of 59045 LinkedIn

Stuiting verjaring dwangsommen

Reageer
 
ABRvS 27 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2087

In deze casus gaat het over de invordering van dwangsommen, via de zogenoemde dwanginvordering. En over de stuiting van verjaring van dwangsommen (verjaringstermijn van één jaar).

In geval van dwanginvordering zal het bestuursorgaan (in deze casus het College van B en W van Noordwijk) volgend op de invorderingsbeschikking en nadat de betalingstermijn van zes weken (art. 5:33 Awb) is verstreken, een schriftelijke aanmaning aan de overtreder/schuldenaar moeten sturen die voldoet aan alle vereisten, zoals die zijn genoemd in art. 4:112 Awb. In deze schriftelijke aanmaning maant het bestuursorgaan de schuldenaar (degene die de dwangsom heeft verbeurd) aan tot betaling binnen twee weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de aanmaning is toegezonden. In de aanmaning moet tevens worden vermeld (art. 4:112 lid 3 Awb), dat bij niet tijdige betaling, deze kan worden afgedwongen door op kosten van de schuldenaar uit te voeren invorderingsmaatregelen. Die vermelding is een constitutief vereiste. Wordt het bepaalde in art. 4:112 lid 3 Awb niet in de aanmaning opgenomen, dan kan deze aanmaning niet worden aangemerkt als een aanmaning in de zin van art. 4:112 Awb. En dan is die aanmaning ook geen stuitingshandeling.

 

Als de schriftelijke aanmaning voldoet aan de vereisten van art. 4:112 Awb en er wordt niet binnen de gestelde termijn betaald, dan kan het bestuursorgaan vervolgens een dwangbevel uitvaardingen (art. 4:114 e.v. Awb). De bekendmaking van een dwangbevel geschiedt door betekening van een exploot.

 

Als het dwangbevel eenmaal is uitgevaardigd en bij exploot is betekend, kan het bestuursorgaan niet stil gaan zitten. Bij de betekening van het exploot is alleen de verjaring wederom gestuit, en is er een nieuwe termijn van één jaar gaan lopen. Binnen dat jaar zal het bestuursorgaan bij voorkeur dan een daad van tenuitvoerlegging moeten verrichten, ook dat is immers een stuitingshandeling in de zin van art. 4:106 Awb.

 

Kan de verjaring ook nog worden gestuit na het uitvaardigen en betekenen van een dwangbevel en nadat de executie in gang is gezet? Volgens de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland wel: in de executiefase kan volgens de Voorzieningenrechter de verjaring worden gestuit op grond van art. 3:317 BW door een schriftelijke aanmaning of mededeling waarin het bestuursorgaan zich ondubbelzinnig het recht op nakoming voorbehoudt (zie Voorzieningenrechter Rb Gelderland 27 januari 2016; ECLI:NL:RBGL:2016:641).
Die situatie deed zich hier voor. Het dwangbevel was uitgevaardigd en betekend en de executie was in gang gezet door het leggen van executoriaal beslag. Vervolgens stuurde (de advocaat van) het bestuursorgaan een schriftelijke mededeling, waarbij de gemeente zich ondubbelzinnig haar recht op nakoming (ten aanzien van de betaling van de dwangsommen) had voorbehouden.

 

In de onderhavige uitspraak van de Afdeling komt de vraag aan de orde of met deze schriftelijke mededeling de verjaring van de dwangsommen is gestuit. De Afdeling kiest hierbij een andere benadering dan de Voorzieningenrechter van de Rb  Gelderland.
De Afdeling is van oordeel dat een dergelijke schriftelijke mededeling van het bestuursorgaan niet als een daad van rechtsvervolging kan worden beschouwd. Steun voor dit oordeel kan volgens de Afdeling worden gevonden in art. 4:107 van de Awb waarin alleen aan de schuldeiser van het bestuursorgaan de mogelijkheid wordt geboden om de verjaring te stuiten door een dergelijke schriftelijke mededeling.

 

Niettemin ziet de Afdeling echter aanleiding om in dit geval de schriftelijke mededeling van het bestuursorgaan gelijk te stellen met een stuitingshandeling als bedoeld in de artt. 4:105, eerste lid, en 4:106 van de Awb. Aan de overtreder/schuldenaar waren op eerdere data aanmaningen verzonden, waarin de overtreder/schuldenaar werd gewaarschuwd dat de dwangsommen bij dwangbevel zouden worden ingevorderd en dat de kosten daarvan op hem zouden worden verhaald, indien hij niet alsnog binnen twee weken de dwangsommen zou betalen. Er zijn dwangbevelen betekend, waarbij de overtreder/schuldenaar ook is gewezen op de tenuitvoerlegging van de dwangbevelen. Voorts is er executoriaal beslag gelegd ter uitvoering van de dwangbevelen. De Afdeling overweegt daarna als volgt:
“Verder acht de Afdeling van belang dat uit aanzegging onmiskenbaar blijkt dat het college niet berust in het niet betalen van de schuld. Het ontbreken van een termijn om te betalen en een waarschuwing over het treffen van invorderingsmaatregelingen in de aanzegging (in dit geval de schriftelijke mededeling) leidt in dit geval evenmin tot strijd met de rechtszekerheid. Appellante heeft immers eerder de gelegenheid gekregen om de dwangsommen alsnog te betalen en heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Ook was hij al eerder gewaarschuwd dat invorderingsmaatregelen getroffen zouden worden en de kosten daarvan zouden worden verhaald. Van het college mocht onder de hiervoor vermelde omstandigheden niet worden gevergd opnieuw een aanmaning overeenkomstig art. 4:112 van de Awb te versturen.

Gelet op het voorgaande is het exploot van 13 februari 2015 (dat was de schriftelijke mededeling) gelijk te stellen met een stuitingshandeling als bedoeld in de artt. 4:105 eerste lid, en 4:106 van de Awb. Dat betekent dat op die datum een nieuwe verjaringstermijn van één jaar is ingegaan.”

 

De Afdeling komt daarmee, zij het via een andere weg, tot dezelfde uitkomst als de Voorzieningenrechter van de Rb Gelderland. Met een schriftelijke mededeling (waarin het bestuursorgaan zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming tot betaling van de dwangsommen voorbehoudt) kan de verjaring van dwangsommen worden gestuit, als voordien de overtreder/schuldenaar al een aanmaning heeft ontvangen, die voldoet aan de vereisten van art. 4:112 Awb, er daarna een dwangbevel is uitgevaardigd en executiemaatregelen zijn getroffen.

 

Overigens verdient het de aanbeveling om in een schriftelijke mededeling toch altijd nog de tekst van art. 4:112 lid 3 Awb op te nemen zodat over dat punt geen discussie ontstaat.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Meer nieuws

 

Afbeelding

Op de hoogte blijven? Volg Nysingh

Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Afbeelding