of 59045 LinkedIn

Verdeling bewijslast bij invorderingsbeschikkingen permanente bewoning van recreatiewoningen

Reageer
 
ABRvS 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4655
Uit de rechtspraak blijkt, dat de bewijsvoering van permanente bewoning van recreatiewoningen niet gemakkelijk is. In de onderhavige uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (‘Afdeling’) van 24 december 2014 werd de invorderingsbeschikking bestreden. De Afdeling zet helder uiteen hoe het in dit soort zaken zit met de verdeling van de bewijslast.

De opgelegde last onder dwangsom was onherroepelijk, zodat er in rechte van uit werd gegaan dat de appellant ten tijde van de last onder dwangsom permanent in de recreatiewoning woonde.

 

Uit r.o. 2.3 van de uitspraak volgt, dat in dat geval van het college wordt gevergd, dat hij feiten en omstandigheden aandraagt, die voldoende grond vormen voor het vermoeden, dat de appellant de permanente bewoning van de recreatiewoning heeft voortgezet. Die feiten en omstandigheden worden door de Afdeling in zijn geheel beschouwd. In de onderhavige zaak oordeelde de Afdeling dat het college erin was geslaagd om dit vermoeden aan te tonen.

 

Vervolgens is het aan de appellant om feiten en omstandigheden aan te voeren, die dit vermoeden ontkrachten. Uit de uitspraak volgt, dat hij daarbij aannemelijk moet maken, dat hij zijn woonsituatie in relevant opzicht heeft gewijzigd. In de onderhavige zaak was appellant daarin niet geslaagd.

 

Vera Textor stond het college van Ermelo in deze zaak bij.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Meer nieuws

 

Afbeelding

Op de hoogte blijven? Volg Nysingh

Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Afbeelding