of 58959 LinkedIn

Wet openbaarheid van bestuur: misbruik van recht

Reageer
 

In deze uitspraken is geoordeeld dat de wob-verzoeker en haar partner misbruik hebben gemaakt van hun bevoegdheid wob-verzoeken in te dienen.

Deze drie uitspraken betreffen wob-procedures, waarbij informatie wordt opgevraagd over de aanstelling van de burgemeester, de gemeentesecretaris of de algemeen directeur. Tevens zijn stukken over opsporingsambtenaren opgevraagd. Vrijwel iedere gemeente en provincie in Nederland is met dit wob-verzoek geconfronteerd.

Verweerders in deze zaken betoogden, dat de wob-verzoeker en haar partner een constructie hebben opgezet om via de Rechtspraktijk over de door de wob-verzoeker ingediende wob-verzoeken te procederen en daarmee inkomsten te genereren. De partner van wob-verzoeker is directeur van die Rechtspraktijk. De werkwijze van wob-verzoeker en haar partner komt volgens verweerders neer op misbruik van recht.

In de uitspraak zet de Afdeling, met verwijzing naar eerdere rechtspraak, eerst het theoretisch kader omtrent het misbruik van recht uiteen.
In eerdere uitspraken heeft de Afdeling geoordeeld, dat – ingevolge artikel 13, gelezen in samenhang met artikel 15, van Boek 3 van het BW – de bevoegdheid om bij de bestuursrechter beroep in te stellen niet kan worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. Deze artikelen verzetten zich tegen inhoudelijke behandeling van een bij de bestuursrechter ingesteld beroep dat misbruik van recht behelst, en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring van een zodanig beroep. Daartoe zijn zwaarwichtige gronden vereist, die onder meer aanwezig zijn indien rechten of bevoegdheden zodanig evident zijn aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waartoe zij zijn gegeven, dat het aanwenden van die rechten of bevoegdheden blijk geeft van kwade trouw.

Specifiek met betrekking tot de wob-verzoeken volgt uit rechtspraak van de Afdeling dat artikel 3, derde lid, van de Wob, ingevolge welke bepaling de indiener van een wob-verzoek geen belang bij zijn verzoek hoeft te stellen, onverlet laat, dat de bevoegdheid tot het indienen van een wob-verzoek met een bepaald doel is toegekend, namelijk dat in beginsel een ieder kennis kan nemen van overheidsinformatie. Nu misbruik van recht zich kan voordoen indien een bevoegdheid wordt aangewend voor een ander doel dan waarvoor zij is gegeven, kan het doel van een wob-verzoek relevant zijn om te beoordelen of misbruik van recht heeft plaatsgevonden.

Op basis van de volgende feiten en omstandigheden oordeelt de Afdeling in deze specifieke casus dat sprake is van misbruik van recht (r.o. 3.2):
1. Het door de wob-verzoeker ingediende bezwaarschrift, beroepschrift en hoger beroepschrift is namens de Rechtspraktijk ondertekend door een bij de Rechtspraktijk werkzame jurist.
2. De partner van wob-verzoeker is directeur en enig aandeelhouder van de Rechtspraktijk. Wob-verzoeker en haar partner voeren een duurzame gezamenlijke huishouding. Voordat zij kinderen kreeg werkte wob-verzoeker ook bij de Rechtspraktijk.
3. De wob-verzoeken zijn bij alle gemeenten in Nederland, behalve in Limburg ingediend. De partner heeft wob-verzoeker hierbij geholpen en geadviseerd.
4. De partner van de wob-verzoeker heeft verklaard, dat hij niet weet waarom de stukken omtrent de burgemeester en de gemeentesecretaris zijn opgevraagd. De stukken over de opsporingsambtenaren  zijn nodig voor de door de wob-verzoeker nog op te stellen rechtspraktijk op het gebied van gemeentelijke boetes.
5. Wob-verzoeker heeft de Rechtspraktijk en al haar medewerkers gemachtigd om de benodigde proceshandelingen te verrichten omtrent de wob-verzoeken. De machtiging strekt ook tot het voor de wob-verzoeker aannemen van bedragen, zoals vergoedingen voor proceskosten, griffierechten en dwangsommen. Wob-verzoeker en de Rechtspraktijk hebben het honorarium op hetzelfde bedrag gesteld als dat van eventuele proceskostenvergoedingen die verweerders verschuldigd zijn aan de wob-verzoeker. De verschuldigde griffierechten worden voorgeschoten door de Rechtspraktijk en er zijn geen afspraken gemaakt bij een eventueel verlies van een zaak.

De Afdeling leidt uit deze feiten en omstandigheden af, dat in het onderhavige geval de bevoegdheid om wob-verzoeken in te dienen is gebruikt met kennelijk geen ander doel dan om ten laste van de overheid geldsommen te incasseren. Voor zover het gaat om proceskosten worden de processtukken weliswaar ondertekend door anderen dan de partner van de wob-verzoeker, maar wel met zijn inhoudelijke betrokkenheid.

Bij de waardering van de feiten en omstandigheden heeft de Afdeling in het bijzonder van belang geacht dat:
1. De partner van de wob-verzoeker heeft verklaard, dat hij niet weet waarom de stukken inzake de burgemeester en de gemeentesecretaris zijn gevraagd. Het voorts niet aannemelijk is, dat de wob-verzoeker de stukken over de opsporingsambtenaren nodig heeft voor een nog op te zetten rechtspraktijk.
2. Er geen bevredigende verklaring is gegeven voor het feit, dat geen wob-verzoeken zijn ingediend bij de gemeentebesturen in de provincie Limburg, waar de wob-verzoeker en partner wonen.
3. De formulering van de wob-verzoeken vaag is, hetgeen afbreuk doet aan het gestelde doel ervan en de op de verzoeken te nemen besluiten onnodig extra vatbaar voor discussie in bezwaar- en beroepsprocedures maakt.
4. De gekozen constructie maakt, dat de financiële belangen van de wob-verzoeker, haar partner en de Rechtspraktijk niet zijn te onderscheiden.

De Afdeling komt tot de slotsom, dat uit het voorgaande volgt, dat de wob-verzoeker en haar partner de bevoegdheid om wob-verzoeken in te dienen hebben gebruikt voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is gegeven, zodanig dat dit gebruik blijk geeft van kwade trouw. Derhalve hebben zij misbruik van een wettelijke bevoegdheid gemaakt. Dit geldt volgens de Afdeling ook voor het gebruik van de bevoegdheid om beroep bij de rechtbank in te stellen, nu dat beroep niet kan worden losgezien van het doel waarmee zij de Wet openbaarheid van bestuur hebben gebruikt. De rechtbank had die beroepen daarom niet-ontvankelijk dienen te verklaren.

Daarmee komt voor deze drie gemeenten na bijna twee jaar procederen een einde aan deze zaken. Er blijven evenwel genoeg zaken over die rieken naar wob-misbruik, maar die binnen de wettelijke kaders niet zijn tegen te houden. De VNG heeft daar recent nog aandacht voor gevraagd bij de verantwoordelijke minister. Volgens de VNG lopen de kosten van Wob-misbruik in de tientallen miljoenen euro’s en ontbreekt het de overheid én de rechterlijke macht aan afdoende mogelijkheden om misbruik van de Wob een halt toe te roepen. De VNG wil daarom op korte termijn overleg met Minister Plasterk over het misbruik van de Wob.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Meer nieuws

 

Afbeelding

Op de hoogte blijven? Volg Nysingh

Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Afbeelding