of 59080 LinkedIn

Planschade: voorzienbaarheid planologische wijziging

Reageer

Afbeeldingmr. H.A. Bijkerk (Alrik)

 

ABRvS 15 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3715

In deze procedure kwam de vraag aan de orde of de nadelige planologische wijziging voor de verzoeker ten tijde van de aankoop van de woning voorzienbaar was. Het verzoek om een planschadevergoeding vloeide voort uit de inwerkingtreding op 2 juni 2011 van een bestemmingsplan dat woningbouw in de nabijheid van de woning van verzoeker mogelijk maakte.

 

Het college van B&W van Uithoorn stelde zich op het standpunt dat de nadelige planologische wijziging voorzienbaar was toen verzoeker op 17 juli 1997 de woning kocht. Daartoe werd aangevoerd dat het in het voorontwerp vastgelegde beleidsvoornemen in de openbare vergadering van de raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening van 26 november 1996 was behandeld, de agenda op het publicatiebord van het gemeentehuis had gehangen, de vergadering met een brief aan omwonenden van 21 november 1996 was aangekondigd en uit berichtgeving in de media was af te leiden dat de gemeente woningbouwplannen voor het plangebied had.

 

Conform vaste rechtspraak overweegt de Afdeling dat, om op grond van een concreet beleidsvoornemen voorzienbaarheid te kunnen aannemen, een redelijk denkend en handelend koper uit de openbaarmaking daarvan dient te kunnen begrijpen op welk gebied dat beleidsvoornemen betrekking heeft, wat de zakelijke inhoud ervan is en dat hij van de inhoud ervan kan kennisnemen.

 

De Afdeling komt tot het oordeel dat in dit geval niet duidelijk was of aan deze vereisten is voldaan. De destijds opgestelde agenda van de vergadering van de raadscommissie met de daarbij vermelde onderwerpen ontbrak, zodat aan de agenda niet de door het college gewenste betekenis kon worden toegekend. Dat het beleidsvoornemen, daargelaten of het concreet was, in een openbare raadsvergadering was behandeld, betekent volgens de Afdeling niet dat voorzienbaarheid kan worden aangenomen. Met een openbare behandeling is volgens de Afdeling nog niet gewaarborgd dat een ieder kennis kan nemen van de inhoud van dat voornemen.

 

Niet in geschil is dat de verzoeker om planschade ten tijde van de aankoop van de woning nog geen kennis had genomen van de brief aan de omwonenden van 21 november 1996. De Afdeling merkt in dat kader op dat, daargelaten de vraag of de verkoper van de woning heeft gehandeld in strijd met zijn informatieplicht, de verzoeker om planschade niet in de gelegenheid was om de inhoud van de brief in de koopprijs te verdisconteren. Naar het oordeel van de Afdeling is er dan ook geen reden om de gevolgen van het gestelde nalaten van de verkoper van de woning voor risico van de verzoeker te laten, in de vorm van het aannemen voorzienbaarheid van de planologische wijziging.

 

In dit kader is het aardig te wijzen op de uitspraak van de Afdeling van 18 september 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:1159), waarin omtrent de voorgenomen planologische wijziging een  bepaling in de koopakte was opgenomen. In dat geval werd om die reden wel voorzienbaarheid van de planologische wijzing aangenomen, ondanks het feit dat het concreet beleidsvoornemen niet publiek was gemaakt. Zou de verkoper de koper op de brief aan omwonenden van 21 november 1996 gewezen hebben, dan zou vermoedelijk wel voorzienbaarheid zijn aangenomen.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Meer nieuws

 

Afbeelding

Op de hoogte blijven? Volg Nysingh

Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Afbeelding