of 59045 LinkedIn

Provincie Gelderland definitief Vitesse geen schadevergoeding verschuldigd

Reageer

Afbeeldingmr. W.E.M. Klostermann (Wim)

 

Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1309 (Vitesse / Provincie Gelderland)

Voetbalclub Vitesse en haar private financiers (‘Vrienden van Vitesse’) hebben dertien jaar lang geprocedeerd tegen de Provincie Gelderland, omdat enkele gedeputeerden in juli 2001 de toezegging hebben gedaan de huur voor het Gelredome stadion te verlagen met NLG 4 miljoen, als onderdeel van een reddingsplan, om Vitesse van de ondergang te redden en ervoor te zorgen dat Vitesse voor het seizoen 2001-2002 een licentie zou krijgen van de KNVB. De inzet beliep een bedrag van meer dan € 37 miljoen.

Procedure aansprakelijkheid
Eerst is geprocedeerd over de aansprakelijkheid. De Provincie heeft de aansprakelijkheid betwist, onder meer op grond van het feit dat Provinciale Staten, die het bevoegde orgaan waren, niet hebben willen meewerken aan de huurverlaging. De aansprakelijkheid is niettemin in 2010 komen vast te staan, nadat partijen daarover tot aan de Hoge Raad hadden geprocedeerd (HR 25 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5420). Die aansprakelijkheid is wel met beperkingen vastgesteld door de Hoge Raad. De Hoge Raad vond, met het gerechtshof, dat de Provincie uitsluitend aansprakelijk was uit onrechtmatige daad: de gedeputeerden hadden Vitesse en haar private financiers op het verkeerde been gezet door niet ervoor te waarschuwen dat Provinciale Staten nog medewerking moesten verlenen aan de toezegging. In de veronderstelling dat hier geen probleem meer lag, hebben Vitesse en haar ‘Vrienden’ hún deel van het reddingsplan uitgevoerd en daarvoor aanzienlijke kosten gemaakt. De schade die was ontstaan door dit ‘op het verkeerde been zetten’ moest de Provincie vergoeden. Vitesse had van haar kant ook nog geprobeerd om de Provincie aansprakelijk te laten verklaren voor het niet nakomen van de toezegging. Volgens de Hoge Raad had Vitesse hier echter geen belang bij, omdat zij dezelfde schade ook al vorderde op grond van het ‘op het verkeerde been zetten’.

 

Schadestaatprocedure
Vervolgens is in een nieuwe procedure geprocedeerd over de omvang van de schade en over het causaal verband tussen de opgevoerde schade en de gemaakte fout, in een zogenaamde schadestaatprocedure. De Provincie heeft het standpunt ingenomen dat Vitesse en haar private financiers zónder de gemaakte fout in precies dezelfde situatie verkeerd zouden hebben, als zij verkeerden mèt de gemaakte fout.

 

De gedachte hierachter was de volgende.

  • Als de gedeputeerden wel gewaarschuwd hadden dat de huurverlaging nog niet zeker was, gezien de benodigde instemming van Provinciale Staten, was de huurverlaging er ook niet gekomen.
  • De ‘Vrienden’ wilden hoe dan ook Vitesse redden. Als de gedeputeerden hadden gemeld dat zij zich zouden inspannen voor een huurverlaging (en niet meer dan dat) zouden de ‘Vrienden’ hun geldleningen ook verstrekt hebben.

 

De rechtbank, èn in hoger beroep het gerechtshof, èn de Hoge Raad hebben dit betoog gevolgd. De vordering van Vitesse en de ‘Vrienden’ is geheel afgewezen. Zij krijgen nul, ondanks dat de Provincie aansprakelijk is geoordeeld, omdat er in het geheel geen schade is geleden door de gemaakte fout.

 

Groot gewicht bevoegdheidsverdeling
Procesrechtelijk is van belang dat Vitesse geprobeerd heeft om de Hoge Raad alsnog een uitspraak te laten doen over de schade als gevolg van het niet nakomen van de toezegging. Dat was een wanhoopspoging, want een schadestaatprocedure is een zelfstandige procedure, en het arrest van de Hoge Raad van 2010 was een onherroepelijk oordeel over de aansprakelijkheid. De Hoge Raad heeft dit dan ook afgewezen.

 

Tegelijk heeft de Hoge Raad echter, in een belangrijke overweging ten overvloede, overwogen dat in de Provinciewet, evenals in de Gemeentewet, groot gewicht toekomt aan de bevoegdheidsverdeling tussen B&W en de gemeenteraad, resp. GS en Provinciale Staten. In het stelsel van de Gemeentewet heeft de Raad een autonome positie; in het stelsel van de Provinciewet geldt datzelfde voor Provinciale Staten. Daarom moet grote terughoudendheid worden betracht bij het aannemen van gebondenheid van (een gemeente dan wel) een provincie zonder instemming van het terzake volgens de wet bevoegde orgaan, in dit geval Provinciale Staten. Aldus de Hoge Raad, mede onder verwijzing naar het arrest van 26 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1737 (Hof van Twente). Met dat oordeel heeft de Hoge Raad vervolgens nog eens uitdrukkelijk verworpen dat de Provincie contractueel gebonden was aan de onbevoegd gedane toezegging. Een vordering tot nakoming van de toezegging had dus nooit kunnen slagen, vanwege de onbevoegdheid van de gedeputeerden om die toezegging te doen. Zo had ook al, met juistheid dus, het gerechtshof geoordeeld in de aansprakelijkheidsprocedure in 2008. In die procedure werd de Provincie bijgestaan door ondergetekende namens Nysingh.

 

Voor overheden, maar ook voor degenen die zaken doen met de overheid, is het arrest van groot belang. Noodzakelijk is om steeds na te gaan waar de bevoegdheden liggen en of er bevoegd wordt gehandeld, omdat anders de kans groot is dat er geen binding ontstaat.

 

Meer informatie
Voor meer informatie of vragen kunt u contact opnemen met mr. W.E.M. Klostermann (T 038 425 92 49 | E wim.klostermann@nysingh.nl)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Meer nieuws

 

Afbeelding

Op de hoogte blijven? Volg Nysingh

Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Afbeelding