is van een informatiesamenleving, dus ook een informatieoverheid, waarbij het digitaliseren van bestaande interne bedrijfsvoeringsprocessen niet langer voldoende is. Inmiddels gaat het er om dat de organisatie en werkwijze van de overheid wordt aangepast aan het nieuwe tijdperk. De overheid moet zich als het ware gaan herdefiniëren. De studiegroep benoemt daarbij als innovatief concept de overheid als platform, met als uitgangspunten open standaarden, klein beginnen, ontworpen voor participatie, leren van gebruikers, makkelijk kunnen experimenteren, etc. Interessante gedachten, die vragen om verdere uitwerking. Een punt dat nieuwsgierigheid oproept, is de vraag of ‘Nederland geen digitale infrastructuur voor de samenleving

als geheel behoeft’.

 

Back to the Future 2

Waarom wordt anno 2017 de noodklok opnieuw geluid terwijl de probleemstellingen en thema’s al heel lang in beeld zijn en er ook al heel lang aan gewerkt wordt? Dit is deels te verklaren vanuit het belang om te komen tot een update. Maar wellicht belangrijker is de behoefte aan een nieuw startpunt richting de toekomst, met name voor een nieuwe generatie bestuurders en ambtenaren voor wie al dat historische gedachtegoed toch meer iets ‘iets van vroeger’ is. En dat is eigenlijk een heel goede reden: Back to the Future 2.

 

Harry van Boven

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

AfbeeldingPubliek.nl

Atoomweg 50

3542 AB Utrecht

030-3070340

www.publiek.nl

info@publiek.nl

Meer nieuws

Afbeelding

Onze bloggers