of 58959 LinkedIn

Terugkomen op tussenuitspraak bij onjuiste feitelijke grondslag

Reageer

Afbeeldingmr. V.A. Textor (Vera)

 

ABRvS 10 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:298

Volgens vaste rechtspraak kan naar het oordeel van de Afdeling, behoudens zeer uitzonderlijke gevallen, niet worden teruggekomen van een in de tussenuitspraak gegeven oordeel. Deze uitspraak en een eerdere uitspraak van 21 oktober 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3222) maken duidelijk wanneer sprake is van ‘zeer uitzonderlijke gevallen’.

Uit de onderhavige uitspraak van 10 februari 2016 volgt dat kan worden teruggekomen van een eindbeslissing in de tussenuitspraak als deze beslissing op een onjuiste feitelijke grondslag berust. Die situatie doet zich voor als de Afdeling bij de tussenuitspraak wel van de juiste feiten op de hoogte was geweest en dit tot een ander oordeel had moeten leiden over het bestreden besluit.

 

In de uitspraak van 10 februari 2016 ging het om een beroep tegen een bestemmingsplan. In casu voerden appellanten aan, dat het bestemmingsplan niet uitvoerbaar was binnen de planperiode. Zij baseerden zich daarbij op een stuk ‘de Review’, dat was vastgesteld na de zitting, die tot de tussenuitspraak had geleid. Uit de uitspraak blijkt, dat de Review al wel in concept beschikbaar was voorafgaand aan die zitting. Ook is duidelijk, dat de conclusies uit de vastgestelde en gepubliceerde Review niet anders zijn dan die in de conceptversie. Uit de Review bleek, dat het bestemmingsplan inderdaad niet uitvoerbaar was binnen de planperiode. De conceptversie was niet overgelegd door verweerder in de procedure, maar alleen vertrouwelijk gedeeld met GS en burgemeester en wethouders.

 

In die situatie is volgens de Afdeling sprake van een zeer uitzonderlijk geval dat het terugkomen op het in de tussenuitspraak gegeven oordeel met betrekking tot de uitvoerbaarheid rechtvaardigt, indien tot de conclusie moet worden gekomen, dat – indien de Afdeling wel van de juiste feitelijke grondslag zou zijn uitgegaan – dat tot een ander oordeel over dit aspect van het bestreden besluit zou hebben geleid.

 

Om die reden beoordeelt de Afdeling in de einduitspraak nog een keer of de raad zich bij zijn standpunt – dat het plan binnen de planperiode uitvoerbaar is – heeft mogen baseren op de aan het plan ten grondslag gelegde stukken. De Afdeling komt aan de hand van de inhoud van de Review tot de conclusie dat dit niet het geval was. Van belang is dat uit de Review blijkt, dat de gemeenteraad al voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan ervan op de hoogte was, dat het plan niet uitvoerbaar was binnen de planperiode. Het beroep wordt dan ook alsnog wegens dit aspect gegrond verklaard.

 

Als sprake is van een overduidelijke vergissing kan in een einduitspraak ook worden teruggekomen van een eindbeslissing in tussenuitspraak. Dat blijkt uit de uitspraak van 21 oktober 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3222). Het betrof een hoger beroep waarbij de Afdeling de vraag beantwoordde of de rechtbank op juiste gronden was teruggekomen van een oordeel in de tussenuitspraak. In de tussenuitspraak had de rechtbank geoordeeld dat de maximale bouwhoogte werd overschreden.

Nadien had het college aan de hand van de bouwtekening en de plankaart aangetoond dat van een dergelijke overschrijding geen sprake was. Er was, zo oordeelde de Afdeling, van de zijde van de rechtbank sprake van een evident onjuiste feitelijke veronderstelling. Om die reden kon de rechtbank in de einduitspraak terugkomen van de eindbeslissing in de tussenuitspraak.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Meer nieuws

 

Afbeelding

Op de hoogte blijven? Volg Nysingh

Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Afbeelding