of 59045 LinkedIn

Verzoeken om opheffing geheimhouding: wie is belanghebbende en wat is de verhouding tot de Wob?

Reageer
Afbeeldingmr. V.A. Textor (Vera)

 

ABRvS 23 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3140

In deze uitspraak heeft de Afdeling de kring van belanghebbenden bij een verzoek om opheffing van de geheimhouding verruimd. Ook heeft de Afdeling duidelijk gemaakt hoe een dergelijk verzoek zich verhoudt tot de Wob.

Een journalist was geïnteresseerd in de financiële gevolgen voor de gemeente Het Bildt van de afspraken die zijn gemaakt teneinde het conflict met betrekking tot de bouw van woonzorgcentrum Van Haarenshuus in Sint Annaparochie te beëindigen. Om die reden had hij de gemeente met een beroep op de Wob verzocht om openbaarmaking van de stukken die over dit onderwerp gingen. De gemeente had dit verzoek afgewezen en zich op het standpunt gesteld dat de stukken onder de bij besluit van 12 juni 2013 opgelegde geheimhouding als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet vallen.

Tot op heden was in de rechtspraak niet duidelijk uitgemaakt wie belanghebbende is bij een verzoek om opheffing van de geheimhouding. Die duidelijkheid biedt de Afdeling nu wel.

De Afdeling maakt in de uitspraak duidelijk dat de indiener van een verzoek om openbaarmaking van documenten waarvan geheimhouding is opgelegd, als belanghebbende in deze zin moet worden aangemerkt. Daartoe wordt overwogen dat een verzoek om openbaarmaking van documenten waarvan geheimhouding is opgelegd, altijd tevens moet worden opgevat als verzoek om opheffing van die geheimhouding. Ook dat is een nieuwe lijn in de rechtspraak. Dit betekent dat de indiener van het verzoek zowel belanghebbende is bij het besluit op het verzoek om openbaarmaking als bij het besluit op het verzoek om opheffing van de geheimhouding.

Ik ga er vanuit dat deze rechtspraak ook geldt voor de geheimhoudingsregelingen uit de Provinciewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen. Dat betekent dat gemeentelijke en provinciale bestuursorganen een wob-verzoek niet kunnen afwijzen op de grond dat op deze stukken geheimhouding is opgelegd. Zij dienen een dergelijk verzoek op te vatten als een verzoek om opheffing van de geheimhouding. Als gevolg van deze gelijkstelling kan een ieder een verzoek om opheffing van de geheimhouding indienen (zie artikel 3, eerste lid, van de Wob).

De Afdeling wijst aan het slot van de uitspraak er nog op dat het vorenstaande ook betekent dat - voor zover het verzoek om opheffing van de geheimhouding bij een ander bestuursorgaan moet worden ingediend - op de ontvanger van het verzoek een doorzendplicht rust. In afwachting van het besluit van het andere bestuursorgaan wordt de beslistermijn op het verzoek om openbaarmaking opgeschort. Met andere woorden: als het wob-verzoek bij B&W is ingediend en de Raad heeft geheimhouding op de stukken gelegd, dan dient B&W het verzoek als een verzoek op opheffing van de geheimhouding door te zenden aan de Raad. De beslistermijn wordt dan opgeschort.

 

Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Vera Textor, E: vera.textor@nysingh.nl | T: 026 357 57 17 | M: 06 12 39 39 56.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Meer nieuws

 

Afbeelding

Op de hoogte blijven? Volg Nysingh

Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Afbeelding