of 59054 LinkedIn

Relevante ontwikkelingen evaluatie Aanbestedingswet 2012

Reageer

Afbeeldingmr. I.J. van den Berge (Ingrid)

 

Twee jaar na inwerkingtreding (1 april 2013) zou de Aanbestedingswet 2012 worden geëvalueerd. De evaluatie die overigens 1,5 jaar na inwerkingtreding van de wet al werd uitgevoerd is nu afgerond. De uitkomsten van de evaluatie zijn onlangs gepubliceerd. De vraag rijst of er al eigenlijk wel voldoende (gelet op de korte tijdsspanne van 1,5 jaar) geëvalueerd kon worden. Verder kan de vraag worden gesteld welke effecten zijn toe te rekenen aan inwerkingtreding van de nieuwe wet en welke het gevolg zijn van externe effecten zoals bijvoorbeeld de economische situatie. Los van deze kanttekeningen is over de evaluatie het volgende te zeggen.

Er is een viertal deelonderzoeken ten behoeve van de evaluatie verricht. Daaruit zijn de volgende rapportages voortgevloeid: een rapport Lastenontwikkeling van de Aanbestedingswet 2012 (april 2015); een rapport Deelname MKB aan overheidsopdrachten en het Feitenonderzoek (15 april 2015), een rapport Aanbestedingsrechtspraak in Nederland 2012 en 2014 (mei 2015) en een Rapportage Nalevingsmeting 2012 en 2014 (11 maart 2015). Deze rapporten zijn door de minister van EZ op 8 juli 2015 aan de Tweede Kamer gezonden met een begeleidende brief.


In die brief merkt de minister op dat de eerste positieve effecten van de Aanbestedingswet zichtbaar zijn en dat het algemeen beeld dat uit de evaluatie naar voren komt “gematigd positief” is, mede gelet op de korte periode sinds inwerkingtreding van de wet en het feit dat zowel aanbestedende diensten als ondernemers aan de nieuwe wetgeving moesten wennen. Van belang is dat de evaluatie zich op een beperkt aantal onderzoeksonderwerpen richtte, namelijk de ambities van die zijn benoemd in de memorie van toelichting bij de wet: verbetering van de toegang van ondernemers tot overheidsopdrachten, uniformering van de aanbestedingspraktijk, ruimte bieden aan innovatie en duurzaamheid, verlaging van de administratieve lasten en verbetering van de naleving van de aanbestedingsregels. Ook is gekeken naar de ontwikkeling van de rechtspraak en tenslotte is de commissie van aanbestedingsexperts geëvalueerd.

 

De wet, aldus de minister, heeft geleid tot een vermindering van de lasten en bijgedragen aan uniformering. Het betreft bij nadere bestudering een vermindering van de totale lasten, dus zowel voor ondernemers als aanbestedende diensten tezamen. Maar de lasten per aanbestedingsprocedure zijn voor aanbestedende diensten bij de meerderheid van de procedures toegenomen, met name door de toegenomen motiveringsverplichtingen. De lasten voor ondernemers zijn voor procedures voor opdrachten voor werken toegenomen. Dit omdat in beginsel moet worden gegund op basis van het gunningscriterium EMVI. Volgens de minister worden de Eigen Verklaring, het ARW en de Gids proportionaliteit als positieve ontwikkelingen ervaren, maar zit er ruimte voor verbetering als het gaat om de toepassing van bijvoorbeeld het gunningscriterium EMVI en de toepassing van sociale voorwaarden.


Interessant is verder dat – hoewel het MKB positief is over het effect van het model Eigen Verklaring, over het feit dat er maar één referentie per kerncompetentie mag worden gevraagd en over het in beginsel niet hanteren van omzeteisen - het aandeel van het MKB in gegunde opdrachten niet is gegroeid sinds inwerkingtreding van de wet.

 

Een andere vermeldenswaardige ontwikkeling is dat de minister de termijn tussen laatste nota van inlichtingen en de uiterste datum voor het indienen van inschrijvingen in het nieuwe wetsvoorstel (wijziging Aanbestedingswet 2012) wil verlengen van zes naar tien dagen. Dit als gevolg van het feit dat 47% van de ondernemers de huidige minimumtermijn van zes dagen te kort vindt.


Wat betreft de Gids Proportionaliteit stelt de minister vast dat deze een belangrijke bijdrage levert aan de proportionaliteit in de aanbestedingspraktijk, doordat aanbestedende diensten vaker nadenken over het opdelen van opdrachten in percelen en minder vaak financiële en economische draagkracht-eisen stellen. Technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid-eisen worden daarentegen meer gehanteerd en vaak wordt de lat hoger gelegd dan in het verleden. Omdat speciale sector-bedrijven kennelijk bijna in de helft van de gevallen de Gids toepassen (terwijl deze niet verplicht geldt voor speciale sector-bedrijven) ziet de minister geen aanleiding een wettelijke verplichting voor speciale sector-bedrijven in het leven te roepen om de Gids te gebruiken.


De minister concludeert wat betreft de gerealiseerde toegenomen uniformering dat de Richtsnoeren leveringen en diensten daaraan geen bijdrage hebben geleverd (anders dan het ARW en de Gids proportionaliteit), reden waarom de minister voornemens is deze richtsnoeren in te trekken.


Ten aanzien van het gunningscriterium EMVI vindt de minister dat dit beter kan worden toegepast dan nu het geval is, waardoor vaak feitelijk wordt gegund op laagste prijs. De minister wil handvatten bieden voor een betere toepassing van het gunningscriterium, maar acht wat dat betreft een aanpassing van de wet niet nodig.


Tenslotte is opmerkelijk dat sinds de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet 2012 geen sprake is van toename van het aantal rechtszaken. Ook de inhoud van de gerechtelijke procedures is ongewijzigd. De meeste procedures betreffen het transparantie- of het gelijkheidsbeginsel. Er is kennelijk wel een kleine verschuiving van kort gedingen naar bodemprocedures. In de periode 1 april 2013 tot 1 januari 2015 zijn er wel 163 zaken voorgelegd aan de commissie van aanbestedingsexperts, dus in die zin is er wel sprake geweest van een verhoging van het aantal bezwaren (gerechtelijk dan wel bij de commissie van aanbestedingsexperts) die in aanbestedingsprocedures zijn gerezen.

 

De minister merkt op dat de professionalisering bij aanbestedende diensten is toegenomen (van het aanbesteden als vak). Verbeteringen zijn nog te realiseren in onder meer de motiveringen (bijvoorbeeld van de gunningsbeslissing), in de dialoog tussen aanbestedende dienst en ondernemers (bijvoorbeeld door gebruik te maken van marktconsultaties). De minister wenst in die verdere professionaliseringsslag ondersteuning te bieden, bijvoorbeeld door het stimuleren van samenwerkingsverbanden, het oprichten van expertpools, een betere positionering van de afdeling inkoop binnen organisaties en het opstellen van standaarddocumenten. Hij wenst zich daarbij met name te richten op de kleine en middelgrote gemeenten (minder dan 150.000 inwoners).


Al met al denken wij dat de wet zeker heeft geleid tot een grotere uniformering en een professionalisering bij aanbestedende diensten, zeker als het gaat om het vooraf afwegen welke keuzes worden gemaakt en het motiveren van die keuzes. De volgende wetswijziging komt er al weer aan, nu de recente richtlijnen in de wet moeten worden geïmplementeerd per 18 april 2016. Dit zal naar verwachting zijn weerslag hebben op de volgende evaluatie, waarbij interessant zou zijn om te kijken naar de gevolgen van bijvoorbeeld het vervallen van het onderscheid A en B-diensten, van het creëren van meer ruimte voor innovatie en duurzaamheid en van de grotere flexibiliteit bij aanbestedingsprocedures.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Meer nieuws

 

Afbeelding

Op de hoogte blijven? Volg Nysingh

Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Afbeelding